Bekijk de oorspronkelijke publicatie van dit artikel op de website van Trouw.

Een feestelijk moment voor de energiecoöperatie Goed. Afgelopen week ging de stekker in het stopcontact van een groot zonneveld op een eiland in het IJmeer bij Amsterdam. Daarop moet op termijn een nieuwe stadswijk verrijzen. Bouwen kan echter niet meteen, omdat het land eerst tot rust moet komen. In die tussenjaren is het een ideale plek om zonne-energie op te wekken.

Dat doet Goed – een afkorting van Groen Opwekken en Delen – op geheel eigen wijze. Veel andere coöperaties bestaan vaak uit omwonenden die stroom afnemen en delen in de opbrengst. “Maar dat is denken vanuit de oude economie: ‘voor wat hoort wat’, redeneert initiatiefnemer Musetta van Wetsingh. “We moeten meer naar een maatschappij toe waarin we voor elkaar zorgen.”

Bij Goed is een lidmaatschap daarom gratis. Leden krijgen geen stroom en delen ook niet in de winst. Maar ze mogen wél meebeslissen over wat er met die winst gebeurt. “Die steken we in lokale projecten die armoede bestrijden en kansenongelijkheid tegengaan”, vertelt Van Wetsingh. Bij lopende projecten zijn er bijvoorbeeld al afspraken met de FixBrigade – ook terug te vinden in de Duurzame 100 – die mensen met een laag inkomen helpt om hun woning energiezuinig en comfortabel te maken.

Voor 2025 loopt het hoogseizoen voor zonne-energie op zijn einde. Begin 2026 verwacht Van Wetsingh daarom dat de opbrengst nog beperkt is. Het jaar erna kan het veld naar verwachting zo’n 150.000 euro opleveren. “Daarbij bepalen de leden dus waar we dat geld aan besteden. Door het lidmaatschap gratis te maken, houden we deelname zo laagdrempelig mogelijk. In de toekomst zou je zelfs kunnen nadenken over een negatieve contributie, waarbij wij de leden dus betalen. Ze brengen immers ook expertise en ideeën in.”

Duurzaam en sociaal

Zowel Goed als de FixBrigade past in een bredere trend die in de Duurzame 100 van dit jaar zichtbaar wordt. De lijst bevat een stuk of tien projecten die duurzaamheid rechtstreeks koppelen aan het tegengaan van armoede en sociale ongelijkheid. Opvallend: die stijgen allemaal, of ze komen dit jaar nieuw in de lijst binnen.

Tijdens de juryvergadering bleek de behoefte groot aan projecten die breder kijken dan klimaat en duurzaamheid. Maar die – zeker in een tijd met veel onrust in de wereld – ook de link leggen naar sociale ongelijkheid en klimaatrechtvaardigheid. En dat raakt weer aan een bredere discussie die al een aantal jaar speelt. Moet de duurzaamheidsbeweging bij haar leest blijven en zich vooral richten op de ernst van en de oplossingen voor de klimaat- en ecologische crisis? Of kan die missie alleen slagen als ze ook aandacht vraagt voor ongelijkheid en onrecht in de wereld?

Die discussie kwam in november 2023 tot een kookpunt bij een grote klimaatmars in Amsterdam. De organisatie besloot de Palestijnse wetenschapper Sara Rachdan het woord te ontnemen toen zij de veelbesproken leus From the river to the sea bezigde. Een leus waarover een verhit debat gaande was. Voor sommigen is de zin een oproep voor een vrij Palestina, voor anderen schuilt er een oproep tot geweld en een antisemitische connotatie in.

Het dichtdraaien van haar microfoon was zeer tegen de zin van Extinction Rebellion, die zich juist publiekelijk uitsprak voor de Palestijnse zaak. Die koppeling tussen de situatie in Gaza en de klimaatmars bleek bepaald niet onomstreden. Zo trokken verschillende vooraanstaande sympathisanten hun steun voor Extinction Rebellion in.

Klimaat en kolonialisme

Het verband tussen de klimaatcrisis en de Palestijnse mag dan niet voor iedereen evident zijn, de parallellen tussen duurzaamheid en ongelijkheid krijgen intussen breder erkenning. En dan gaat het niet alleen om het verband dat juist arme en kwetsbare mensen eerder en vaker door de gevolgen van klimaatverandering worden getroffen.

Ook in de geschiedenis van het kolonialisme zijn beide thema’s met elkaar verbonden. Zo bouwden rijke Europese landen hun welvaart niet alleen op ten koste van inheemse volkeren in de landen die ze koloniseerden, bijvoorbeeld via slavernij. Dat ging óók ten koste van de ecosystemen. In Afrika, Azië en Amerika, maar uiteindelijk ook in Europa. Anders gezegd: zoals groeiende welvaart ten koste ging en gaat van andere volkeren, gebeurt datzelfde óók met de natuur en de planeet.

Het zijn structuren die D100-jurylid Marrigt van der Valk nog steeds terugziet. In mondiale mechanismen, maar ook gewoon in haar dagelijks leven als natuurliefhebber. Van der Valk – zelf van Indonesische afkomst – ijvert als consultant voor een diversere en inclusievere natuursector. “Als ik als vrouw van kleur in een vogelkijkhut sta, wordt er anders naar mij gekeken dan naar een man in een jas van Bever Sport”, constateert ze. “Zo’n man gaat dan al snel uitleggen hoe het werkt, en waar ik naar zou moeten kijken.”

Geschiedenis werkt door

Inmiddels heeft Van der Valk een duurdere verrekijker dan vroeger. “Dan word je al iets serieuzer genomen.” De keerzijde: een zwarte vrouw zonder dat privilege wordt al helemaal als een curiositeit gezien. “In de natuursector zijn witte mannen nog heel erg de norm.” Een constatering die wat Van der Valk betreft niet los staat van het koloniale verleden. “De manier waarop wij natuur beheren, in reservaten met een terreinbeheerder, is terug te voeren op hoe dat ook in Amerika gebeurde. Daar zijn inheemse volkeren van hun land verdreven om natuurgebieden te creëren.”

Die historie werkt ook nu nog door, zegt Van der Valk. In het perspectief dat we natuur vooral moeten houden zoals het was. “Denk aan een term als ‘invasieve exoten’. De mens heeft een aantal nieuwe soorten hierheen gebracht, die we dan vervolgens ongewenst verklaren.” Maar ook in de sterke scheiding tussen natuur en cultuur. “Dat maakt natuur ook hoogdrempelig. Met meer groen in kwetsbare stadswijken bereik je een veel diversere groep mensen. Het kan daarbij ook helpen om niet alleen wandel- en fietstochten te organiseren, maar ook eens een picknick te houden.”

Bloei & Groei

Ergens in dat domein is het Amsterdamse initiatief Bloei & Groei actief. Een organisatie die via gemeenschappelijke natuur- en moestuinen vrouwen in kwetsbare wijken met voedsel, de natuur en elkaar verbindt. Aanvankelijk in Amsterdam-Zuidoost, intussen ook in drie andere stadsdelen.

“Veel vrouwen in deze wijken hebben weinig geld en weinig sociale contacten. Ze kampen met gezondheidsproblemen en chronische stress”, vertelt initiatiefnemer Ama Koranteng-Kumi. Ze noemt de tuinen ook wel healing gardens, waar de kracht van de natuur die negatieve spiraal kan doorbreken. “Vrouwen uit deze wijken hebben niet altijd toegang tot duurzaamheidsprojecten, terwijl het thema wel degelijk belangrijk voor ze is.”

Elkaar ontmoeten helpt, maar bezig zijn met voedsel en natuur zeker ook. De moestuin brengt goed eten van dichtbij binnen bereik, maar óók herinneringen van verder weg. “Het is als een stukje Suriname dat terugkomt”, zei een van de deelnemers bijvoorbeeld toen Trouw er in 2019 een reportage maakte. “Alleen al in deze tuin werken en bezig zijn, voelt als thuis.”

Het initiatief lijkt geknipt voor de Duurzame 100, zeker met de prioriteit die de jury dit jaar geeft aan projecten met een sociale component. Toch stond Bloei & Groei nog nooit in de lijst. Hoe komt dat? “Die vraag stel je aan mij”, reageert Koranteng-Kumi, “maar die zouden jullie natuurlijk eigenlijk aan jezelf moeten stellen.” Wel was Koranteng-Kumi in 2021 zelf een jaar jurylid. Daar stopte ze mee omdat ze vond dat diversiteit en inclusie onvoldoende aan bod kwamen.

Elitair en wit

De duurzaamheidsbeweging, concludeert Koranteng-Kumi, is nog altijd erg elitair en wit. De Duurzame 100 is daar een afspiegeling van. Bovendien komt de lijst tot stand op basis van nominaties van lezers, die vaak ook weer relatief welgesteld en hoogopgeleid zijn. Hoe doorbreek je die bubbel? “Door in elk geval niet alleen vanuit het ecologische aspect te kijken, maar een ruimere definitie van duurzaamheid te hanteren”, vindt Koranteng-Kumi. “Waarbij ook de sociale impact meeweegt. Juist mensen in achterstandsposities krijgen als eersten te maken met de gevolgen van klimaatverandering.”

Ook Hanneke van Ormondt, voorzitter van de D100-jury, erkent het belang om duurzaamheid te koppelen aan sociale rechtvaardigheid. Al plaatst ze daar ook een kanttekening bij. “Ik zie veel initiatieven en acties ontstaan waarbij aandacht voor wel vijf of zes thema’s wordt gevraagd. Ik denk dat het goed is dat die er zijn, want veel crises hebben met elkaar te maken. De ongelijkheid in de wereld, de macht van grote bedrijven over burgers, de democratie die onder druk staat. Maar ik denk óók dat de klimaat- en biodiversiteitscrisis zo groot zijn dat die ook honderd procent focus verdienen.”

Voor het elitaire gehalte van de duurzaamheidsbeweging haalt Van Ormondt ook nog een andere verklaring aan. “Je hebt ook te maken met een voorhoede, die het zich kan veroorloven om zich druk te maken over natuur en klimaat. Als je geen geld hebt om het eind van de maand te halen, liggen de prioriteiten anders. Die voorhoede draagt wél verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat veranderingen niet ten koste gaan van kwetsbare groepen.”

Volwaardig meepraten

Maar rekening houden met kwetsbare groepen is nog iets anders dan dat zij ook volwaardig meepraten en centraal staan, zoals bij Bloei & Groei gebeurt. Een spanningsveld waar ook energiecoöperatie Goed mee te maken heeft. Door het gratis lidmaatschap is deelname laagdrempelig. Maar, zo bevestigt initiatiefneemster Van Wetsingh, dat is niet genoeg om mensen in achterstandsposities ook daadwerkelijk te bereiken. Dat zou een veel actievere benadering vereisen.

Toch kiest Goed daar bewust niet voor. “Ik heb zelf in armoede geleefd”, vertelt Van Wetsingh. “De realiteit is dan dat mensen vaak de deur niet opendoen omdat er óók een deurwaarder zou kunnen staan. De vraag is of ze ontvankelijk zijn voor ons verhaal. Er zijn al veel organisaties actief op het gebied van armoedebestrijding: we willen dat niet nog ingewikkelder maken. Daarom kiezen we ervoor om juist in die organisaties te investeren. In de hoop dat mensen die hand aan kunnen pakken en op die manier ook meer ruimte in hun hoofd krijgen om zich druk te maken over duurzaamheid.”

Feestelijke uitreiking

Wie staat er bovenaan de Duurzame 100 van 2025? Het antwoord op die vraag volgt op 9 oktober tijdens de feestelijke uitreiking in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De komende weken maakt Trouw de lijst van dit jaar stap voor stap bekend. In de weken tot aan de uitreiking belichten we elke woensdag en zaterdag één of meer initiatieven uit de lijst. Daarbij maken we elke week de top 10 bekend in één van de categorieën.

De Duurzame 100 komt ook dit jaar weer mede tot stand dankzij de nominaties die lezers in april indienden. Een jury van twaalf deskundigen met verschillende specialismen en achtergronden heeft zich vervolgens over die lijst met initiatieven gebogen. Zij brachten in twee rondes hun stem uit, en beslisten zo welke projecten er in de lijst terugkomen.

Meer lezen over de Trouw Duurzame 100 en initiatieven uit de lijst? Dat kan op de website van Trouw.