Het is onrustig op het continent. Wekelijks verschijnen berichten van nieuwe aanvallen van Rusland in Oekraïne en andersom, ongeïdentificeerde drones worden boven verschillende Europese steden gesignaleerd – wat laatst bij Eindhoven Airport leidde tot het volledig stilleggen van het vliegverkeer – en in de Baltische staten zijn meerdere malen Russische gevechtsvliegtuigen het luchtruim binnengevlogen. Met daarnaast de wispelturige Donald Trump aan het roer in de Verenigde Staten, lijkt Europa op het gebied van defensie steeds meer op zichzelf aangewezen.
Als reactie op deze verslechterde geopolitieke situatie besloot de Europese Commissie in maart dit jaar om 800 miljard euro vrij te maken voor de herbewapening van Europa voor 2030. Voor Nederland zou dit een stijging van het defensiebudget naar 3,5% van het bbp kunnen betekenen, wat ruimschoots boven de huidige 2% NAVO-norm ligt. Hoeveel extra Nederland uiteindelijk gaat uitgeven – mogelijk enkele miljarden per jaar – hangt af van toekomstige politieke keuzes en is nog niet vastgesteld.
Dit vraagt dus om een goed debat, zowel op nationaal als Europees niveau. Zo is er nog veel onduidelijk over het doel van deze grote investeringen in defensie. Het gaat om verdediging en veiligheid, maar wat houden deze doelen concreet in en wanneer zijn ze bereikt? Ook moeten we reflecteren op wat we verdedigen: gaat het om ons leven, onze manier van leven, onze waarden? En hoe verandert de samenleving door de groeiende militarisering?
Dan de praktische vraag: aan wat gaan we dat geld uitgeven? Zijn meer wapens de juiste middelen om het doel te bereiken? Zelfs als we weten wat we willen kopen, bepaalt Europese samenwerking in hoge mate of die investeringen effectief zijn. Een investering van 800 miljard euro heeft weinig zin zonder een sterke, gecoördineerde aanpak tussen de lidstaten. Sterker nog: dit soort bedragen impliceren dat die coördinatie al bestaat. Als Europa echter op dezelfde versnipperde en inefficiënte manier blijft werken als nu – bijvoorbeeld door het ontbreken van standaarden voor materieel – wordt het moeilijk om deze uitgave aan de lidstaten te rechtvaardigen. Tegelijkertijd liggen er kansen: een gedeelde dreiging kan de Europese samenwerking juist versterken.
Het politieke debat rondom de oplopende defensie-uitgaven gaat nu voornamelijk nog over hoe we ervoor gaan betalen. De zorg lijkt de dupe te worden van de verdedigingskosten, maar dit hoeft natuurlijk niet. Maar welke sectoren laten we dan inleveren – en vooral waarom? Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van potentiële bezuinigingen op publieke voorzieningen? Zijn er andere mogelijkheden om deze kosten te financieren en wat zijn daar dan de risico’s van?
Kortom, genoeg vragen voor een goed en bovendien noodzakelijk debat over het Europese doel, hoe we dat bereiken en wat we bereid zijn om daarvoor op te geven. Wil je hierover meepraten? Kom dan op 4 december naar Europa in Wapenuitrusting in Pakhuis de Zwijger. Meld je hier gratis aan!