In oorlog, liefde en verkiezingsprogramma’s lijkt alles geoorloofd. Maar nu de verkiezingen achter ons liggen moet er echt beleid worden gemaakt, met echte gevolgen voor ons allemaal. Daarom zetten we de grootste economische fabels waar politici hun plannen op baseren voor je op een rij.
Ben je een hardwerkende Nederlander? Vind je dat werken moet lonen? Geloof je dat de overheid wel wat zuiniger aan kan doen? Zoek je een huis? Tijdens de verkiezingen hebben we partijen veel horen zeggen. Maar kloppen de aannames die ze doen ook? Het korte antwoord: vaak niet. Neem de aftrap van de campagne. Op 12 oktober beweerde Yeşilgöz tijdens het RTL Premiersdebat (foutief) dat Henri Bontenbal huizenbezitters vierhonderd euro wil afpakken, autorijders een boete geeft om in de file te staan en niets doet voor de hardwerkende mensen. Er klopte weinig van, maar het klonk overtuigend. Dergelijke onjuiste beweringen hebben mogelijk ook jouw keuze in het stemhokje beïnvloed. Maar hun invloed reikt verder: ze sijpelen door in de beleidsplannen die de komende regeringsperiode zullen worden ontwikkeld. Daarom zetten we hier drie van de vijf grootste economische mythes die onze politiek beïnvloeden voor je op een rij.
#1 Bedrijven verdrinken in de vele regels
Op 14 oktober was Rob Jetten te gast in het programma Nieuws van de Dag. Jetten beklaagde zich over het aantal regels in Nederland en herhaalde zijn eerdere stelling dat er voor elke nieuwe regel twee weg moeten. Tafelgenoot Wierd Duk liet zich ontvallen dat hij ‘heel veel ondernemers kent die weg willen uit Nederland’.
Jetten en Duk zijn niet de enigen die Nederland presenteren als een logge bureaucratie. Henri Bontenbal merkte gekscherend op dat je al ‘vijftien vergunningen nodig hebt om een biertje te tappen’. JA21-leider Joost Eerdmans stelde dat bedrijven gek worden en dat er sprake is van een ‘stille exodus’ en Vincent Karremans is als minister van Economische Zaken voornemens zo snel mogelijk vijfhonderd regels te schrappen.
Het beeld is helder: het Nederlandse bedrijfsleven bezwijkt zogenaamd onder nodeloze regeldruk. Zo effenen politici de weg voor een grote dereguleringsoperatie.
Maar klopt het ook?
Uit onderzoek van de Europese Investeringsbank blijkt dat de Nederlandse regeldruk juist veel lager is dan in andere Europese landen. Ook scoren we beter dan de Verenigde Staten. De winsten zijn daarnaast de laatste jaren historisch hoog en het aantal faillissementen is juist zeer laag. Het is dus niet zo slecht ondernemen in Nederland. Er is dan ook geen exodus gaande, zoals Duk suggereert. Sterker, het tegenovergestelde is het geval, we hebben hier een influx van bedrijvigheid. Per inwoner heeft Nederland steeds meer ondernemingen.
#2 Nederlanders (lees: vrouwen) zouden meer moeten werken
Al geruime tijd verspreiden politici en columnisten het beeld dat Nederland een land vol werkschuwe deeltijdwerkers is. Onze gemiddelde werkweek is, in vergelijking met andere landen, laag. Met name vrouwen moeten het als ‘deeltijdprinsessen’ ontgelden. Met regelmaat krijgen zij het tekort aan personeel in de schoenen geschoven: als zij nou eens wat meer gingen werken was dat wel opgelost, toch?
CDA, VVD en D66 stelden deze verkiezingen daarom regelingen voor die het belonen om meer te gaan werken.
Helaas houdt ook het frame dat Nederlanders weinig werken geen stand. Tenminste, niet als je verder kijkt dan de werkweek lang is. Nederlandse werknemers werken gemiddeld weliswaar iets minder uren per week dan het Europese gemiddelde, maar het aantal mensen met een baan is hier dan weer veel hoger. Bovendien gaan we in Nederland veel later met pensioen dan de meeste andere West-Europeanen.
Tel je het totale aantal gewerkte uren per Nederlander bij elkaar op, dan laten we andere West-Europese landen juist ver achter ons.
Kunnen we nog meer werken?
Waarschijnlijk niet.
Naast betaald werk moeten er op een dag nog een hoop andere taken worden volbracht. Van mantelzorg en het opvoeden van kinderen tot vrijwilligerswerk en het runnen van verenigingen. Op dit moment wordt een groot deel van dit onbetaalde werk door vrouwen verricht.
Natuurlijk zou het om allerlei redenen wenselijk zijn om het betaalde en onbetaalde werk beter tussen mannen en vrouwen te verdelen. Maar wie eenzijdig stelt dat vrouwen meer betaald werk moeten verzetten, zonder mannen vrij te maken voor onbetaald werk, zal ook de vraag moeten beantwoorden wie straks onze kinderen opvoedt, het verenigingsleven runt of de mantelzorg voor ouderen op zich neemt.
Daar horen we politici dan weer weinig over.
#3 De overheid is te groot (en moet dus bezuinigen)
Een van de centrale vraagstukken waar de komende regering een oplossing voor moet hebben, is hoe politieke partijen denken te gaan betalen voor de stijgende defensie-uitgaven. Grofweg zijn er twee kampen: kamp-hogere-belastingen en kamp-bezuinigen-op-de-overheid.
Met name VVD en JA21 willen flink het mes in de overheidsuitgaven zetten. Ze presenteren dit als een logische economische keuze. Zo liet Joost Eerdmans ( JA21) zich aan tafel bij Eva ontvallen dat de Nederlandse overheid ‘gigantisch is’. Dilan Yeşilgöz benadrukt doorlopend dat het geld ‘eerst verdiend en dan pas verdeeld moet worden’. Daarmee impliceert ze dat bedrijven geld verdienen terwijl de overheid vooral geld kost.
Het beeld dat ontstaat: de overheid is een luxeproduct.
Om te beginnen met die omvang. De ‘300 duizend beleidsmedewerkers’ die er volgens Eerdmans zouden werken, zijn in werkelijkheid maar 20 duizend ambtenaren. De overheid is juist zeer klein. Wanneer we kijken naar het aantal ambtenaren (nationaal, provinciaal en gemeente) per inwoner, dan is in Europa alleen de Duitse overheid kleiner.
Het idee dat geld eerst door bedrijven verdiend moet worden voordat de overheid het kan verdelen is eveneens een waanidee. Investeringen in onderwijs zijn bijvoorbeeld cruciaal voor een economie, net zoals bezuinigingen op kennis en innovatie de economie schaden. Dit hoeft de VVD niet van ons aan te nemen, het Centraal Planbureau (CPB) stelde al vast dat de bezuinigingsplannen van de liberalen de economie zullen schaden. En als ook het CPB niet volstaat kunnen ze misschien de brandbrief van 24 ceo’s en vijftien start-ups en scale-ups nog eens herlezen. Samengevat: ‘de onderwijsbezuinigingen gaan ons keihard raken.’
De Nederlandse overheid levert een cruciale economische bijdrage. Wie dat vergeet, wint misschien verkiezingen, maar schaadt de economie.
Dit artikel verscheen op 25 oktober in Vrij Nederland. Benieuwd naar de rest? Bekijk de volledige versie op de website van Vrij Nederland.
Wil je meepraten over meer economische mythes die onze politiek beïnvloeden? Kom dan 24 november naar Pakhuis de Zwijger, meld je hier aan!