De macht om de wereldwijde klimaatcrisis te beteugelen ligt voor een groot deel in handen van een handvol machtige olie- en gasbedrijven. Maar hoe dwing je deze reuzen tot verandering? We spraken met Mark van Baal, de oprichter van Follow This, over de strijd tegen Big Oil, een rechtszaak van ExxonMobil en de noodzaak voor pragmatisch optimisme.

Waarom besloot jij je op Big Oil te richten? Was daar een specifiek moment voor?

Ik ben een tijdje journalist geweest en ik schreef over klimaat en energie. Ik trok toen eigenlijk de conclusie dat de macht om de energietransitie naar schone energie te versnellen ligt bij de olie- en gasbedrijven. Als die nou al hun ervaring, miljarden en wereldwijde invloed inzetten, dan gaat die energietransitie veel sneller. Olie- en gasbedrijven zijn goed voor meer dan de helft van alle CO2-uitstoot. Als zij niet veranderen, wordt het heel moeilijk om klimaatverandering te stoppen. Als journalist kreeg ik daar geen beweging in, dus dacht ik: dan moet het maar als aandeelhouder.

In 2024 werden jullie aangeklaagd door ExxonMobil. Wat zegt dat over jullie aanpak?

Dat laat zien dat onze aanpak werkt. Exxon nam de moeite om een kleine NGO uit Amsterdam voor de rechter in Texas te slepen. Ze zeiden zelfs: ‘They are out there to put us out of business’. Dat klopt natuurlijk niet, wij willen dat ze veranderen. Het is intimiderend, zo’n rechtszaak. Het kan jaren duren en veel geld kosten. Maar het is ook een bevestiging: we zijn blijkbaar iets aan het doen wat effect heeft. Bij Shell en eigenlijk alle Europese olie- en gasbedrijven hebben we al laten zien dat aandeelhouders echt invloed kunnen uitoefenen.

En baart dat je ook zorgen voor de toekomst, dat meer bedrijven deze aanpak kiezen?

Ja, dat is heel zorgelijk voor de toekomst van de wereld. De bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de klimaatcrisis zetten alles in om verandering tegen te houden. Dat is rampzalig. 

Hoe hou je de hoop erin dat het nog goed komt?

Ik probeer geen hoop te hebben, maar alleen optimisme. Dat heb ik van een essay van Tommy Wieringa geleerd. Je moet niet hopen, dat is te vrijblijvend. Wat er moet gebeuren, is technisch en economisch geen enkel probleem. Het is juist beter economisch voor de wereld om over te gaan op schone energie. Technisch is het geen probleem, omdat de zon genoeg energie aan de aarde geeft. Binnen een uur levert de zon genoeg energie om de wereldeconomie een jaar te laten draaien. De technologie is er: zonnepanelen, windturbines, waterkracht en batterijen zijn er gewoon. Het moet alleen massaal worden toegepast. We hebben alleen te maken met een paar oude mannen die de bedrijven leiden en geen zin hebben in verandering. Dat is voor mij onacceptabel. Dus daar werken wij aan. Je moet wel pragmatisch optimistisch zijn, anders hou je het niet vol.

Het intrekken van jullie motie tegen ExxonMobil, ging dat gepaard met paniek?
Exxon begon de rechtszaak om 12 uur ’s nachts onze tijd, dus dat zegt al wat. Hun doel was duidelijk: een juridisch precedent creëren zodat aandeelhouders nooit meer klimaatresoluties kunnen indienen. We wisten dat we juridisch sterk stonden, maar het zou jaren duren en waarschijnlijk miljoenen kosten. In Amerika eindigt dit vaak bij de Supreme Court, waar op dit moment zes van de negen rechters conservatief zijn. Als je daar verliest, kan geen enkele aandeelhouder ooit nog iets over klimaat op de agenda zetten. Dus we dachten: ‘We take one for the team’ en dat team is de wereldwijde klimaatbeweging.

Veel oliebedrijven hebben inmiddels klimaatdoelen. Is dat vooruitgang of vooral greenwashing?

Allebei. Door onze resoluties ging Shell beloven dat ze al hun CO2-uitstoot omlaag gingen brengen. Dat was revolutionair, want ze zeiden tot dan toe altijd: ‘Wij zijn niet verantwoordelijk voor wat onze klanten met onze producten doen’. Maar vervolgens ging nog steeds 90% van hun investeringen naar fossiel en slechts 10% naar schone energie. Dus echt in transitie waren ze niet. Je kan niet greenwashen als je helemaal niets doet, dus het is vooruitgang, maar ze zijn nog lang niet in lijn met Parijs.

Denk je dat het ooit echt gaat veranderen?

Het moet wel. Als het niet gebeurt, dan eindigen we in een 3 à 4 graden warmere wereld. Als Big Oil niet wil veranderen, zullen ze uiteindelijk verdwijnen. Dan gaan ze dezelfde weg als Kodak. Kodak vond in 1977 de digitale fotografie uit, maar deed er niets mee en ging failliet. We kunnen ons echter niet veroorloven dat deze bedrijven pas in 2050 failliet gaan in een wereld die al is verwoest.

Waar hoop je over vijf of tien jaar te staan?

Over vijf jaar moet er één olie- en gasbedrijf door zijn aandeelhouders gedwongen zijn om écht te veranderen. Niet zo halfbakken als Shell en BP, maar volledig inzetten op de transitie. Als één bedrijf laat zien dat het kan en dat je daar niet bang voor hoeft te zijn, dan volgt de rest vanzelf. Net als met de auto-industrie: iedereen riep dat elektrisch rijden niet kon, totdat één partij liet zien dat het wel kon en succesvol werd. Dan lossen we de klimaatcrisis nog op.

Wat is de gedachte achter het thema van jullie festival: “Think different and just do it”?

Het is een combinatie van de oude slogans van Apple en Nike. Een nieuw idee bedenken is niet zo moeilijk, maar de wereld verandert alleen door mensen die niet alleen anders denken, maar het ook gaan doen. Neem de Plastic Soup Surfer: er zijn genoeg mensen die roepen dat plastic verschrikkelijk is, maar hij is ook echt wat gaan doen. We hopen dat het een inspirerende avond is voor mensen, dat ze denken: ik ga mijn droom ook najagen. Je moet gewoon beginnen.

De energietransitie lijkt vaak iets abstracts, maar begint bij mensen die besluiten om niet langer af te wachten. Tijdens Think Different and Just Do It op 7 april komen sprekers en doeners samen die laten zien wat er gebeurt als je wél in actie komt.