De Stad
Leren in de stad 2

Geldstromen door de school

Een goed gesprek over de zeggenschap van geld in het basisonderwijs.
woensdag 15 mei, 20.00
wo 15 mei, 20.00
IJ Zaal
Reageer

Jaarlijks geeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap meer dan 10 miljard euro uit aan het basisonderwijs, maar slechts weinig mensen weten waar dat geld allemaal door en langs stroomt, vóór het terecht komt bij de leerling of de salarisstrook van de leerkracht. Vanaf 2021 krijgen ouders en leerkrachten via de medezeggenschapsraad meer te vertellen over de begroting van hun school. Hoe benutten zij die invloed goed? En wat hebben ouders en leerkrachten nodig om geïnformeerd mee te praten en mee te beslissen? Welke rol is er dan weggelegd voor de schoolleider, schoolbestuurder en de Raad van Toezicht en hoe is hun zicht op de geldstromen rondom de school? Hoog tijd voor een goed gesprek over geld op school.

Geldstromen door de school

In 2016 start een onderzoek naar de geldstromen door een school. Op initiatief van een ouder en samen met de schoolleider, leerkrachten en gemeenteambtenaren brengen twee onderzoekers in beeld hoe het zit met geldstromen door een school. In eerste instantie om te kijken: wat kan er meer op school met hetzelfde geld? Al snel blijkt het geld van het schoolplein af te stromen en komen de onderzoekers – uiteindelijk – bij OCW terecht. De geldstromen door de school laten een ongelofelijk ingewikkelde kluwen zien.

En wat blijkt: van elke euro die OCW aan het basisonderwijs uitgeeft, komt slechts 52 cent direct aan in de klas. Waar is dan die andere 48 cent van OCW gebleven? Tegen de stroom in kom je dan langs de directeur van de school, de bestuurder van de onderwijsstichting en de raad van toezicht, langs de organisatie voor passend onderwijs, het vervangingsfonds voor als een leraar ziek is, een aantal gemeentelijke afdelingen en nog een paar instellingen met een directie, een staf, een bestuur en een raad van toezicht. “Daar zitten allemaal nuttige dingen tussen, maar je kunt je afvragen of daarvoor de helft van het geld nodig is”, aldus geldstroom-onderzoeker Pieter Buisman. “Kan dat niet efficiënter en kan er niet meer geld rechtstreeks naar de klas? Tien cent per euro verschuiven naar de klas betekent meer geld voor het onderwijs direct aan leerlingen. Daar kan een leerkracht heel wat mee doen: een hulp er bij, een nieuwe methode, laptops, al wat voor zijn leerlingen maar het beste is.”

Alleen: de school kan nauwelijks over die verschuiving besluiten. Die keuzes worden buiten de school gemaakt, omdat de helft van het geld buiten de school al verdeeld en bestemd is. Volgens de onderzoekers moet daarom de zeggenschap over onderwijsgeld bij de scholen komen. Initator Marije van den Berg: “Scholen kunnen zelf prima keuzes maken over waar zij het geld aan moeten uitgeven, welke expertise ze moeten inhuren, waar ze slim kunnen samenwerken, al dan niet in een groter bestuur. En ze weten ook het beste welke uitgaven niet bijdragen aan de onderwijskwaliteit op hun school. Het gesprek over waar je je geld aan besteedt, kan beter en met meer zeggenschap en ruimte – ook financieel – voor de mensen die de verantwoordelijkheid dragen: leerkrachten en schoolleiders en ook ouders.”

Geldstromen door de school is samenwerking van Geldstromen door de Wijk, OBS Lucas van Leyden,Ouders&Onderwijs en Marije van den Berg (Democratie in uitvoering) en was niet gelukt zonder een financiele bijdrage van de gemeente Leiden.

 

woensdag 15 mei, 20.00
IJ Zaal
Deze 46 mensen waren aanwezig