Het Nieuw Amsterdam Manifest dient als inspiratie voor en een oproep aan de formerende politieke partijen van ons stadsbestuur voor de komende twee coalitieperiodes. In ons manifest staat de burger centraal en is het uitgangspunt door middel van gelijkwaardige samenwerking met alle Amsterdammers te komen tot een duurzame, rechtvaardige, veilige, betaalbare en inclusieve toekomst. Lees in dit artikel de eerste twee hoofdstukken van het Manifest en reserveer alvast je plekje voor 1 van onze verkiezingsprogramma’s tijdens ‘Amsterdam Kiest’!

Hoodstuk 1: Democratisch & Inclusief

In een inclusief en democratisch Amsterdam hebben alle inwoners zeggenschap en eigenaarschap over hun leefomgeving. Dat betekent dat alle inwoners het recht hebben om mee te beslissen en mee te organiseren in volwaardige samenwerking met de gemeente. Alleen wanneer eigenaarschap en zeggenschap centraal staan, kan besluitvorming en beleidsvoering ingegeven zijn door de behoeften van alle Amsterdammers. De diversiteit van al die Amsterdammers is bovendien zichtbaar aan de bestuurstafels en in het ambtelijk apparaat. Voor nieuwe geluiden maakt het stadsbestuur actief ruimte.

In een Nieuw Amsterdam:

-> is radicale transparantie de norm. Alle Amsterdammers kunnen inzien op welke gronden bestuurlijke keuzes gemaakt worden. Volledige transparantie over besluitvorming en begrotingen is de standaard, tenzij bewust anders is besloten. Bestuurders leggen verantwoording af over hun beleid en inwoners controleren het bestuur. Radicale transparantie bevordert het vertrouwen in de lokale overheid. is alle publieke communicatie voor iedereen toegankelijk. In het superdiverse Amsterdam is de publieke communicatie toegankelijk voor elke inwoner. Daarom is taal op B1 niveau, de inzet van tolken gebarentaal en meertalige communicatie de norm. Toegankelijke communicatie zorgt voor inclusieve inspraak en een betere vertrouwensrelatie tussen de lokale overheid en al haar inwoners.

-> is alle publieke communicatie voor iedereen toegankelijk. In het superdiverse Amsterdam is de publieke communicatie toegankelijk voor elke inwoner. Daarom is taal op B1 niveau, de inzet van tolken gebarentaal en meertalige communicatie de norm. Toegankelijke communicatie zorgt voor inclusieve inspraak en een betere vertrouwensrelatie tussen de lokale overheid en al haar inwoners.

-> hebben ongedocumenteerde Amsterdammers een City ID-kaart. Met de City ID-kaart hebben ongedocumenteerde inwoners een rechtsgeldig identiteitsbewijs waarmee zij legaal en volwaardig kunnen wonen, werken en leven in de stad. Met deze aanpak vervult de stad een progressieve voortrekkersrol, geheel in lijn met het activistische DNA van Amsterdam.

-> is de uitvoering van beleid lokaal georganiseerd. Democratisch gekozen stadsdeelraden beschikken over wijkbudgetten met voldoende bestedingsruimte. In samenwerking met lokale politici, ambtenaren en bestaande buurtnetwerken voeren de stadsdeelraden het beleid uit. Niet blauwdrukken van bovenaf, maar maatwerk van onderop bepalen die uitvoering. Het centrale stadsbestuur en de wethouders vervullen een faciliterende en controlerende taak.

-> hebben inwoners gelijkwaardig en duurzaam zeggenschap in het stadsbestuur. De basis van het stadsbestuur ligt bij de inwoners van de stad. Dit is terug te zien in alle besluitvorming. Burgers en ambtenaren hebben gelijke beslissingsrechten en ontvangen een gelijke beloning voor hun inzet. Het zeggenschap van burgers kan bijvoorbeeld georganiseerd worden in een permanente burgerraad of een burgerinstituut met controlerende macht.

-> is democratisering een gedeelde verantwoordelijkheid in het gehele stadsbestuur. Oplossingen voor stedelijke kwesties komen voort uit lokale initiatieven en duurzame participatie van Amsterdammers. De waarde van dit burgerinitiatief wordt officieel erkend en vastgelegd door de gemeente. De inzet en inbreng van inwoners wordt aangemoedigd en ondersteund door de gemeente. Een wethouder van democratisering is dan niet meer nodig, omdat de verantwoordelijkheid voor democratisering gedragen wordt door de hele raad.

 

Hoofdstuk 2: Rechtvaardig & Bloeiend

In een bloeiend en rechtvaardig Amsterdam telt elk leven gelijkwaardig mee. Er is plek voor mensen, dieren en planten. Het welzijn van alle inwoners is doorslaggevend voor de Amsterdamse welvaart. In deze vorm van welvaart geldt het donut-denken, waarbij menselijke behoeften en de grenzen van de aarde in balans zijn. Niet een alsmaar groeiende economie die leidt uitsluiting en ongelijkheid, maar een veerkrachtige, inclusieve en duurzame economie is het streven. Zo’n economie moedigt individuen en bedrijven aan te ondernemen en stimuleert een lokale verdeling van de gecreëerde waarde waarin elke Amsterdammer meedeelt, ook Amsterdammers die onbetaald werken. Het stadsbestuur volgt niet de grillen van de markt, maar vervult een voortrekkersrol.

In een Nieuw Amsterdam:

-> is het stadsbestuur aanjager van een door commons gedreven economie. Het Amsterdamse stadsbestuur zet de enorme hoeveelheid aan lokale innovatiekracht, creativiteit en rijkdom in voor de Amsterdamse gemeenschap. Op grond van de commons-gedachte dragen Amsterdammers als collectief bij aan (lokale) publieke voorzieningen voor de gemeenschap, zoals buitenruimtes, kennis, wifi en zorg. Welzijn ontstaat vanuit co-creatie en open source collaboratie, onafhankelijk van de markt. De gemeente faciliteert en stimuleert dit door te investeren in lokale organisaties en netwerken die inclusief werken, en door bijvoorbeeld huiseigenaren te motiveren om een deel van de overwaarde in te zetten voor publieke voorzieningen.

-> hebben jongeren evenveel bestaanszekerheid als oudere Amsterdammers. Jongeren delen in een bloeiend en rechtvaardig Amsterdam mee in de brede welvaart. Hun bestaanszekerheid is dan ook vanzelfsprekend. Jongeren van kleur krijgen een gelijkwaardige plek. De gemeente zet bijvoorbeeld een stagebureau op zodat alle studenten een gelijke ingang op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. Jongerenwoningen verlopen nooit zodat jongeren zich kunnen wortelen in de stad.

-> is er een ruim aanbod van sociale voorzieningen. Het stadsbestuur investeert in het behoud en aanbod van buurthuizen, creatieve plekken, broedplaatsen en mentale gezondheidsvoorzieningen. Lokale netwerken zoals buurtcommissies en grassroots organisaties worden gefaciliteerd om formele en informele sociale voorzieningen te verschaffen. Dit kan bijvoorbeeld in gebouwen met een vaste sociale functie. In bouw- en ontwikkelplannen nemen deze locaties belangrijke plekken in.

-> neemt Amsterdam de regie over duurzaamheid en de energietransitie. Het uitgangspunt is altijd dat de ecologische grenzen worden gerespecteerd en dat iedere Amsterdammer een waardig bestaan leidt. Daarom verplicht het centrale stadsbestuur bijvoorbeeld de verduurzaming van woningen en liggen er op publieke gebouwen groendaken en zonnepanelen. Voor deze ingrepen maakt de gemeente gebruik van de commons en de kracht van lokale netwerken en gemeenschappen.

-> is er laagdrempelige en preventieve Geestelijke Gezondheidszorg. Lokale zorg op maat is de norm in het Amsterdam van de toekomst. De geestelijke gezondheidszorg werkt niet met voorgeschreven diagnosebehandelcombinaties, maar is gestuurd door de menselijke maat. Door inzet van bestaande organisaties en lokale netwerken wordt het mentale welzijn van alle Amsterdammers versterkt.

-> is er een Sociaal-Economische Raad (SER) op het niveau van de metropoolregio Amsterdam. De Amsterdamse SER bestaat uit creatievelingen, zzp’ers, ondernemers, werkgevers en werknemers. Het is een moderne, inclusieve SER die rekening houdt met allerlei soorten arbeidsvormen. De SER is verantwoordelijk voor het vinden van een betaalbare vorm van sociale zekerheid, ook voor mensen die buiten de huidige norm van ‘arbeidsgeschiktheid’ vallen.

-> is er een vertegenwoordiger van alle niet-menselijke aangelegenheden. In een bloeiende stad gaat niets ten koste van mens, dier en natuur. Al het leven is eerlijk vertegenwoordigd door iemand die denkt en spreekt namens planten, dieren en toekomstige generaties. Deze vertegenwoordiger verliest het gemeenschappelijk progressief gedachtegoed niet uit het oog en denkt verder vooruit dan de standaard beleidstermijnen.