Het begon met een onverwacht erfstuk: een koffer vol foto’s, politieke documenten en een pop met twee gezichten – wit aan de ene kant, zwart aan de andere. Toen filmmaker Emma Lesuis deze koffer kreeg van haar schoonvader, opende ze niet zomaar een familiearchief, maar een rechtstreekse lijn naar een pijnlijk koloniaal verleden. De koffer bleek toe te behoren aan Maarten de Niet, die tussen 1926 en 1953 als procureur-generaal en waarnemend gouverneur in Suriname heerste. Een berucht figuur. Tegelijkertijd leefden Emma’s eigen Surinaamse grootouders onder dit strenge bewind. Twee families in hetzelfde land, destijds gescheiden door macht en kleur, nu samengebracht door de liefde. Toen Emma in verwachting raakte van haar eerste kind, groeide de drang om dit stukje stamboom nader te onderzoeken. Want wat als jij die beide geschiedenissen meedraagt in je lichaam? Wat als jij voorouders hebt aan beide kanten van de zweep? Emma maakte er een documentaire over: Bagasi – wat we meedragen. Op 11 juni is Emma te gast bij Pakhuis de Zwijger om haar film te vertonen en in gesprek te gaan met jullie. Dit artikel is voor wie eigenlijk niet kan wachten: een voorproefje van Emma’s verhaal.

Wat motiveerde je om aan deze documentaire te beginnen?

Eind 2019 won ik de Idfa workshop met het idee van deze film. Toen dacht ik: oh nee, nu moet die film er komen… ik dacht aan al dat ongemak dat erbij zou komen. Al die meningen. Ik schoof het nog even aan de kant. In de zomer van 2020 vloog er van alles door de lucht: coronadeeltjes, Engelse BLM spreuken en hormonen. Ik was zwanger en voelde toen nog sterker: dit koloniale verhaal moet ook naar boven komen, dan maar ten koste van mezelf. Dus ik begon weliswaar met filmen tijdens mijn zwangerschap, maar daarna verdween het archief weer in een hoek op zolder. Nadat ik de docuvoorstelling Meer dan bauxiet had gemaakt -over de Tweede Wereldoorlog in Suriname- voelde het juist om door te gaan met dit verhaal. Meer dan bauxiet had gefungeerd als research voor de film, daardoor voelde ik me zekerder om dit verhaal aan te gaan. Tot op het laatste moment heb ik het als erg spannend ervaren: hoe gaat mijn schoonfamilie reageren? Hoe reageren mensen met veel meer voorkennis? Ik ben blij dat ik ermee door ben gegaan. Er was geen moment dat ik dacht: ik ga het niet doen maar ik zocht vooral naar het juiste moment.

Hoe reageerde je schoonvader op het idee, maar ook op het eindresultaat?

Mijn schoonvader vond het prima dat ik ermee aan de slag ging. ‘Ik weet niet wat je ermee moet, maar doe er maar wat mee.’ Hij was natuurlijk een beetje argwanend; hoe ga ik zijn opa portretteren? En wat is er nou zo interessant om weer in de geschiedenis te duiken? Maar aangezien ik de enige in de familie ben die bezig is met verhalen maken én specifiek met verhalen uit ons koloniaal verleden, gunde hij mij dit archief met het vertrouwen dat ‘jij er wel iets moois van zal maken’. Hij had al meerdere versies gezien en was niet altijd blij met wat hij zag. Sommige uitspraken vond (en vindt) hij moeilijk. Maar uiteindelijk was hij -gelukkig- tevreden met het eindresultaat. Wat hielp was dat hij veel werd gecomplimenteerd bij de première.

En hoe was het voor je moeder om haar eigen familiegeschiedenis zo in te duiken?

Dat was heel bijzonder. Ik ben eigenlijk al jaren bezig met graven en heb van het begin af aan mijn moeder meegenomen in de zoektocht. Die begon al in 2017 toen ik uit ging zoeken of ik recht had op de plantage waar onze voorouders tot slaaf waren gemaakt. Daar maakte ik een documentaire en een voorstelling van, genaamd Aardappelbloed. Destijds nam ik mijn moeder al mee naar Suriname. Het was voor haar de eerste keer in 37 jaar dat ze terug was in Suriname. Haar blik op de boot over de Commewijnerivier vergeet ik niet snel meer; ik zag dat er iets in haar werd geopend. Voor mijn moeder heeft dat graven in onze familiegeschiedenis en in ons koloniaal verleden een helende werking gehad. Ze kon haar eigen achtergrond beter plaatsen. En daardoor ook zichzelf. Ze is bewuster geworden en zelfverzekerder: ze hoeft zich niet meer te verstoppen.

Wat heeft je tijdens het maken van deze film het meest verrast?

Na heel lang aandringen, is het me gelukt om toestemming te krijgen om in het beroemde Hoekhuis in Suriname te filmen. Een van de meest bekende koloniale panden in Paramaribo dat niet open is voor publiek en in handen is van Alcoa (bauxietmaatschappij in de VS). Die toestemming kreeg ik 4 dagen voordat ik zou vertrekken uit Suriname. Dus we hebben last-minute dansers, muzikanten, acteurs, lichten, kostuums en catering geregeld. Dat we dat voor elkaar hebben gekregen in zo’n korte tijd, vond ik bewonderenswaardig. In dat pand hebben decennialang (beruchte) gouverneurs gewoond. Het was emotioneel om te zien hoe het nu over werd genomen door Surinamers die lieten zien: wij zijn hier en gaan niet meer weg. Het Hoekhuis zou eigenlijk open moeten zijn voor publiek. Helaas hebben we veel scènes moeten schrappen, omwille van de tijd. Daar zou ik later nog wel iets mee kunnen doen. In het Hoekhuis filmen was echt een kers op de koloniale taart. We did it.

Op donderdag 11 juni om 20:00 zetten we dit gesprek voort bij Pakhuis de Zwijger. Deze Pakhuis Kino-avond wil je niet missen! Film, gesprek en een heerlijke snack van De Vrouw met de Baard. Reserveer hier voor slechts €6 jouw ticket!