‘Te koop: woonzorgcentrum voor ouderen’. Te koop: ‘ggz-instelling, hoge winstverwachting’. De zorg blijkt een heel aantrekkelijke sector om rendement te maken.
Het personeelstekort in de zorg is niet een nieuw probleem. Al sinds 2010 worden er door de zorgsector meldingen gemaakt dat er te weinig gekwalificeerd personeel is. Een trend die dus al langer bezig is, met verschillende gevolgen: hoge werkdruk, zorg van mindere kwaliteit en lange wachtrijen voor gepaste zorg. Als oplossingen worden vaak digitalisering en kunstmatige intelligentie genoemd. Ook wordt er soms gekeken om het tekort aan personeel op te vangen door arbeids- en asielmigratie.
Sinds het begin van deze eeuw heeft zich echter nog een andere ontwikkeling voorgedaan: de zorg werd een aantrekkelijke sector voor private equity partijen. Dit zijn organisaties die met het geld van grote vermogensbezitters – denk aan particulieren, bedrijven, pensioenfondsen – organisaties en bedrijven opkopen met als doel deze door te verkopen met winst. Dit soort partijen komt steeds vaker voor in verschillende publieke sectoren: in het onderwijs, de kinderopvang, wonen, en zo ook in de zorg. Steeds meer zorgpraktijken en andere onderdelen van de zorg komen in handen van deze commerciële investeerders.Deze trend wordt in de politiek al een aantal jaar gesignaleerd, met vooralsnog minimale gevolgen. Critici van deze trend zijn bang dat de onderliggende waarde van deze publieke sector – namelijk het leveren van goede en toegankelijke zorg voor de samenleving – onder druk komt te staan door de commerciële belangen van deze bedrijven.
In het boek Gekaapt door het Kapitaal onderzoekt Mirjam de Rijk wat er aan de hand is in deze publieke sectoren, wat de gevolgen zijn en wat we eraan kunnen doen. Twee manieren die private equity partijen gebruiken om hun winst te maximaliseren zijn cherry-picking en het creëren van ketens die vervolgens verkocht worden. De eerste gaat over het ‘uitkiezen van de meest lucratieve onderdelen van de zorg, in combinatie met het zo ver mogelijk terugschroeven van de kosten’, legt De Rijk uit. Een duidelijk voorbeeld kan worden gevonden in de geestelijke gezondheidszorg. Hier aast private equity op lichte mentale gezondheidsklachten die grotendeels digitaal kunnen worden verholpen. Zo zijn de kosten laag en het aantal patiënten, en daarmee het rendement, hoog. Als gevolg komen niet-commerciële partijen te zitten met de zwaardere en duurdere zorg. Ook ontstaat er een verschuiving van zorgpersoneel omdat de werkdruk bij commerciële zorginstellingen lager ligt. Hierdoor wordt de druk bij niet-commerciële instellingen weer hoger, enzovoort. Een vicieuze cirkel.
Een andere strategie is ketenvorming. Private equity partijen kopen onder andere tandartspraktijken op, die vervolgens als keten, als pakket, kunnen worden doorverkocht (met winst, uiteraard). Het wordt neergezet als dé oplossing voor het verdwijnen van individuele praktijken, gerund door mensen die geen opvolger kunnen vinden. Ook zou het efficiënter zijn. Winst wordt gemaximaliseerd op verschillende manieren: Zo worden kosten verlaagd door schaalvoordeel,en komt er meer geld in het laatje door ruimere leenmogelijkheden . Binnen de huisartsenpraktijken wordt ingezet op het opvoeren van het aantal patiënten per huisarts door middel van digitalisering. De zorgverzekeraar betaalt hetzelfde bedrag per patiënt, tel uit je winst. Zo’n zelfde logica kan ook worden teruggevonden bij tandartsen.
Meer doen met minder mensen door middel van digitalisering is niet per definitie verkeerd. Maar voorbeelden uit de zorg waar private equity en andere investeerders in beeld kwamen, zijn zorgwekkend. Het bekendste voorbeeld is de huisartsenketen Co-Med. Deze keten ging in 2024 failliet nadat zorgverzekeraars het contract hadden beëindigd wegens wanbeleid. Ondertussen loopt er een strafrechtelijk onderzoek naar alle misstanden die daar plaatsvonden. Ex-patiënten spraken over de slechte bereikbaarheid – zowel voor het plannen van afspraken als in levensbedreigende noodsituaties – over de ondermaatse kwaliteit van de artsen, en over het onverwachte sluiten van praktijken. En Co-Med is hier niet alleen in. Ook bij bedrijven Centric Health en Quin Dokters, die inzetten op ketenvorming en digitalisering, heerst er onrust. Naast de huisartsen komen ook vanuit de mondzorg dezelfde soort signalen over hoe er geld wordt verdiend over de ruggen van patiënten.
Deze problemen zijn de politiek niet ontgaan. De afgelopen jaren is ook in de Tweede Kamer de kritiek op private equity in de zorg toegenomen en zijn er verschillende moties aangenomen die private equity moeten weren uit de sector. De laatste ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport – Connie Helder (VVD) en Fleur Agema (PVV) – hebben echter aangegeven geen totaalverbod op private equity in de zorg te willen instellen, de laatste in tegenstelling tot de rest van haar eigen partij. Een compleet verbod op private equity in de zorg zou volgens Agema negatieve gevolgen hebben voor de toegankelijkheid en continuïteit van zorg.
Is private equity in de zorg onwenselijk? Wat zijn de gevolgen van een zorgstelsel dat steeds meer draait om winst boven welzijn? Zijn private equity partijen nog wel weg te denken uit ons zorgstelsel? En hoe kunnen we de grip van het grootkapitaal op de zorg weer terugdringen? Wil je meepraten over deze vragen of meer begrijpen van de vercommercialisering van de zorg? Meld je dan hier gratis aan voor het programma Kapitaal en de zorg op maandag 12 januari.