In de woonopgave gaat het vaak over cijfers: 100.000 woningen per jaar, 10 nieuwe steden en duizelingwekkende Excel sheets die bepalen welke plannen er wel óf niet gebouwd gaan worden. Helaas blijft er in deze binaire realiteit weinig ruimte over om ons te focussen op een andere kant van deze discussie. Want terwijl we snel willen doorbouwen om de woningnood op te lossen, staan we niet genoeg stil bij een zachtere kant van deze woonopgave. In wat voor stad willen we leven? En: hoe zorgen we dat iedereen daar een fijne plek vindt?
Wij vanuit Pakhuis de Zwijger bogen ons over deze vragen kwamen uit op de volgende
doelstelling: ‘We moeten bouwen aan steden waar iedereen zich thuis voelt.’ Uit dit
voornemen ontstond de programmareeks ‘Niet een huis, maar een thuis.’ Deze reeks is
een zoektocht naar het belang van culturele vragen in de woonopgave. Hierbij is het
voornemen dat we niet klakkeloos doorbouwen, maar juist vanuit nieuwsgierigheid
kijken naar de mensen voor wie we bouwen.
Onze zoektocht begon met de vraag wat we bedoelen we met een thuis. Iedereen kan
zich er wel een voorstelling van maken: een thuis is een plek van geborgenheid, waar je
je even af kan sluiten na een dag hard werken, of een intieme plek waar je je vrienden en
familie graag uitnodigt. Als we dit willen omvatten, wat zijn dan precies de
eigenschappen die een huis echt een thuis maken? Die vraag stelden we aan jullie: het
publiek van Pakhuis de Zwijger. Dat deden we: op 3 september tijdens de avond ‘In wat voor huis voel jij je thuis?’
In wat voor huis voel jij je thuis?
betekent thuis voor jou? We riepen de hulp in van twee architecten die het bouwen van
thuizen in hun DNA hebben zitten: Lyongo Juliana bouwt met zijn bureau lyongo architecture in zowel Caribisch Nederland, als in Europees Nederland. In zijn werk
benadrukt Lyongo dat culturele verschillen definiëren hoe de gebouwde omgeving
eruitziet. Deze avond toonde hij bijvoorbeeld de hoogbouw van Curaçao, waarbij de
gebouwen bestaan uit maximaal drie verdiepingen, een groot verschil met Nederland.
Uit zijn presentatie nemen we mee dat nieuwsgierigheid naar zowel de mens, de plek en
haar geschiedenis centraal staat in zijn werk.
architectuur Time To Access, over haar werk. Mira is gespecialiseerd in het werken voor
wooncoöperaties. Hierbij richt ze zich op de toekomstige bewoners als haar klanten,
waar dit normaal ontwikkelaars of corporaties zijn. Tijdens haar presentatie vertelde
zedat het toekomstige thuis daardoor onlosmakelijk verbonden moet zijn met het
ontwerpproces, omdat de bewoners bij elke stap betrokken zijn.
Tijdens deze avond stelde Lyongo de deelnemers een eerste vraag: ‘Wie bepaalt hoe
onze gebouwde omgeving eruitziet?’ Hij toont in zijn presentatie hoe een thuis
onlosmakelijk verbonden is met macht. Macht van personen en entiteiten, maar ook
macht van het systeem. Aan tafel ontstond direct een gesprek, waarbij een deelnemer
zich afvroeg: “Is thuis nog een relevant begrip anno 2026, wanneer de helft van de
wereld aan het migreren of aan het vluchten is?” Een mooi begin om de complexiteit van
het begrip te ontrafelen. Want is een thuis slechts te vinden in een statisch gebouw, of
kan een thuis ook bestaan in beweging? Een andere deelnemer constateerde: “Mijn
thuis kan op veel plaatsen zijn”.
kan worden door machthebbers, of door jezelf”. Op welke manier heeft het thuis ook een
democratische functie, een politieke ruimte? Een thuis kan voelen als een veilige haven
waar je tot rust kan en mag komen van de onderdrukkende structuren van buitenaf. Toch
is deze verdeling tussen een veilig thuis en een harde maatschappij vaak niet zo binair en
kunnen deze uitersten door elkaar heen sijpelen.
eruitziet: ‘Welke woonrituelen beleef je thuis en wil je beleven?’ Hieruit bleek dat veel
deelnemers het thuis verbonden aan een zintuigelijke ervaring. Een van de deelnemers
schreef bijvoorbeeld: ‘De geur van een lekkere maaltijd’. Zo wordt een thuis ook een plek
waar je de geur herkent. Architectuur helpt graag mee deze lichamelijke ervaringen tot
leven te brengen. Hieruit blijkt: wanneer kenmerken van een thuis niet alleen tastbaar
zijn, moet de architect creatiever gaan nadenken en nieuwsgierig blijven naar
verschillen.
natuurlijke omgeving. Een fijn thuis lijkt ook vaak te leunen op alledaagse aardse
eigenschappen: lichtinval, een schone lucht, bomen en planten in de tuin, op het balkon
of in de straat (of simpelweg: een groene omgeving). Niet alleen genoeg groen, maar ook
andere mensen dragen daaraan bij aan de omgeving rondom het huis. Goed contact met
je buren of medebewoners zorgt voor een veilig en warm gevoel. ‘De medebewoners zijn
meer dan de helft van dit gevoel,’ schreef iemand op. Deelnemers gaven aan dat een
goed gevoel wordt versterkt door de herinneringen die je samen maakt, een plek met
herinneringen voelt vertrouwd aan.
voor de hand liggende kenmerk van waarbij men slechts aan de locatie denkt waar het
huis staat. Het thuis is veel meer: het is een plek die werelden met elkaar verbindt en
tegelijkertijd een plek vol tegenstrijdigheden. Het is een plek waar je je privacy
waardeert, maar ook graag mensen over de vloer uitnodigt. Een plek waar de overgangen
soms vervagen; wonen en werken; rust en dynamiek, binnen en buiten. Een plek die
onvermijdelijk politiek is, en tegelijkertijd misschien ook de locatie waar ruimte is voor je
meest waardevolle persoonlijke herinneringen.
In gesprek blijven over thuis
van architecten, die met hun ontwerp een basis kunnen leggen waarop mensen
vervolgens zelf hun herinneringen kunnen maken en hun eigen huis vorm kunnen geven.
vragen van levensbelang. Als we ons verdiepen in de diversiteit aan culturen in
Nederland, kunnen we kijken naar andere woonvormen dan nu dominant zijn. Om maar
een voorbeeld te noemen: meer-generatie-wonen is in veel culturen ingebed als
geaccepteerde woonvorm. Ter vergelijking: op dit moment wonen we in Nederland op de
meeste vierkante meters per persoon. We hoeven slechts een open houding aan te
nemen om vanuit een verscheidenheid aan culturen te leren hoe we anders (kleiner)
kunnen gaan wonen.
kunnen we deze onderlinge nieuwsgierigheid een plek te geven. Hierdoor kunnen we
beter kijken voor wie we huizen bouwen en wat die doelgroep nodig heeft. Een ding staat
vast: die specifieke focus mist op dit moment. We blijven studio’s bouwen voor eenzame
jongeren en ondanks de vergrijzing blijkt uit onderzoek van Platform Woonopgave dat er
slechts 7 % van het voorgenomen aantal ouderenwoningen is gebouwd.
een goede stap om de ogen weer op het juiste doel gericht te krijgen: met
nieuwsgierigheid blijven kijken voor wie we huizen bouwen.