Staat van de Creatieve Stad 2016

Zoals uitgesproken door Daria Bukvic tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst.
Reageer

Op 5 januari is door theatermaker Daria Bukvic, in aanwezigheid van wethouder Kajsa Ollongren en een volle zaal genodigden, de vijfde Staat van de Creatieve Stad uitgesproken tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van Pakhuis de Zwijger. Omdat we vinden dat deze toespraak niet in besloten kring moet blijven, hierbij voor iedereen de tekst in beeld en geschrift. Op een creatief en inspirerend 2016!

Staat van de Creatieve Stad 2016 – Daria Bukvic

“Gelukkig nieuwjaar beste mensen, ik hoop dat jullie heerlijke feestdagen hebben gehad en jullie straks op de borrel niet meteen al jullie goede voornemens het raam uitkieperen.

Toen Clayde Menso en Egbert Fransen mij een tijdje geleden vroegen om de Staat van de Creatieve Stad Amsterdam uit te spreken, dacht ik bij mezelf: ‘waarom vragen ze in godsvredesnaam een half Bosnisch, half Kroatisch meisje uit een Islamitisch-Katholiek-socialistische familie dat is geboren in Tuzla, voormalig Joegoslavië, opgroeide in een Midden-Limburgs dorp, vervolgens haar zachte G afleerde op de Toneelacademie in Maastricht en vervolgens zoals zo veel provinciemeisjes met te grote dromen haar koffers pakte in de richting van de te grote stad?’ Ik ben slechts een vluchtende zwerver. Een zwervende vluchteling. Maar misschien maakt die ongrijpbaarheid me bij uitstek Amsterdams.

Goed, zei ik, ik doe de speech, maar dan krijgen jullie wel een groot en boos verhaal. Want dat is wat ik doe. Dat is mijn ding. Grote en boze verhalen. Dat past namelijk zo goed in het door de media zo graag gecreëerde grijpbare frame van mij als geëngageerde, jonge theatermaker. Of zoals een journalist van een niet nader te noemen damesblad mijn bestaan als kunstenaar laatst in twitterpoëzie poogde samen te vatten: #AngryYoungWoman. #BigStories. #MakingArtSexyAgain. Geen grap.

Maar fuck het frame. En fuck de verwachtingen.

Framing moet begraven worden met 2015 en verwachtingen stellen al te vaak teleur.

Ik ga een lofzang houden op een stad die ademhaalt.

Amsterdam haalt met volle teugen adem. En haar zuurstof zijn de kunstenaars, de creatievelingen, de narren aan het hof, de jokers van de samenleving, de angstloze anderszieners die met fluwelen hand of vuist op tafel angstige ogen weten te openen.

Toen ik in 2013 na vele omzwervingen langs verschillende steden en tijdelijke woningen mijn buik vol had van leven uit mijn koffer, hoorde ik dat ik in aanmerking kwam voor een nieuwe regeling van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en Bureau Broedplaatsen: de 3Package Deal. Een speciale beurs die in het leven is geroepen om nationaal en internationaal toptalent de kans te geven om zich hier te ontwikkelen en daarmee ook te verbinden aan de stad. Een deal bestaande uit professionele begeleiding, een ontwikkelbudget, en vooral de o zo gewenste betaalbare woon- en werkruimte in Amsterdam. In mijn motivatiebrief schreef ik:

‘Het dagelijkse leven hier is mijn grootste inspiratiebron. De clash van culturen, dromen en idealen die je hier op iedere straathoek tegenkomt, heeft grote invloed op de inhoudelijke keuzes die ik in mijn werk probeer te maken.

Ik wil me hier wortelen, ik wil de stad vertegenwoordigen, ik wil me eindelijk inschrijven bij de gemeente om het volgende te kunnen zeggen: Ich bin ein Amsterdammer.’

En toen volgde nog een stukje schaamteloze overredingstechniek:

‘Geeft u mij de kans om hier te wonen en te werken. Mijn volgende voorstelling ‘Nobody Home’, met de uit hun land van herkomst gevluchte acteurs Majd, Vanja en Saman, zal de prachtigste liefdesverklaring zijn die de stad Amsterdam ooit van een jonge theatermaker ontvangen heeft.’

Ik moest ook even slikken toen ik dat teruglas. Hoe dan ook, het werkte. Clayde Menso was gezwicht. En ik kreeg de 3PackageDeal.

Daarop volgden twee jaren waarin mijn artistieke ontwikkeling en carrière een hoge vlucht namen. Ik settelde en kwam tot rust in Bos en Lommer, ik stak al mijn energie in het oprichten van een eigen stichting, en creëerde eindelijk het werk waar ik zo lang van had gedroomd. Nobody Home. Mijn grote, boze liefdesverklaring. Een voorstelling over vluchten, ontworteld zijn, asielprocedures en alle absurditeiten die met integratie gepaard gaan, verteld door drie ervaringsdeskundigen.

Tot mijn vreugde zag ik in 2015 een hele hoop grote, boze liefdesverklaringen. Jullie volgen allemaal het nieuws, dus ik ga geen tijd verspillen met het samenvatten van alle prangende maatschappelijke kwesties van het afgelopen jaar. 2015. Het jaar van de ‘Plotseling Dicht Bij Je Bedshow’. De actualiteit dwong de denkers en kunstenaars van Amsterdam ogenschijnlijk nog meer dan andere jaren tot stellingname, tot het maken van onvermijdelijk werk met net dat extra randje onvermijdelijke scherpte. Net wat grotere gebaren, gevaarlijkere invalshoeken, explicietere stellingen, of vraagstellingen, net wat fellere kleuren op het doek. Kunst in de breedste zin van het woord als tegengif voor de polarisatie. In 2015 voelden we ons weer nodig. Het samenleven in alle eenvoud van haar betekenis werd de noodzaak.

Zolang de stad adem wil halen bieden wij haar zuurstof.

Een optimale creatieve stad is een stad die haar kunstenaars en creatievelingen zich thuis laat voelen. Een stad die omwille van haar eigen gezondheid de juiste voorwaarden creëert waarbinnen spannende, radicale en krankzinnige ideeën de ruimte krijgen om te bloeien. In andere woorden: een stad die, om niet te stikken, haar kunstenaars grond, water en licht moet bieden zodat zij de weldadige zuurstof kunnen produceren waar de stad haar longen mee volzuigt.

Ik begrijp dat ik een unieke kans heb gehad en dat het onmogelijk is om ieder creatief brein in de stad op dezelfde manier te huisvesten en te ondersteunen. Ik ben geen beleidsmaker, en begrijp dat allerlei belangen veel concrete initiatieven dwarsbomen. Maar het gaat om een state of mind. Om wat we als stad permanent naar onze creatievelingen willen uitstralen.  Of we de drempel verhogen om hier te wonen en te werken. Of juist besluiten onze kunstenaars welkom te blijven heten.

Welkom. Terwijl ik dit woord typ besef ik me hoe beladen dit woord is geworden in het afgelopen jaar. Terwijl het zo’n prachtig woord is. Wel-kom. Wees welkom. Vreemdeling. Vluchteling. Andersziener. Ik open mijn armen in de hoop dat jij mijn ogen opent.

Zolang de stad adem wil halen bieden wij haar zuurstof.

Maar Amsterdam, laat me eerlijk met je zijn. Misschien wil je dit liever niet horen, want kritiek is het pijnlijkst maar ook het waardevolst van de mensen die grenzeloos van je houden. You need to step up your game. Rotterdam hijgt in je nek, met haar hippe architectuur, betaalbare ateliers, die verdomde Markthal, broedplaatsen die niet een maximale levensduur hebben van een halfjaar, haar onweerstaanbare energie en een veel kleinere yuppendichtheid dan jij. Maar bovenal de lokroep van onafheid. Ruimte voor nieuw, anders, veroveren wat nog niet veroverd is. Amsterdam, je moet plekken blijven creëren die blijvend door kunstenaars veroverd mogen worden. Ook al is het misschien niet in alle gevallen de meest rendabele optie.

Amsterdam, je hebt geen nood aan nog meer geld. Je wilt zuurstof. Je wilt leven. Je wilt om de oren geslagen worden met je eigen weggemoffelde lelijkheid en daarin een adembenemende schoonheid ontdekken. Er is zoveel meer grandeur in deze stad dan alleen in de stenen van het Rijksmuseum of de kroonluchters van de Stadsschouwburg. Hou ook het ongepolijste zichtbaar en toon het met trots. Hou ruimte voor onverwachte veroveringen. En hou verdomme vooral je armen open voor dat wat je groots maakt. Een hele grote stapel koffers van hen die kwamen, ademhaalden en besloten te blijven.”


De integrale registratie van de nieuwjaarsbijeenkomst, met ook toespraken van Egbert Fransen (Pakhuis de Zwijger), Clayde Menso (Amsterdams Fonds voor de Kunst), Esra Dede (OneWorld) en Kajsa Ollongren (locoburgemeester Amsterdam / wethouder Economie, Kunst en Cultuur) is hier te bekijken: