In Nederland wonen zo’n 4.7 miljoen mensen met een migratieachtergrond. Op maandag 11 mei sprak ik een drietal mensen dat, net als ik, behoort tot die groep. We ontmoetten elkaar online: een gemixt gezelschap, bestaande uit Annaleen Louwes, wiens Duitse moeder vlak na de oorlog naar Nederland migreerde; Tengbeh Kamara, wiens vader uit en terug naar Liberia vertrok; Shaquille Shaniqua Joy, met een Duitse en een Afro-Amerikaanse ouder, op een of andere manier toch in Nederland beland. En ikzelf: een door en door gemengd mens met roots in Suriname, de Caraïben, Indonesië en Nederland.
Onze wereldwijd verspreide familiegeschiedenissen maken dat we iets delen. Een erfenis die wordt overgedragen van elke ouder die migreert op elk gekregen kind. De reizen die onze (voor)ouders hebben afgelegd kunnen nog zo van elkaar verschillen, toch zijn we verbonden door een verleden van ontworteling. Die verbinding is waar we het over gaan hebben.
Ons gesprek trapt af met Tengbeh die het verhaal deelt van diens vader. “Hij was de perfecte vluchteling,” vertelt hen. Hier gekomen uit Liberia, goed geïntegreerd, sprak vlekkeloos Nederlands, had een prestigieuze opleiding afgerond en werkte nota bene bij de Belastingdienst. Toch besloot hij, na de Tweede Liberiaanse Burgeroorlog, terug te keren om te helpen bij de heropbouw van het land. In de ogen van een kind: een nobele daad. Echter, met de jaren die verstreken werd het gat achtergelaten door het vertrek steeds voelbaarder.
“Ik was nooit echt boos,” noemt Tengbeh. Het is complexer dan dat. Het is een dubbel gevoel tegenover de persoon die je in de steek heeft gelaten, maar dat voor geen zuiverder doel had kunnen doen. “Hij is niet goed, hij is niet slecht.” De werkelijkheid ligt ergens in het midden. Het blijft je vader. Dat herken ik. Je wil niet dat anderen oordelen over jouw ouders, hun keuzes, hun offers, hun overlevingsmechanismen. En ik ben niet de enige, Annaleen knikt mee.
Ondanks de geografische en generatieverschillen tussen Tengbeh’s verhaal en het hare, herkent ze diens worsteling maar al te goed. “Het gaat ook over schaamte,” voegt ze toe. Annaleen begint te vertellen over haar Duitse moeder die na de Tweede Wereldoorlog als enige van de familie naar Nederland verhuisde, haar geliefde achterna. Maar in het naoorlogse Nederland was de haat tegen Duitsers tastbaar. “Je moeder is een mof,” hoorde Annaleen op het schoolplein. Dat doet iets met een kind: je moet je blijkbaar schamen voor de mensen waar jij uit voortgekomen bent. Als gevolg nam Annaleen onbewust afstand van de Duitsheid van haar moeder.
Die schaamte was een heel subtiel iets, vertelt Annaleen. Subtieler dan het simpelweg verzwijgen van het verleden. “Mijn moeder zelf had niet eens door dat ze zich schaamde.” Pas na haar 90e sprak de moeder van Annaleen eindelijk de woorden: “Ik schaamde me zo diep dat ik Duits was, en ik voel het nog steeds, alleen doet het nu minder pijn.”
Dit mechanisme, het vervormen van verhalen en het wegstoppen van pijn om de realiteit draagbaar te maken, is precies hoe mensen omgaan met het slavernijverleden. Ook daar worden de scherpe randen er in familieverhalen soms vanaf gevijld, gehuld in zachte bewoordingen om het trauma klein te houden. Ik schiet wakker uit mijn gedachten wanneer Shaquille, na enige tijd aandachtig geluisterd te hebben, haarzelf on-mute.
Ook zij herkent de erfenis van ontworteling. Toen ze in Duitsland woonde, was ze daar steevast ‘de ander’. In dat opzicht verschillen Duitsland en Nederland niet zoveel. Je bent niet wit, dus de vraag is altijd: waar kom je nou écht vandaan? Glimlachend om de ironie vertelt ze: “Eigenlijk word je pas echt een Duitser op het moment dat je Duitsland verlaat. Toen ik naar Amsterdam kwam, ging het veel minder over waar mijn ‘echte’ roots lagen. Ik was gewoon ‘die Duitse’.” En direct daarna zegt ze wat ik stilletjes al dacht: “dat was stiekem best wel fijn…”
Ik neem een pauze van het fanatieke mee typen en kijk eens goed naar de gezichten op mijn scherm. Vier mensen, vier verschillende achtergronden, en toch al die gedeelde ervaringen. Zo diep werkt de beslissing om te migreren dus door in wie wij en onze nakomelingen worden. En deze erfenis van migratie laat zich niet definiëren door landsgrenzen. Het is een complex web waarin gemis, schaamte en liefde dwars door elkaar lopen. Een onderwerp waar eigenlijk niet over uit te praten valt. Gelukkig staat onze volgende ontmoeting al gepland:
Op dinsdag 2 juni zitten Shaquille, Tengbeh en Annaleen opnieuw met elkaar aan tafel om te spreken over de erfenis van vertrek. Shaquille modereert, terwijl Tengbeh en Annaleen ons meenemen door hun fotografisch werk op dit thema.
Kom jij meepraten? Op 2 juni, om 20:00, bij Pakhuis de Zwijger. Meld je hier gratis aan!