Acht jaar lang stonden 24 hulpverleners terecht omdat zij op Lesbos deden wat overheden nalieten: mensen uit zee redden. Op de bakermat van de democratie werd solidariteit behandeld als een misdaad, terwijl Europa steeds verder opschoof richting afschrikking en ontmenselijking. Hun vrijspraak brengt erkenning, maar laat ook zien hoeveel levens en morele grenzen er in de tussentijd zijn verloren.

©Amnesty International: Van links naar rechts: Ihab Abassi , Sarah Mardini, Athanasios Karakitsos, Sean Binder en Pieter Wittenberg

Mytilini, Lesbos, 15 januari 2026. Kort na negen uur in de ochtend
In het gerechtsgebouw van Mytilini hangt een muffe lucht die zich niet laat verdrijven. De houten stoelen zijn gladgesleten, de stenen vloer koud. Langs de witgroene muren bladdert de verf af, alsof zelfs het gebouw zich moeizaam staande houdt. Toch is hier vandaag de aandacht van Europa geconcentreerd.

Voorin de zaal nemen Pieter Wittenberg en de andere aangeklaagden plaats. Vierentwintig mensen die ooit als vrijwilligers naar Lesbos kwamen, zitten nu tegenover de rechters. Achter plexiglas bladeren zij door hoge stapels dossiers, papier dat zwaarder lijkt te wegen dan de levens waar het over gaat. Politieagenten houden toezicht. De zaal is stil, gespannen.

Om 09:11 uur begint de zitting. Acht jaar nadat de beschuldigingen voor het eerst werden geformuleerd. Acht jaar waarin helpen langzaam werd herijkt tot verdenking.

Dat deze rechtszaak plaatsvindt in Griekenland, de bakermat van de democratie, is een ironie die niemand hardop benoemt, maar die overal voelbaar is. Juist hier, waar het idee ontstond dat burgers verantwoordelijkheid dragen voor de gemeenschap, staan mensen terecht omdat zij handelden uit solidariteit. De zaak valt samen met een tijdperk waarin extreemrechts terrein wint, waarin grenzen worden verheven tot morele absolute waarden en waarin Europa, stukje bij beetje, zijn ziel lijkt te hebben verloren.

©Stanzen lèh Jelsma: Journalisten en belanghebbende wachten tijdens de schorsing op de trappen van de rechtbank in Mytilini.

De 24 van Lesbos
De groep die hier terechtstaat, staat bekend als de 24 van Lesbos. Rechtenstudenten, advocaten, artsen, een professionele zwemster die zelf vluchtte uit Syrië, een Nederlandse oud bankier en schipper van in de zeventig. Wat hen verbindt, is hun aanwezigheid op het eiland tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 en 2016.

In dat jaar bereikten ruim 850.000 mensen Griekenland per boot. Rubberboten, overvol, vaak ’s nachts, vaak zonder navigatie. Mensen die alles achter zich hadden gelaten vanwege oorlog, vervolging of armoede en Europa bereikten via de smalste en gevaarlijkste doorgang. De Griekse kustwacht en andere autoriteiten konden het niet aan. De opvang faalde. Het beleid kraakte. En dus sprongen burgers in het gapende gat.

Tussen 2016 en 2018 hielp de organisatie Emergency Response Centre International (ERCI) vluchtelingen veilig aan land en verleende zij eerste hulp langs de kust. Volgens het Openbaar Ministerie zou die hulp verder zijn gegaan dan noodhulp en de irreguliere binnenkomst van migranten hebben gefaciliteerd. De beschuldigingen waren zwaar: mensensmokkel, witwassen, deelname aan een criminele organisatie, spionage.

Voor de 24 betekende dat acht jaar stilstand. De Ierse Seán Binder mocht zijn beroep als advocaat niet uitoefenen zolang de zaak liep. De Syrische Sarah Mardini kampt met ernstige psychische problemen. De Griekse Athanasios Karakitsos verloor zijn baan. Pieter Wittenberg (78) kon al jaren aan weinig anders denken. Hun levens stonden stil.

Getuigen over de kust
De ochtend staat in het teken van getuigenverklaringen. Getuigen beschrijven de stranden van Lesbos als plekken van voortdurende spanning. Boten volgden elkaar op, soms meerdere tegelijk. Mensen kwamen uitgeput en onderkoeld aan land, kinderen in natte kleding, vrouwen met verwondingen, mannen die niet meer konden staan.

Vrijwilligers stonden dag en nacht paraat. Ze hielden de zee in de gaten met verrekijkers, luisterden naar meldingen, reageerden op noodsignalen. Ze begeleidden boten naar de kust, deelden dekens uit, brachten water, verleenden eerste hulp en probeerden orde te scheppen in totale chaos.

Steeds opnieuw wordt benadrukt dat dit gebeurde in samenwerking met de Griekse kustwacht. Portofoons stonden op kanaal 16. Informatie werd gedeeld. Soms was de kustwacht al onderweg, soms niet. Het doel was eenduidig: mensenlevens redden.

Sarah Mardini en Sean Binder
Na de getuigen krijgen de beklaagden het woord. Sarah Mardini staat op. Ze vertelt over haar vlucht uit Syrië, over de overtocht die haar bijna het leven kostte. Over het moment waarop zij veiligheid vond in Europa en over haar besluit om terug te keren naar Lesbos om anderen te helpen. ‘Mijn hart is gebroken,’ zegt ze met trillende stem, ‘dat ik word beschuldigd van mensensmokkel terwijl ik zelf als vluchteling in zo’n bootje heb gezeten. Deze zaak heeft mijn leven kapot gemaakt.’

Daarna spreekt Seán Binder. Hij vertelt hoe hij zich officieel aanmeldde als vrijwilliger en transparant werkte. Buiten de rechtszaal vat hij het later scherp samen: ‘We hebben zeven jaar moeten wachten om te bewijzen dat WhatsApp geen criminele app is. Dat fondsen werven voor wasmachines geen witwassen is. Dat reddingswerk geen mensensmokkel is. Dit had dertig minuten moeten duren.’

©Stanzen Lèh Jelsma: Sarh Mardini, zichtbaar gemotioneerd na de vrijspraak

Pieter Wittenberg
Later op de middag is Pieter Wittenberg aan de beurt. Hij vertelt over een nacht op zee, jaren geleden. Hij stond op een klein reddingsbootje, tien tot vijftien meter boven ijskoud water. Het was donker. Niemand zou hem komen redden als het fout ging.

Wat doe ik hier? vroeg hij zich af.

Toen dacht hij aan zijn vader. Een Joodse man die in 1938 moest vluchten uit Tsjechoslowakije en in Nederland werd opgevangen door onbekende Amsterdammers. Gered.

‘Zo moet een vluchteling zich ook voelen,’ zegt Wittenberg. ‘Alleen dan zonder keuze.’

Hij vertelt ook over het verlies van zijn zoon, over rouw die zijn leven ontwrichtte. Over Lesbos als plek waar helpen vanzelfsprekend voelde. ‘Nooit had ik gedacht dat ik tien jaar later voor u moest uitleggen waarom mensen in nood helpen geen criminele daad is.’

De stilte voor de uitspraak
Na bijna twaalf uur wachten, tien daarvan op een houten stoeltje vooraan, wordt het stil. Doodstil. De rechter begint te lezen.

Iedereen is onschuldig verklaard.
Geen criminele organisatie.
Geen mensensmokkel.
Geen witwassen.

Het ging om hulp aan mensen in nood. Niet om strafbare feiten. De hulpverleners hadden geen plicht om informatie te delen met de autoriteiten. Al het geld was legaal verkregen. Alle maatregelen worden ingetrokken. Bezittingen worden teruggegeven.

In de rechtszaal barst het applaus los. Er wordt gejuicht, gehuild, geknuffeld. Zelfs de bode van de rechtbank geeft Wittenberg een omhelzing.

Maar intussen heeft het levens gekost
Onder de euforie ligt woede. Woede over de jaren die zijn weggeraakt. En over wat er in die tijd op zee gebeurde.

Sinds 2018 varen er nauwelijks nog reddingsboten van ngo’s in Griekse wateren. Uit angst voor vervolging trokken organisaties zich terug. ‘Search and rescue’ werd gestaakt. Vrijwilligers beperken zich sindsdien tot hulp aan mensen die al geregistreerd zijn als asielzoeker.

Volgens cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie verdronken of verdwenen tussen 2014 en 2023 meer dan 28.000 mensen op de migratieroutes naar Europa. Alleen al in 2024 waren er meer dan tweeduizend doden en vermisten op zee, blijkt uit data-analyse van het IOM.

De afwezigheid van ngo’s betekende niet alleen minder hulp, maar ook minder toezicht. Volgens Aegean Boat Report werden in 2024 ruim 14.000 mensen illegaal teruggeduwd door Griekse autoriteiten, pushbacks die internationaal zijn veroordeeld.

En terwijl deze 24 nu internationale aandacht krijgen, zitten talloze andere mensen vast in detentiecentra. Soms voor zo’n hondervijvenveertig jaar. Vluchtelingen die enkel een bootje bestuurden omdat niemand anders dat kon. Door autoriteiten aangemerkt als mensensmokkelaars. Zonder camera’s, zonder publiek, zonder rechtsbijstand. Zij zijn de stille slachtoffers van hetzelfde systeem.

Een precedent en een waarschuwing
Advocaten noemen de uitspraak een precedent. Vergelijkbare zaken op Lesbos zijn inmiddels vaker vroegtijdig geseponeerd. Maar tegelijk waarschuwen juristen dat het juridische klimaat verhardt. Nieuwe wetgeving dreigt hulp aan mensen zonder papieren opnieuw strafbaar te maken.

De zaak van de 24 van Lesbos staat niet op zichzelf. Ze past in een bredere Europese ontwikkeling: de criminalisering van solidariteit, de ontmenselijking van mensen op de vlucht, een Europa dat zijn grenzen bewaakt maar zijn morele kompas kwijt is geraakt.

Dat juist in Griekenland, waar democratie werd geboren,  hulpverleners jarenlang voor de rechter stonden, is meer dan ironisch. Het is een waarschuwing.

Epiloog
Op de trappen voor de rechtbank zijn de vrijgesproken hulpverleners strijdbaar.
‘Ik ga gelijk weer de zee op,’ zegt Athanasios Karakitsos. Pieter Wittenberg vult aan:
‘Ik weiger te geloven dat mensen in nood redden ooit daadwerkelijk strafbaar kan zijn.’

De zee ligt verderop. Onverstoorbaar. Mensen verdrinken er nog steeds.

Maar op 15 januari werd hier iets vastgelegd, niet alleen juridisch, maar moreel:
dat solidariteit geen misdaad is, zelfs niet in een Europa dat dat soms lijkt te zijn vergeten.

©Stanzen Leh Jelsma: Na de vrijspraak liepen de 24 van Lesbos naar zee en namen ze een duik. Iif we won we will swim”

Geschokt en onder de indruk van dit verhaal, maakte filmmaker & journalist Stanzen Leh Jelsma de documentaire ‘From Compassion to Crime’. Op donderdag 5 februari kijken we samen naar deze documentaire, gevolgd door een nagesprek over het Europese migratiebeleid, de criminalisering van solidariteit en de vaak onderbelichte realiteit dat vluchtelingen zelf structureel worden gecriminaliseerd. Kom ook, reserveer je gratis plek via deze link.