In november 2025 arriveert, precies tien jaar na verschijnen, een nieuwe editie van Erik Jan Harmens’ inmiddels klassieke boek Hallo Muur. Een goede aanleiding om op maandag 1 december een avond te organiseren over stoppen met drinken (en het gevaar terug te vallen). Hieronder lees je alvast het nawoord van dit iconische boek.
Nawoord
Ik herinner me de eerste dag dat ik nuchter was na vijfentwintig jaar lang dagelijks te hebben gedronken. Ik wist niet waar ik het zoeken moest, dus ging ik maar naar een film over pratende apen die op een onbekende planeet over de mens regeren. In de parkeergarage onder de bioscoop sloeg ik de deur van mijn auto dicht. Zeker een minuut zat ik ineengedoken met mijn handen over mijn oren. Iemand vroeg of het ging en de vraag stellen was ‘m beantwoorden.
Zo hard komt alles binnen als je ineens onverdoofd leeft. Voorheen was er gedimd licht en deemster, nu leefde ik 24/7 onder de tl-balken. Zie het dan maar eens gezellig te maken. Dat lukte pas toen ik stopte met proberen. En ik me realiseerde dat als je stopt met drinken je daar niets voor terugkrijgt.
Niets als in: geen nieuwe roes. Daar is geen alternatief voor. Wel kreeg ik (om maar ’ns wat te noemen) door mijn geheelonthouding een geweldig goede band met mijn kinderen, want ik was als vader ineens blijvend beschikbaar. En ik verklein de kans dat ik net zo voortijdig overlijd als al die anderen met een ‘bourgondische levensstijl’. Plus ik hield ineens schandalig veel tijd over, want regelmatig was ik ’s avonds te dronken geweest om te schrijven en ’s ochtends te brak. Ik kreeg er twee dagdelen bij!
Hallo muur verscheen tien jaar geleden. Ik ben nu dus tien jaar ouder en drink tien jaar langer niet dan in het boek. Ik schreef het nadat ik wegens een echtscheiding een klein jaar geen huis had gehad. De helft van die periode bracht ik door in een tochtige stacaravan in Den Ilp. De andere helft sliep ik op een matrasje bij mijn moeder en voelde ik me geen veertiger maar veertien. Uiteindelijk kreeg ik de sleutels van een totaal leeg wit appartement. In de woonkamer plaatste ik twee schragen en daarop een plank. Daarop een laptop en in dat niets, in dat vacuüm, begon ik te tikken. Toen ik de eerste proef met mijn uitgever en mijn redacteuren besprak, stelden we vast dat het verhaal een tweede personage nodig had. Dat werd de muur. Niet langer was er alleen sprake van een verteller, nu was er ook een luisteraar. Al was die dan van beton.
In Het slothoofdstuk van Hallo muur staat: ‘Het gaat goed met me. Maar het ging een tijdje niet zo goed. Die donkerte ligt nu achter me, als een voorbije nacht.’ Ettelijke malen heb ik in het manuscript een blok van die regels gemaakt en met mijn wijsvinger boven de backspacetoets gehangen. Durfde ik dat te zeggen, dat de donkerte achter me lag? Moest ik niet op mijn hoede blijven? Was dat het nu goed ging geen voorbode van nieuwe tegenspoed?
De regels zijn erin gebleven en een decennium later gaat het nog steeds goed met me. Dat is deels een semantische kwestie: door het te zeggen, is het zo. Want het gaat zeker niet de hele tijd goed. Best heel regelmatig zijn de indrukken die binnenkomen te hevig en te talrijk en ik heb helemaal niks om ze mee te dempen. Dus moet ik ze maar ondergaan. Bij de Jellinek hebben ze me daar een techniek voor geleerd: je gaat op een stoel zitten, sluit je ogen en wacht tot het beter wordt. Je denkt: dat moment komt nooit. Dat komt nooit, dat komt nooit, dat komt nooit. En dan komt het.
Erik Jan Harmens
Amsterdam, november 2025
***
Meer over Hallo Muur, stoppen met drinken, terugvallen en weer opkrabbelen? Meld je aan voor Dry December op maandag 1 december. Tot dan!