De Stad

De stad: barmhartig en onverdraagzaam

Hoeveel vrijheid en diversiteit kan een stad eigenlijk aan?
maandag 25 jan 2016, 20.00
ma 25 jan 2016, 20.00
IJ Zaal
Reageer

Actief burgerschap is van centraal belang voor een goed functionerende stad. De Europese strategie van de Amsterdamse gemeente legt veel nadruk op burgerschap en participatie. Vaak wordt het veronderstelde tolerante klimaat van de Europese stad, en zeker van Amsterdam, bejubeld. Maar is onze stad eigenlijk wel zo verdraagzaam? Sluit je aan bij de stedelijke raad en praat mee!

We nodigen Amsterdammers uit zich aan te sluiten bij de stedelijke raad en in gesprek te gaan over de tendensen en nuances in het beleid voor de Europese stad. Met deze eerste avond in het bijzonder: hoeveel vrijheid en diversiteit kan een stad eigenlijk aan? Voelen stedelingen zich nog thuis in de stad? En hoeveel ruimte biedt de stad aan haar nieuwe inwoners: kinderen en net aangekomen migranten?

Thijl Sunier plaatst belangrijke kanttekeningen bij het geflatteerde zelfbeeld – relatieve tolerantie en openheid jegens religieuze diversiteit ten opzichte van andere steden in Europa – dat Amsterdam lijkt te hebben. Hij betoogt hoe dit zelfbenoemde imago haaks staat op de moeizame totstandkoming van gebedshuizen in de afgelopen 350 jaar in de stad.

Religieuze nieuwkomers hebben hun plaats in de samenleving niet zomaar gekregen, maar hebben die altijd moeten bevechten. Hun positie in de samenleving was juist allerminst vanzelfsprekend.

Lia Karsten laat zien hoe maatschappelijke verhoudingen vaak al vroeg in het leven worden bepaald, en hoe de sociaal-economische achtergrond van ouders invloed heeft op de manier waarop kinderen zich verhouden tot de stedelijke ruimte. Daar waar de stad van oorsprong fungeerde als een plaats voor ontmoeting en toevallige confrontatie met diversiteit, staat ten tijde van de opmars van de achterbankgeneratie en de groeiende groep binnen-kinderen de tolerantie in de toekomst onder druk.

Voor alle groepen kinderen geldt dat de betekenis van de stedelijke openbare ruimte als oefenruimte voor burgerschap gering is.

Jan Willem Duyvendak pleit tot slot voor enige voorzichtigheid in de beleidsmatige nadruk op ‘thuisgevoel’ in buurten en wijken. Want:

Een openbaar (t)huis is een plek waar men zich niet te diepgaand emotioneel aan kan verslingeren – die plek is per definitie ook van ‘de anderen.’

Hij stelt daarom voor in politiek of sociaal beleid ten hoogste te stimuleren dat mensen zich relatief thuis kunnen voelen en een vriendelijke houding aannemen ten aanzien van hun medebewoners.

maandag 25 jan 2016, 20.00
IJ Zaal
Deze 111 mensen waren aanwezig