Amsterdam wil vergroenen en tegelijkertijd ook meer bouwen. Maar hoe zorgen we ervoor dat de natuur ook een stem heeft in deze plannen en ambities? En welke creatieve oplossingen zijn hiervoor nodig? In aanloop naar het programma Hoe Amsterdam rigoureus kan vergroenen, spreken we met oprichter en directeur van het Zoönomisch Instituut Klaas Kuitenbrouwer over de Zoöp beweging als radicale poging om ecologie, organisatieontwikkeling én verbeelding opnieuw met elkaar te verweven.
Zou je kunnen uitleggen wat een Zoöp precies is?
Een Zoöp is een organisatie die zichzelf in de eerste plaats ziet als een deelnemer aan ecosystemen, in plaats van een buitenstaander. Zoöps werken vanuit het besef dat al het leven veel fundamenteel gemeenschappelijke belangen heeft. In de praktijk betekent dit dat een Zoöp in hun organisatie een Spreker voor de Levenden opneemt die de meer-dan-menselijke belangen vertegenwoordigt. Deze woordvoerder is een onafhankelijke leraar of coach met wie de Zoöp een leerproces doorloopt, waarin de organisatie leert kijken vanuit menselijk én meer-dan-menselijk perspectief. Leerdoelen, en reflecties op deze leerdoelen, worden gedocumenteerd en gedeeld, waardoor het voor nieuwe Zoöps telkens gemakkelijker wordt om ditzelfde leerproces te doorlopen. Het zijn van een Zoöp is dus echt een leerpraktijk, waar organisaties steeds meer leren levens-ondersteunend te werken.
Hoe is het idee van de Zoöp tot stand gekomen?
Veel van wat er ondernomen wordt om de klimaatcrisis te bestrijden sneed geen hout. Als je ‘net-zero’ als hoogst haalbare doel stelt, isoleer je jezelf als mens eigenlijk. Er zit een heel hardnekkig idee achter veel duurzaamheidsinitiatieven waarin de mens per definitie schadelijk is, maar de mens kan óók nuttig zijn. Juist het idee dat je zelf levend bent en dezelfde belangen hebt als alles wat leeft, denk bijvoorbeeld aan schone lucht, schoon water, ergens wonen, maakt dat je heel erg vanuit samenwerking kunt denken en leren. Zoöp is kort voor zoöperatie: coöperatie met zoë (het Griekse woord voor leven). De focus van Zoöps is dus om samen te leren werken met álles dat leeft.
Amsterdam wil gaan vergroenen én verdichten tegelijk. Hoe kunnen Zoöps hierin een rol spelen?
Vaak worden menselijke belangen tegenover de belangen van andere soorten geplaatst. Dit zit heel diep in onze gewoontes. Het gevolg is dat je een wij/zij gevoel creëert, waarbij het lijkt alsof de natuur ruimte van ons inneemt die wij niet meer kunnen gebruiken. In plaats van die verschillende ambities en belangen tegenover elkaar te plaatsen, kunnen we denken vanuit dat ecosysteem waarvan we allemaal deel uitmaken. Belangrijk hiervoor is dat de ecologie vanaf meet af aan wordt meegenomen in beleidsplannen- en vragen, als een fundamenteel onderdeel van dit beleid.
Ook op financieel gebied is dit interessant voor gemeenten, want vergroening heeft een positief effect op gezondheid, waterzuivering, waterberging en energiebesparing, en vermindert op lange termijn dus de kosten die gemeenten hieraan kwijt zijn. Belangrijk is dan wel dat er duidelijke bestuurlijke eenheden zijn die de Zoöp vormen en dat dit niet alleen op het hoogste beslisniveau bepaald wordt, maar echt in een verticale kolom wordt doorgevoerd in de praktijk. In Amsterdam zijn er vijf Zoöps, in twee daarvan neemt de gemeente deel: Zoöp Amstelpark en Zoöp Bodem voor de Buurt. Daarin wordt in de praktijk op verschillende manieren onderzocht hoe verschillende groepen mensen kunnen samenwerken met het lokale andere leven.
We moeten het dus samen doen, geef je aan. Hoe ziet die samenwerking er volgens jou uit?
Er is geen ‘one-size-fits-all’ oplossing, maar er zijn allerlei manieren om te vergroenen én te verdichten als je werkt vanuit de gemeenschappelijke belangen van al het leven. Het allerbelangrijkste is dat de stem van meer-dan-menselijke wezens op de lange termijn wordt ingebouwd en dat er altijd iemand aan tafel zit die zegt ‘wacht even, denk aan de meikevers, aardwormen, mantelmeeuwen of mollen’. Hier moet dan dus ook naar geluisterd worden, want dat is wat je afspreekt als Zoöp. Sprekers voor de Levenden, samen met stadsecologen, kunnen een belangrijke rol spelen als vertegenwoordigers van die meer-dan-menselijke belangen, als ze in staat worden gesteld in de beginfase van projecten mee te denken over ecologische kansen en condities en niet pas op het eind iets mogen zeggen over een vergunning.
Beheerorganisaties zijn soms een spaak in het wiel als het gaat om vergroenen. Zij zien ecologisch beheer vaak als meer moeite, terwijl het dat helemaal niet hoeft te zijn! Je moet gewoon weten wat je doet. Beheerders kunnen bijvoorbeeld minder, maar op het juiste moment, maaien (en dan niet met een klepelmaaier want deze is funest voor insecten en kleine dieren). Buurtparticipatie kan ook een rol spelen in ecologisch beheer. De wijkdeal in Breda is hier een mooi voorbeeld van. Buurtbewoners worden via deze deal uitgenodigd om ecologische zorg over te nemen van een stukje publieke ruimte. De zorg voor de natuur in de buurt is gedeeld, en iedereen kan hier een rol in spelen. Zo’n wijkdeal bestaat nog niet in Amsterdam, maar zou wel een heel mooi initiatief kunnen zijn om meer mensen actief te betrekken bij de vergroening van de stad.
Op 1 oktober duiken we nóg dieper in de creatieve oplossingen die nodig zijn om Amsterdam te vergroenen? In het programma Hoe Amsterdam rigoureus kan vergroenen, gaan we samen met ontwerpers, projectontwikkelaars, corporaties en bewoners in gesprek over Amsterdam als groene stad. Wat zijn hun ideeën, ervaringen en ambities? Hoe kunnen we op de lange termijn natuur in de stad behouden terwijl de stad óók wil verdichten? En bij wie ligt die verantwoordelijkheid? Wil je hierover meepraten? Meld je dan gratis aan via deze link.