Van Rob Jetten als klimaatdrammer tot het huidige coalitieakkoord: het Nederlandse klimaatbeleid is in korte tijd van toon veranderd. Waar Rob Jetten als eerste minister voor Klimaat en Energie de lat hoog legde met ambitieuze doelen en stevige investeringen, klinkt in het huidige coalitieakkoord vooral voorzichtigheid. Ambitie wordt nog benoemd, maar richting en urgentie lijken te vervagen. Wat bleef er over van Jetten zijn klimaatbeleid als minister, en wat zegt deze verschuiving over de plek van klimaat in de Nederlandse politiek? In hoeverre is dit een voortzetting van de klimaatambities van Rutte IV? Is klimaat nog leidend, of wordt de urgentie langzaam naar de achtergrond gedrukt?

Klimaatdrammer
Rob Jetten trad in 2022 aan als de eerste Nederlandse minister voor Klimaat en Energie. In zijn jaren als oppositielid stond hij bekend om zijn activistische houding ten opzichte van klimaatbeleid. VVD’er Klaas Dijkhoff gaf hem de bijnaam klimaatdrammer, hij omarmde deze bijnaam door op te komen dagen in een trui met deze tekst erop. Klimaat stond voor Jetten stipt op één en toen hij door partijleider Sigrid Kaag werd gevraagd voor de nieuwe ministerspost zei hij volmondig ja. Naar eigen zeggen zou hij voor een andere positie waarschijnlijk vriendelijk hebben bedankt.

Klimaatminister
Al voor zijn ministerschap probeerde Jetten als kamerlid het kabinet aan te sporen tot een meer en ambitieuzer klimaatbeleid. Eenmaal verantwoordelijk riep hij op tot meer en vooral versnelde actie. Die urgentie werd versterkt door meerdere crises tegelijk: de oorlog in Oekraïne, alarmerende IPCC-rapporten en de internationale afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs. De Russische invasie maakte pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar Nederland was door zijn afhankelijkheid van gas. In de praktijk werd Russisch gas grotendeels vervangen door import uit de Verenigde Staten, terwijl tegelijkertijd werd besloten de grootschalige gaswinning in Groningen definitief te beëindigen. Deze combinatie laat zien hoe nauw energiezekerheid, geopolitiek en klimaatbeleid met elkaar verbonden zijn. Voor Jetten was dit aanleiding om strakker te sturen op het nakomen van bestaande afspraken en het tempo van de energietransitie te verhogen.

In het coalitieakkoord van zijn kabinet werden heel scherpe doelen gesteld voor klimaatbeleid, een 60% CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. Die ambitie bleef niet beperkt tot papier. Met een aanvullend klimaatpakket werden 122 extra maatregelen genomen, gefinancierd met 28,1 miljard euro uit het Klimaatfonds. Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeerde dat de nationale klimaatdoelen hierdoor voor het eerst binnen bereik kwamen. Jetten zijn beleid werd daarmee bestempeld als zowel ambitieus als haalbaar. Een van zijn belangrijkste instrumenten was het Klimaatfonds zelf. Met een budget van 35 miljard euro moest dit fonds de energietransitie structureel ondersteunen door middel van investeringen in hernieuwbare energie, verduurzaming van woningen en innovatie in de industrie. Opvallend daarbij was de nadruk op sociale rechtvaardigheid. Kwetsbare huishoudens werden expliciet genoemd en moesten beter worden geholpen, met ondersteuning bij verduurzaming en bescherming tegen te hoge lasten. 

Klimaatpremier?
Wie het huidige coalitieakkoord genaamd “Aan de slag” leest, ziet een andere toon. De noodzaak om minder afhankelijk te worden van ondemocratische landen wordt expliciet benoemd, en het kabinet stelt met volle kracht te willen doorwerken aan de klimaatdoelen. Tegelijkertijd wordt erkend dat het klimaatdoel voor 2030 lastig haalbaar wordt, al blijft de ambitie formeel overeind. Opvallend is wat er ontbreekt: verwijzingen naar IPCC-rapporten of het Klimaatakkoord van Parijs zijn volledig verdwenen.

Ook het Klimaatfonds speelt een beperkte rol. Het wordt slechts één keer genoemd, namelijk als financieringsbron voor de bouw van ten minste vier nieuwe kerncentrales. Waar het fonds onder Jetten diende als een breed investeringsinstrument voor de energietransitie, wordt het nu vooral gekoppeld aan één technologische oplossing. De focus van het coalitieakkoord ligt verder sterk op de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Elektrificatie van de industrie geldt als de belangrijkste route om verduurzaming te versnellen. Ook wil Jetten verder inzetten op wind op zee en toewerken naar 40 Gigawatt in 2040, ongeveer een vertienvoudiging van de huidige plannen. Het coalitieakkoord stelt dat een bloeiende economie en een leefbare aarde hand in hand kunnen gaan. De vraag is echter hoe stevig dit uitgangspunt nog wordt ingevuld, nu eerdere klimaatambities zijn versmald en het beleid minder richtinggevend lijkt dan voorheen.

Op woensdag 25 februari gaan we in gesprek over hoe het minderheidskabinet hard zal moeten werken om de klimaatdoelen alsnog haalbaar te maken. Dit doen we met Olof van der Gaag, voorzitter Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, en Hans Stegeman, hoofdeconoom bij Triodos Bank. Sjoukje van Oosterhout, woordvoerder klimaat voor GL-PvdA in de Tweede Kamer, vertelt over haar strategie om vanuit de oppositie de klimaatambities van het minderheidskabinet aan te jagen. 

Meld je hier gratis aan