Twee weken voor Het grote publieke sector debat spreken we met Naomi Woltring. Woltring is politicoloog en historicus met een specialisme op het neoliberalisme. Ze promoveerde op de invloed van het neoliberalisme op de vorming van de verzorgingsstaat in de jaren ‘90 en ’00. In 2025 werd haar boek ‘De marktconforme verzorgingsstaat‘ genomineerd voor de Prinsjesboekenprijs voor beste politieke boek. Op 16 oktober is zij als expert aanwezig bij ‘Het grote publieke sector debat‘ om de politici te bevragen.
Wat heb je in ‘De marktconforme verzorgingsstaat’ onderzocht?
Ik heb gekeken naar de invloed van het neoliberalisme op de vorming van de verzorgingsstaat in de jaren ‘90 en ‘00. Dan gaat het over een ideeëngeschiedenis: wat waren die neoliberale ideeën en hoe kregen ze invloed in Nederland? Dat manifesteerde zich als een geloof in marktwerking en alles zien in termen van markten. Dit heeft ertoe geleid dat er binnen de overheid ook veel aarzeling en angst is ontstaan over wat de overheid nog mag doen als marktpartijen het ook zouden kunnen doen. Het draaide mij er ook om hoe deze ideeën vorm kregen in de beleidspraktijk: hoe beleidsmakers beleid maken. In het verlengde daarvan heb ik onderzocht welke effecten dat beleid had – bedoeld, onbedoeld, lange termijn uitkomsten – en hoe die neoliberale ideeën en praktijken weer legitimeerden. Hierbij focuste ik me specifiek op volkshuisvesting en sociale zekerheid. In een bredere zin keek ik naar een bepaald type economisch beleid wat gevoerd werd in die periode, met als doel het inperken van de overheidsuitgaven, bezuinigen, dereguleren en het bevorderen van marktwerking , bijvoorbeeld via de ambtelijke operatie Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit.
Marktwerking klinkt bijna als een soort scheldwoord, iets dat per definitie niet thuis hoort in de publieke sector. Maar hoe zouden we hier eigenlijk over moeten denken? Is er een plaats voor marktwerking in de publieke sector? En over wat voor soort marktwerking hebben we het dan?
Nederland heeft een traditie dat veel publieke taken door private organisaties worden uitgevoerd. Het gaat mij er ook niet om dat we allemaal staatsbedrijven of gemeentelijke bedrijven opzetten; het is niet nodig om er allemaal publieke partijen van te maken. Maar de overheid kan wel randvoorwaarden stellen. De vraag is of je wil dat private organisaties in de publieke sector winst maken, en als ze winst maken of ze vervolgens ook winst uitkeren of dat ze het opnieuw investeren in de publieke sector. De politiek kan hier lokaal of landelijk eisen aan stellen. Het valt mij op dat er te weinig kennis is over wanneer er wel en niet aanbesteed moet worden, en wat er mogelijk is binnen aanbestedingen. En als die kennis ontbreekt, houd je zonder stil te staan bij andere waarden die essentieel zijn in de publieke sector, zoals continuiteit, nabijheid, betrouwbaarheid.
Het gaat dus eigenlijk over een heroverweging van welke waarden we belangrijk vinden binnen de publieke sector. Heb je het idee dat deze opvatting ook door de politiek en de maatschappij wordt overgenomen? Kunnen we spreken van een breuk met het neoliberale denkbeeld?
Het neoliberalisme is in de laatste decennia van de vorige eeuw erg invloedrijk geworden in de politiek. Maar je ziet nu dat er in de Tweede Kamer de afgelopen jaren een omslag in het denken is. Een voorbeeld is het recente initiatiefwetsvoorstel van Habtamu de Hoop (GroenLinks-PVDA) en Olger van Dijk (NSC). Dit voorstel moet het provincies mogelijk maken om regionale OV-bedrijven op te richten. Ik denk ook dat het hele debacle van huisartsenketen Co-Med echt mensen aan het denken heeft gezet. Tegelijkertijd zie je dat bij een deel van de economen het neoliberale marktdenken nog steeds de norm is. Zo had je een paar weken terug een stuk waarin hij schreef dat marktwerking nog steeds hartstikke nodig is, en bovendien de enige “bewezen uitweg”. Volgens veel economen is marktwerking een neutrale oplossing. Het is geen doel op zich. Het is simpelweg het enige wat echt werkt en als je dit goed inkadert binnen aanbestedingen of binnen publiekrechtelijke regels, dan is er geen probleem. Alleen in mijn optiek blijft de vraag: wil je überhaupt dat er winst gemaakt kan worden met, bijvoorbeeld, de kinderopvang of de zorg?
Wat zou je op basis van dit alles mee willen geven aan politiek Den Haag?
Stel grenzen aan schadelijke vormen van marktwerking in de publieke sector. Wees niet bang om te heroverwegen of zaken toch niet beter in publieke handen kunnen zijn. Kijk ook naar wat er mogelijk is als je wel gebonden bent aan aanbestedingen en stel daar duidelijke normen voor op. Bijvoorbeeld dat er geen winst te maken valt in door belastinggeld bekostigde publieke voorzieningen als ze privaat uitgevoerd worden. Of dat de winst terugvloeit binnen die sector zonder het risico dat via geitenpaadjes van schimmige steunstichtingen of moederbedrijven instellingen alsnog winst maken of kunnen uitkeren, zoals bijvoorbeeld regelmatig gebeurt.
Heb jij hierover ook een oproep aan politici? Meld je dan hier aan voor Het grote publieke sector debat.