Twee weken geleden lekte het nieuwste conceptrapport van het IPCC uit. Hierin wordt duidelijk dat we nog sneller dan gedacht afstevenen op onomkeerbare klimaatverandering. En dat we met onze huidige koers op z’n best op 3˚C temperatuurstijging in 2100 uitkomen. We lijken met z’n allen keihard te werken aan de transitie naar een duurzame samenleving, maar het tegendeel wordt eigenlijk bewezen. Hoe komt dit?

De afgelopen anderhalf jaar heb ik onderzoek gedaan naar de oorzaak-gevolg relaties die ons economisch systeem beheersen. Daar kwam uit dat er een sterke samenhang is tussen de financiële sector en politieke besluitvorming, met toenemende milieu-impact als gevolg (zie Figuur 1).

Figuur 1 | De samenhang tussen de financiële sector en politieke besluitvorming in ons economische systeem (Polet, Copper8, 2021).

Ons economisch systeem wordt beheerst door de volgende dynamiek:

  1. Banken creëren geld als schuld in de vorm van bijv. hypotheken en bedrijfsleningen. Dit geld wordt besteed, met als gevolg economische activiteiten en economische groei. Deze groei leidt tot milieu-impact. Tegelijkertijd leidt economische groei ook tot meer geldcreatie, omdat de economische vooruitzichten goed zijn;
  2. Meer en meer van het gecreëerde geld blijft in de financiële sector hangen (‘financialisering’). Dit leidt tot ongelijkheid, omdat het geld in handen is van een kleine groep mensen. Het terugbetalen van schulden zorgt voor een shift in welvaart. Het leidt ook tot fragiliteit. Financiële producten worden uitgewisseld tussen instellingen, zodat deze met elkaar komen samen te hangen. Als er eentje omvalt, kan deze andere meenemen;
  3. Ongelijkheid en fragiliteit leiden tot ontevredenheid en crises. De opkomst van Trump, de brexit en het rechtspopulisme in Europa kunnen niet los worden gezien van ongelijkheid. De financiële crisis van 2008 is bekend, maar ook daarvoor waren er meerdere crises. Deze twee dwingen de politiek er constant toe op de korte termijn de economie en daarmee de samenleving te redden;
  4. De korte termijn reflex verslapt de aandacht voor duurzaam beleid. Het redden van de economie en daarmee het in stand houden van de economische groei gaat voor alles;
  5. Zwak duurzaam beleid maakt dat we onze milieu-impact niet (voldoende) kunnen verminderen. En in het huidige economische systeem wordt dit duurzame beleid constant ondermijnt door de korte termijn.

In samenwerking met Pakhuis de Zwijger hebben we twee programma’s ontwikkeld om deze samenhang samen met experts te onderzoeken. De volgende vraag stond hierin centraal: Hoe duurzaam is het om in een eindige wereld oneindige consumptie en groei centraal te stellen?

Ons hele economische systeem is op groei gebaseerd. Overheden en hun planbureaus komen jaarlijks met vooruitzichten over de economische groei in de komende jaren. En als er geen groei is, raakt iedereen in paniek. En dat is niet gek, want zonder groei gebeuren er een aantal dingen:

  • Uitstaande leningen worden minder terugbetaald, waardoor financiële instellingen minder gezond worden en kunnen omvallen. Met als gevolg dat de financiële sector in grote problemen komt;
  • Overheden kunnen minder belastingen innen, omdat er minder winst wordt gemaakt. Hierdoor is er minder geld voor publieke voorzieningen en het sociale vangnet, waardoor ongelijkheid kan toenemen;
  • Werkloosheid neemt toe. Bij een gelijkblijvende economie zorgt bevolkingsgroei ervoor dat meer mensen dezelfde hoeveelheid werk doen, terwijl toenemende arbeidsproductiviteit (door automatisering) ervoor zorgt dat er minder werk is.

De realiteit is echter ook dat we minder (of geen) groei moeten hebben om de aarde leefbaar te houden. Verhalen over ontkoppeling tussen economische groei en milieu-impact vinden bovendien niet of nauwelijks plaats.

In de eerste aflevering staat het begrijpen van het economische systeem centraal. Irene van Staveren (hoogleraar pluralistische economie in Rotterdam) benadrukt dat het economie-onderwijs en economische besluitvorming ver van de werkelijkheid af staan. De link tussen economische wetten en milieu-impact ontbreekt en er wordt altijd geredeneerd vanuit kapitaal (en de vermeerdering daarvan), zonder arbeid en welzijn centraal te stellen.

Kees Klomp (grondlegger van THRIVE) beaamt dit en geeft aan dat ecologie een integraal onderdeel is van onze economie, in plaats van een sluitpost. Bovendien, zo zegt hij, moeten we een minder hoge welvaartsstandaard gaan accepteren, ten behoeve van natuur en welzijn.

Welke rol heeft de financiële sector daar dan in? Rens van Tilburg (directeur Sustainable Finance Lab) vindt dat investeringen door financiële instellingen veel breder getoetst moeten worden. Niet alleen maar puur financieel, maar ook ecologisch (bijv. ontbossing) en sociaal (bijv. werkgelegenheid). Daarbij geeft Jens van ’t Klooster (onderzoeker KU Leuven) wel aan dat overheden meer ruimte (budget en mensen) moeten hebben om de financiële sector deze richting op te sturen. Deze belangrijke taak kan je immers niet alleen aan de markt overlaten.

Voor Irene van Staveren moet een van die toetsingskaders zorgzaamheid zijn. Dat is gebaseerd op Adam Smiths vaststelling dat elke goed functionerende economie bestaat uit markt, staat en community en dat het in die laatste gaat over zorg voor elkaar.

In de tweede aflevering staan oplossingen om uit dit economische systeem te breken centraal. Mark Sanders (Sustainable Finance Lab) wijst er op dat we groei ook anders kunnen definiëren, namelijk zo dat het gaat over de impact op het milieu. Mensen zijn nu eenmaal geneigd om waarde te creëren, maar dat hoeft niet per se in meer transacties op de markt te zitten die bijdragen aan het BNP, vindt ook Sam de Muijnck (econoom Our New Economy). Groeien kan ook in andere richtingen. Voor Wim Boonstra  (RaboResearch) moeten we groei zo inrichten dat het ‘schoon’ is. Dan kunnen we de omslag naar een duurzame samenleving maken. Daar ligt een taak voor de politiek volgens hem. Waarom is duurzaam geproduceerd voedsel nog steeds duurder dan niet-duurzaam geproduceerd eten?

Er zijn een aantal zaken die verhinderen dat de bank zelf de omdraai kan maken. Zo heeft de bank zich te houden aan wetten en regels rondom investeringen met het geld dat mensen op de bank hebben staan. Reguliere investeringen kennen minder risico’s dan groene beleggingen volgens Mark Sanders, waardoor het meeste geld nog steeds naar onduurzame activiteiten gaat

Kinanya Pijl (rechtsgeleerde UvA) gaat zelfs nog verder. Het gaat niet alleen om de investeringen van banken, maar ook over haar besluitvorming. Banken zijn niet zomaar tussenpersonen tussen vraag en aanbod van geld. Zij bepalen waar het geld heen gaat en welke activiteiten daarmee ondernomen worden. Dat gaat ons allemaal aan, niet alleen de aandeelhouders. Zij stelt voor om de besluitvorming te democratiseren zodat alle stakeholders (burgers, bedrijven, huishoudens) een stem hebben in de investeringen. Een concreet voorbeeld hiervan is een maatschappelijke adviesraad voor banken.

Maar gaat schone groei ons dan redden? Ik weet wel bijna zeker van niet. Onze milieu-impact lijkt niet af te nemen, zo laat het IPCC-rapport zien. Mark Sanders ziet echter wel degelijk dingen veranderen, en noemt deze pessimistische blik vooruitkijken in de achteruitkijkspiegel. Met andere woorden, dingen kunnen radicaal veranderen.

Wat laat onderzoek ons zien? Dat tussen 1991-2015 onze milieu-impact niet is afgenomen t.o.v. 1971-1990. Dat is op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat in 1991-2015 de wereldwijde bevolkingsgroei lager was dan in 1971-1990, dat decarbonization lager was en dat de CO2-intensiteit van economische groei in de meeste lage- en middeninkomenslanden juist is toegenomen. Om onder de 2˚C opwarming te blijven moeten we 2-3 keer sneller dan we ooit gedaan hebben decarboniseren en onze energie-intensiteit terugbrengen.

Een ander economisch model is nodig. Zonder groei. En dat vereist een radicaal andere financiële sector en politiek. Ga er maar aan staan.

Comment on this article
Heb je vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit programma? Bekijk dan onze veelgestelde vragen