Hoe gaan we om met het complexe vraagstuk rondom de drugseconomie in Nederland? Terwijl drugs steeds makkelijker verkrijgbaar zijn en het drugsgeweld wereldwijd toeneemt, worden steeds meer experts het eens dat de criminalisering van drugsgebruik en -verkoop contraproductief is. De illegale drugsmarkt werkt door, het stigma rondom deze middelen schaadt gebruikers en de overheid lijkt het onderwerp van zich af te schuiven. Het is tijd dat we als maatschappij anders gaan kijken naar dit probleem. Hierover spraken we met Has Cornelissen. Hij zet zich al jaren in voor een onderbouwd drugsdebat en deelt hier vast een aantal van zijn gedachten in de aanloop naar de VPRO-meetup van woensdag 24 juni ‘Big Pharma’s nieuwe goudmijn’

 

Jij zet je al langer dan 20 jaar in voor een menselijker drugsbeleid in Nederland. Hoe is deze missie bij jou ontstaan? Wanneer besloot je om je hier hard voor te maken? 

Als natuurkunde student in Nijmegen werkte ik in een smartshop en in een coffeeshop. Daarnaast organiseerde ik houseparties en feestte ik er flink op los terwijl de dance scene enorm in opkomst was. De eerste Legalize Streetrave tijdens de Eurotop ’96 maakte mij dolenthousiast, het was het eerste equivalent van de Love Parade, maar dan Nederlands en underground. Met als eindpunt: De Oostelijke Handelskade, naast Pakhuis de Zwijger, Afrika en Vrieshuis Amerika. Met mijn managers besloten wij ook een paradewagen mee te laten rijden, en zo rolde ik de jaren daarna in de productie van dit ludieke protest. Het waren de begindagen van het internet, en het lukte om in 160 steden wereldwijd mensen op straat te krijgen voor dit doel. Legalize demonstreerde in Antwerpen, Brussel Wenen, Berlijn en New York. Ik kwam in die tijd veel begeesterde mensen uit allerlei disciplines die de boodschap van Legalize ondersteunden met hun eigen onderbouwde argumenten. Als natuurkundige is het juist de interdisciplinariteit van dit wicked problem die mij grijpt. Bovendien groeit het probleem, zonder dat het huidige verbod er vat op krijgt. Het is de onrechtvaardigheid, de wetenschapsfraude, de ineffectiviteit, het onevenwichtige en zinloze karakter van het verbod wat mij -en velen met mij- de escalatieladder deed betreden. Ik raakte keer op keer geschokt over het gebrek aan kennis en de subjectiviteit van het debat. Daar wilde ik verandering in brengen. 

 

In 2024 werd naar aanleiding van Halsema’s ‘Dealing with drugs manifesto’ de eerste LEAPNL conferentie in Amsterdam georganiseerd. Afgelopen januari bracht jij het LEAPNL netwerk van beleidsmakers, onderzoekers, verslavingszorg experts en handhavers weer bij elkaar voor een conferentie over nieuw drugsbeleid. Wat waren de belangrijkste lessen uit deze samenkomst? 

Tijdens deze conferentie heb ik experts bijeen gebracht die duiding gaven over hoe de wereld voorbij een strikt verbod eruit zou kunnen zien. Juridisch zijn er mogelijkheden, zelfs verplichtingen, voor regulering op internationale, Europese, landelijke en lokale schaal. Dat biedt perspectief voor een fundamenteel ander drugsbeleid. Dit kan wel alleen onder een aantal belangrijke voorwaarden en elk middel behoeft een eigen regime. Voorbeelden van gecontroleerd aanbieden zoals heroïneverstrekking en cannabis laten zien dat het kan werken en kosteneffectief is, daarnaast geeft regulering meer handvatten voor preventie en bijsturing. 

 

Nederland heeft wereldwijd het imago van een tolerant drugsland met gedoogde coffeeshops en een genormaliseerde drugscultuur. Toch worstelen we hier ook met stigma en problemen rondom drugsbeleid. Hoe verklaar jij deze tegenstellingen?

Ook Nederland heeft zich geconformeerd aan de internationale drugsverdragen. Handelaren zijn dus in de basis overtreders van een slachtofferloos misdrijf. Er gelden geen standaarden of regels, waardoor de wet van de sterkste geldt. Kwaliteitseisen, leeftijdsgrenzen, bijsluiters en voorlichting ontbreken. Er is slechts financiering mogelijk voor repressie en verslavingszorg. Belangrijke pijlers zoals preventie en schadebeperking worden stelselmatig kapotbezuinigd, laat staan dat er in drugsbeleid wordt geïnvesteerd. Het verbod levert de emotie, schuld en schaamte op, wat een open gesprek, wetenschappelijke consensus en objectieve vaststelling van de problemen belemmert. 

 

Hoe kijk jij naar het experiment gesloten coffeeshopketen? Is dit een succes? Biedt het inspiratie voor experimenten met andere drugsketens?

Ik kijk hier tweeledig naar. Het heeft positieve en negatieve kanten. Ik zal wat punten uitlichten. Ik ben positief over de zorgvuldigheid waarmee het experiment is opgezet na voldoende consultatie. De tien telers maken deel uit van een nette industrie, en ik schat dat 60% van de deelnemende werknemers telers zijn die al lange tijd meegingen ten tijde van de verbodsperiode (dit worden ook wel ‘legacy telers’ genoemd). Dit maakt dus effectief een einde aan de strafbare carrière van veel mensen waaraan veel overlastgevende risico’s zaten. De productkwaliteit is boven verwachting, het zijn scherpe prijzen, schitterende bloemen, betrouwbare vapes en goed doseerbare edibles. 

Wat ik minder goed vind aan het experiment is dat het te klein is en echt de deelname van een grote stad mist. Daarnaast is er geen duidelijke onderzoeksvraag, wat risico’s geeft voor politieke willekeur tijdens de afrondingsfase. Voor de telers zijn de financiële risico’s groot, en de concurrentie is enorm. Er zijn veel buitenlandse durfinvesteerders en de inmenging van de tabaksindustrie wordt door velen als ongewenst gezien. Er is nauwelijks lobby om het experiment binnen de internationale verdragen om te zetten tot een nieuwe handelswijze, maar evenmin lijkt het onmogelijk om na afloop van het experiment terug te keren naar de oude situatie. 

 

In het coalitieakkoord wordt nauwelijks gesproken over de drugsproblematiek. Waarom staat dit onderwerp niet op de agenda? 

Drugsproblemen grijpen in op alle andere problemen (gezondheid, huisvesting, criminaliteit, milieu, maatschappelijke zorg, Buitenlandse Zaken, logistiek, etc). Het is een complex dossier, en er is notoir weinig kennis voorradig waardoor subjectiviteit het debat beheerst. Onder het verbod zijn er nauwelijks effectieve interventies mogelijk, en de interventies zijn vaak lastig uit te leggen. Bovendien zijn de directe problemen slechts voor enkelen voelbaar, en is wetenschappelijk onderzoek nauwelijks financierbaar. Drugs lijken daardoor niet belangrijk genoeg. Daarbovenop komt dat de lobby voor een gereguleerd drugsbeleid drijft op passie en nauwelijks financiering. 

 

Wat zijn volgens jou de waarden die centraal zouden moeten staan bij het ontwerpen van een nieuw drugsbeleid? 

Het moet aan alle wetten en rechten voldoen, inclusief mensenrechten en zelfbeschikkingsrecht. Alleen de oudste internationale wetgeving, het opiumverdrag, moet op de schop. Het nieuwe beleid moet boven alles meetbaar zijn, en het streven is naar minder criminaliteit én minder consumptie. Drugsbeleid moet een volksgezondheidsoplossing bieden voor een probleem in de openbare orde. 

 

Op 24 juni zullen we in Pakhuis de Zwijger verder praten over de toekomst van onze drugmarkt. Samen met Ann Fordham (International Drug policy Consortium), Pieter Walinga (Gemeente Amsterdam), Jan Meeus (NRC Handelsblad) en Has Cornelissen (Psychotropica Instituut) belichten we de ins and outs van het huidige beleid en gaan we op zoek naar nieuwe oplossingen voor een rechtvaardige en menselijke aanpak van dit probleem. Wil jij ook meepraten? Meld je dan aan via deze link. Voor meer informatie, klik hier.