De kunst van de toekomst

Ruben Jacobs presenteert de Artonauten tijdens de Tegenlicht Meet Up over Cultuurbarbaren.
Reageer

Hoe zal de kunst evolueren in de komende twintig jaar? En wat is de rol die de kunstenaar zal innemen? Ruben Jacobs presenteert zijn visie over de kunst van de toekomst in de Tegenlicht Meet Up ‘Cultuurbarbaren‘. Moeten we ons voorbereiden op de komst van de ‘artonauten’? Kijk hier naar zijn presentatie en lees zijn betoog.

Hieronder kan je naar de gehele Meet Up kijken of meteen gaan naar 1 uur 21 minuten 36 seconden, daar begint Ruben.

Artonauten – Kunst voorbij de mens

Hoe zou het zijn om als dier door het leven te gaan? De Britse kunstenaar Thomas Thwaites vroeg het zich af. Om erachter te komen deed hij een poging om tijdelijk, met behulp van kunstmatige protheses en een helm, als geit te leven. Wat als het menselijk lichaam steeds meer op een machine gaat lijken waarvan je kapotte onderdelen kan vervangen? In zijn project The Modular Body onderzoekt de Nederlandse kunstenaar Floris Kaayk in hoeverre je je eigen lichaam kunt kweken en in elkaar kunt zetten. Hoe kan architectuur bijdragen aan ons ecologisch besef? Experimenteel architectenbureau R&Sie bedacht Dusty Relief, een elektrostatisch gebouw in Bangkok dat luchtvuil aan zijn muren verzameld in plaats van het wegstopt. Langzaam vormt zich rondom het gebouw een vacht van stof.

Wat hebben al deze projecten met elkaar gemeen? Dat ze provocerend, grensoverschrijdend zijn? Dat ze aan onze moraal, onze menselijkheid morrelen? Wat ze in ieder geval kenmerkt is dat ze illustratief zijn voor een beweging binnen de kunsten die ik zou willen typeren als ‘trans- of posthumanistisch’: een wereldbeeld waarin mens, object en natuur gelijkwaardig zijn aan elkaar. Waarin de mens niet centraal staat, maar slechts één van de levensvormen is in een almaar bewegend en veranderd netwerk van materie, leven en bewustzijn. Artefacten, genomen, planten, champignons, dieren, synthetische organismen, hybride half-organische, half technische levensvormen, you name it en deze hybride kunstvoorhoede houdt er zich wel mee bezig. Noem het de ontdekking van het niet-menselijke.

Dit zijn echter niet de barbaren van Allesandro Baricco, die surfen over de golven van het oppervlak, maar artonauten. Hybride wezens, gemuteerd uit de samenkomst van kunst en speculatief onderzoek, die de sequenties van ervaringen – waar de barbaar zo graag doorheen glijdt – tracht te verlengen, verruimen of te vermenigvuldigen. Met dezelfde tomeloze ontdekkingsdrang als die van een ruimtevaarder, verkennen deze artonauten de grenzen van ons menselijk voorstellingsvermogen. Een wereld die we (nog) niet kunnen beleven en kennen, en misschien ook niet willen kennen; de wereld buiten de mens zelf. Artonauten proberen daarbij niet alleen te denken en voelen als mens, maar vooral als soort, als planeet, als technotoop.

Kunst in een hybride wereld

Dit doen ze veelal niet alleen. In samenwerking met experimentele wetenschappers, filosofen en activisten, vormen ze een bondgenootschap om de posthumanistische verbeelding op gang te brengen. Dit lijdt tot interessante en spannende nieuwe hybride velden, zoals bijv. Dark ecology (ecologie ontmoet kunst), Design fiction (design ontmoet science fiction), Bio-art (microbiologie ontmoet esthetica). Artonauten fungeren daarin vaak als zintuigelijke pioniers; door middel van intuïtie, experiment en verbeeldingskracht tasten zij de grenzen van het zelf af, richting de duisternis van het niet-menselijke. Een niet te onderschatten rol in een cultuur die lijkt te zijn vastgelopen in haar eigen voorstellingsvermogen.

In zijn boek Art beyond itself (2014) ontvouwt de Argentijnse antropoloog Néstor García Canclini een interessante gedachte over de functie van kunst in deze hybride wereld. Hij schrijft:

Art is the place of imminence – the place where we catch sight of things that are just at the point of occurring. Art gains its attraction in part from the fact that it proclaims something that could happen, promising meaning or modifying meaning through insulation. It makes no unbreakable commitment to hard facts. It leaves what is says hanging[1]

Wat Canclini hier impliceert is dat in een wereld zonder verhaallijn hedendaagse kunst op z’n best is als het de bestaande werkelijkheid overstijgt, als het iets insinueert wat nog niet kan worden gezegd, als het een zone is voor onzekerheid, voor onbepaaldheid. De etymologische betekenis van het woord ‘imminent’ is letterlijk ‘boven het hoofd hangend’ of ‘nakend, op handen zijnd’. Dat is niet per definitie een utopische verbeelding, daar gaat ook iets dreigends vanuit. Touching the void!

Canclini komt tot deze conclusie omdat hij zich realiseert dat kunst zich in een post-autonome conditie begeeft; het kunstveld is geen op zichzelf staande wereld meer, met eigen regels en esthetiek, maar dermate vervlochten geraakt met aspecten als stedelijke ontwikkeling, toerisme, globalisatie en digitale netwerken, dat je het niet meer kan definiëren als iets op zichzelf staand. Kunst is nu altijd onderdeel van iets anders, en dat ‘anders’ is in toenemende mate ‘kunstzinnig’. Sociologen en schrijvers worden curatoren, prosumers creëren hun eigen Vlogs en Instagram portfolio’s en wie bij Subway werkt is geen gewone medewerker maar een ‘Sandwich artist’.

In deze situatie is volgens Canclini hedendaagse kunst geen ‘veld’ meer maar een hybride ‘ruimte’ voor de participatie en productie van imminentie. Hij ziet daarbij verschillende globale netwerken ontstaan, die zich niet in maar aan de randen van bestaande instituties, velden of kunstwerelden begeven, en geen hard onderscheidt meer maken tussen kunstenaars, wetenschappers of ander professionele categorieën. Artonauten zou ik ze noemen.

Het woordje ‘kunst’

In het debat omtrent de rol en functie van kunst en de kunstenaar in onze samenleving is dit inzicht van belang. Het impliceert immers dat deze artonauten een cruciale rol (kunnen) spelen in onze toekomst, die niet kan worden gereduceerd tot kortstondige ‘problem solving’ of marktgeoriënteerde ‘innovatie’, maar iets fundamenteler behelst: de verbeelding van onze toekomst op deze planeet (ook al lijkt Alon Musk, met zijn plannen om Mars te koloniseren, die al te hebben opgegeven). Kunst fungeert hierbij als ‘ruimtestation’, een plek waar nog ruimte is voor discussie én verbeelding van het on-menselijke onbekende; een wereld waarin de mens hoogstwaarschijnlijk niet meer op de eerste plaats zal staan.

Dit is geen overbodige luxe. Met de oprukkende kracht van kunstmatige intelligentie, de spectaculaire ontwikkelingen binnen de bio- en neurotechnologie, de onomkeerbare opwarming van de biosfeer (het tijdperk van de Antropoceen) en het groeiende besef dat onze antropocentrische omgang met dieren niet langer houdbaar is, wordt ons aanpassingsvermogen als soort sterk op de proef gesteld. ‘Adapt or die’, zou Darwin zeggen.

Deze posthumanistische wending heeft wat mij betreft ook consequenties voor ons kunstbegrip. Kunst staat immers nooit volledig op zichzelf, en is altijd een reflectie of weerslag van fundamentelere ideeën over wat de mens is. En als deze ideeën op het punt staan te veranderen, dan is deze artonaut wellicht een voorbode daarvan.

Kunnen we in de toekomst nog wel wat met het woord ‘kunst’? Is deze niet te veel vervlochten geraakt met een eeuwenlange humanistische traditie? Wat betekent het woord tegenwoordig überhaupt eigenlijk nog? Als de kunst, zoals de Italiaanse filosoof Paolo Virno dit verkondigt (wat is het toch met die Italianen?), in de samenleving opgaat als een bruistablet in een glas water, wordt het concept ‘kunst’ dan niet een overbodige of onmogelijke categorie? Of een vaardigheid of ambacht, zoals veel hedendaagse boektitels lijken te suggereren. Denk aan ‘de kunst van het koken’, ‘de kunst van het kijken’ of ‘de kunst van creativiteit’ Met andere woorden: houdt het woord ‘kunst’ ons niet gegijzeld in een mentaal universum waarin we veroordeeld zijn tot een eeuwige herhaling van modernistische discussies en disputen omtrent de rol en betekenis van kunst?

Kunst wordt kunstmatig

‘Art is a hybrid’, las ik laatst ergens. Is dat niet gewoon de toekomst? Kunst als resultaat van een kruising tussen biogenetische processen en technologische cultuur? De kunst van de toekomst is dan niet meer wat de dichter Willem Kloos ooit omschreef als ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’, maar een emotionele en zintuiglijke verbeelding van de biotische mens (‘biotisch’ betekent: invloed van de omgeving, die zijn oorsprong heeft in levende organismen). Kunst is dan letterlijk kunstmatig.

De uitspraak ‘art is a hybrid’ is overigens van de Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen, die met zijn Cosmopolitan Chicken Project via de kruising van nationale kippenrassen op zoek gaat naar een hybride of kosmopolitische kip. Deze kip zou dan genen van alle kippenrassen ter wereld met zich meedragen. Volgens Wikipedia onderzoekt en eert Vanmechelen daarmee “de diversiteit en hybriditeit van het leven”. Bioculturele diversiteit en de daaruit volgende interactie tussen kunst en wetenschap vormen het hoofdthema van zijn oeuvre. “Elk organisme heeft een ander organisme nodig om te overleven”, aldus de kunstenaar. Of beter gezegd: de artonaut.

Fundamentele verbeelding

Tot slot nog een laatste gedachte. Afgelopen week won een Fries de Nobelprijs voor de scheikunde. Ben Feringa. Op het NOS journaal stond hij voor een bord met ingewikkelde scheikundige formules als een enthousiaste en trotse jongen te vertellen over waar hij, samen met zijn studenten, afgelopen decennia aan hard gewerkt. Toen de verslaggever -niemand minder dan Gerrie Eickhof – aan Feringa vroeg wat nu precies het verschil is tussen toegepast en fundamenteel onderzoek, gaf hij het volgende antwoord: “Als je geen fundamenteel onderzoek doet, dan komt er ook geen toegepast onderzoek anders dan het verbeteren van al bestaande dingen. Je moet eerst iets ontdekken voordat je iets kunt doen”. Een waarheid als een koe.

Ik zou daar graag aan toe willen voegen dat er naast fundamenteel onderzoek ook fundamentele verbeelding nodig is. Zonder verbeelding van het onbekende zijn we immers overgeleverd aan de grillen van het verleden.

Artonauten dus.

[1] N, Canclini, Art beyond itself. Anthroplogy for a society without a story line, Duke University Press, 2014