Op vrijdag 12 juni organiseert schrijver en dichter Erik Jan Harmens samen met OvG Management en Pakhuis de Zwijger Het grote autismefestival. Zeven jaar geleden kreeg hij zijn diagnose, hij schreef er uitgebreid over in NRC en Trouw en ook in Het grote autismeboek (uitgeverij Thomas Rap, 2024). Een week voor aanvang van het festival maakt Harmens nogmaals de balans op.
‘Learn how to pretend,’ zingt Rita Coolidge in het lied We’re All Alone. Ik leerde dat veertig jaar geleden. Tot die tijd was ik mijzelf geweest: een fulltime dromer. Op straat struikelde ik steeds over de straatstenen. ’Til je voeten op!’ hoor ik mijn vader nog roepen. En ook: ‘Mag die garagedeur dicht!’ als ik weer eens zo in gedachten was verzonken dat mijn mond maar wagenwijd open bleef staan. Vaak liep het kwijl langs mijn mondhoeken, zonder dat ik het doorhad. Mijn T-shirt nat als een slab.
Alles wat je je kunt inbeelden, is echt
De hele dag door staarde ik in het niets, omdat alles in mijn hoofd gebeurde. Daarbinnen leidde ik een avontuurlijk leven. Ik was bevriend met beroemdheden, had een succesvolle carrière als liedjeszanger, kon alle meisjes krijgen. Picasso zei: ‘Alles wat je je kunt inbeelden, is echt.’ Zolang ik in het niets bleef staren met mijn mond open, kwam de realiteit er niet bij en was het wáár. Intussen werd ik wel gepest, vooral in de brugklas. Alleen merkte ik er niet veel van, omdat ik steeds ergens anders was. Mijn lichaam was er wel, maar mijn geest was gevlogen.
De roes
Een paar jaar later ontdekte ik een nog betere ontsnappingsmogelijkheid: de alcohol. Decennialang was de roes mijn hoogtepunt van de dag en de rest van de dag min of meer een aanloop daarnaartoe. De drank verzachtte en stelde me bovendien in staat om iemand anders te worden. Ik kreeg zelfvertrouwen – lééfde mijn dromen, in plaats van dat ik in dromen leefde. Struikelen op straat deed ik alleen als ik te diep in het glaasje had gekeken en ik hield mijn lippen braaf op elkaar tenzij ik praatte. Ik knoopte relaties aan, diende pesters van repliek, werd zelfs een succesvol schrijver.
De kloof
Er waren echter twee nadelen. Ten eerste bracht mijn bourgondische levensstijl me steeds dichter bij de ultieme escape: een vroegtijdige dood. Ten tweede ging de kloof tussen wie ik naar buiten toe was en wie vanbinnen steeds meer wringen. Ik vind een enkel leven al zo intens, laat staan een dubbelleven. Inmiddels ben ik dertien jaar nuchter en zeven jaar behept met een autismediagnose. Met professionele hulp probeer ik om weer mezelf te worden. Die zelf is een stuk stugger en saaier dan die joviale versie van mezelf die ik met verve speelde, maar het is wel écht.
Overvoerd
Gek ben ik niet, wel anders dan de meeste anderen. Ik heb een anders bedraad brein waardoor, om met Gerrit Achterberg te spreken, ‘elke harde stem/een steen is en een barst’. Veel sociale interacties zijn intens en/of complex. Ik ben creatief, maar niet flexibel. Een aanraking kan voelen als een stroomstoot, kleding met polyester erin trek ik uit alsof het in brand staat. Overal is informatie en ik weet nooit wat belangrijk is en wat niet, dus neem ik álles maar in me op – met als gevolg dat ik voortdurend ben overvoerd.
Vieren
Op 12 juni gaan we op Het grote autismefestival in Pakhuis de Zwijger heel veel overvoerde mensen verwelkomen, met en zonder diagnose. Mensen die eigenlijk niet van festivals houden, want te veel en veel te druk. Maar we zijn er tóch en dat voelt als een overwinning. Laten we die samen vieren. Uitbundig of ingetogen, als het maar écht is.
Tickets
Bestel hier je tickets en kijk op www.autismefestival.nl voor meer informatie.