Het Algerijnse onafhankelijkheidselftal

Zelden waren voetbal en politiek in de geschiedenis zo nauw met elkaar verbonden.
Reageer

Het nieuwe nummer van Hard Gras staat in het teken van het het indrukwekkende verhaal van Rory de Groot, ex-voetballer van Feyenoord en inmiddels theatermaker en schrijver, over een verzetselftal tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog van 1954 tot 1962.

Zoals Henk Spaan, Matthijs van Nieuwkerk en Hugo Borst in het voorwoord schrijven:
Bentaleb, Ghezzal van Lyon en de geniale Riyad Mahrez. Uit de generatie van 1982 herinneren we ons Belloumi en de levende legende Rabah Madjer. (Van de hakbal tegen Bayern.) De vaders en grootvaders van die Algerijnen kennen we nauwelijks. Van 1958 tot 1962 waren de Algerijnse nternationals collectief geschorst, gedwongen als ze waren door de Algerijnse regering in ballingschap om een nieuw nationaal voetbalelftal te vormen. De FIFA greep in zodat Algerije vooral moest voetballen tegen andere outcasts, meestal afkomstig van achter het IJzeren Gordijn.

In 1958 vluchtten dus twaalf mannen uit Frankrijk om zich onder leiding van het Algerijnse bevrijdingsfront, Front de Libération Nationale (FLN) op unieke wijze bij de revolutie aan te sluiten. Vier jaar lang vertegenwoordigden zij daarna als moedjahedien met een bal aan hun voet de strijd om onafhankelijkheid. Zelden waren voetbal en politiek in de geschiedenis zo nauw met elkaar verbonden.

De Groot wilde meer weten en trok naar Algiers om deze spelers op te zoeken en een reconstructie te maken. Op vrijdag 9 september om 20.00 praten we hier over verder tijdens het programma Hard Gras live #2, met o.a. Henk Spaan, Rory de Groot, Nico Dijkshoorn en Herman Koch.