Verhalen waar je warm van wordt

Vier lijsttrekkers vertellen over hun droom voor de stad. Door Rinke Oostra
Reageer

Variatie in droomgesprekken

De lijsttrekkers van deel twee van de droomgesprekken zijn een stuk verschillender dan die van de eerste sessie. Hilhorst, Evans-Knaup, Groot Wassink en Ivens waren niet alleen van linkse partijen, ook werden zij binnen tien jaar van elkaar geboren. Deze keer is er meer variatie: door de afmeldingen van D66 en Partij voor de Dieren zijn de kleinere partijen OPA (Ouderen Partij Amsterdam) en NAT (Nieuwe Amsterdamse Toekomst) vertegenwoordigd. Van de provogeschiedenis en het witte fietsenplan van Luud Schimmenpennink (OPA) gaat het woord naar de ruim een halve eeuw jongereJarmo Berkhout en zijn jongerenpartij NAT. Marijke Shahsavari (CDA) heeft een persoonlijk verhaal over zorgzaamheid en een relationeel mensbeeld en Erik van der Burg (VVD) besloot al op zijn tiende dat hij de politiek in wilde.

Ouderen vs. jongeren

De nuanceverschillen, die een week eerder zo klein waren, zijn met de aanwezige partijen wat duidelijker. Een ouderenpartij en een jongerenpartij. De liberale VVD en een CDA dat vindt dat de markt niet alles oplost. Toch weten ook deze politici elkaar in de gemeentepolitiek soms te vinden, hebben ze wellicht andere invalshoeken maar komen ze toch op dezelfde oplossingen uit. Zelfs de ouderenpartij ziet samenwerking met de jongeren als een goede strategie. Ouderen en jongeren zijn de minst conservatieve groepen, aldus Schimmelpennink. Bovendien hebben ze elkaar nodig. De lijsttrekker citeert een Afrikaans spreekwoord: ‘Jongeren lopen snel, maar ouderen weten de weg.’

Zorgzaamheid en zelfredzaamheid

Marijke Shahsavari vertelt dat zij niet gelooft in de maakbaarheid van de maatschappij, maar ook niet dat de markt alles oplost. Haar droom gaat dan ook over zorgzaamheid, en het CDA kan volgens Shahsavari juist in de stad toegevoegde waarde hebben. Mensen kunnen veel zelf, maar “de overheid moet er zijn voor mensen die geen toegang hebben tot sociale netwerken.” Al op zijn tiende besloot Eric van der Burg dat hij de politiek in wilde. Vanaf zijn zeventiende werd hij dan ook actief bij de VVD als bestuurslid in Zuidoost. Op die leeftijd had hij al besloten zich te richten op de groepen die nog niet, niet meer of vanwege bijvoorbeeld een handicap niet voor zichzelf kunnen zorgen. “Je moet helpen daar waar geholpen moet worden, en vrijlaten daar waar het vrij moet zijn.” De rol van de overheid is daarmee een stuk kleiner dan Shahsavari schetst.

Verhalen waar je warm van wordt

Hoewel ook bij de vier aanwezigen van de tweede sessie Stad van mijn dromen de roze wolken en eenhoorns ontbreken, gaan de gesprekken met de lijsttrekkers over meer dan alleen hun verkiezingsprogramma. De terugblik van Schimmelpennink op de jaren zestig toen hij politiek actief werd (“het was toen een puinhoop”) laat ook zien dat dromen van toen voor een deel waargemaakt zijn. Jarmo Berkhout heeft misschien niet zoveel met het onderwerp geluidsoverlast, zoals Natasja van den Berg fijntjes opmerkt, maar hij droomt wel over Sloterdijk als het nieuwe NDSM terrein, met 24-uursvergunningen voor alle hippe clubs daar. Marijke Shahsavari raakt een gevoelige snaar met een persoonlijk verhaal over haar vader met ALS. Eric van der Burg lijkt wel weer dat jongetje van tien als hij enthousiast vertelt over hoe gelukkig hij wordt als hij ’s ochtends begint met werken, met uitzicht op de stad. Zoals hij aan het einde van de avond verwoordt: “verhalen zoals deze wil je vaker horen, daar word je warm van. Het is een stuk leuker dan praten over regelgeving.”