Op co-creatieve benen staan

Verslag van de stadsexpeditie van het leernetwerk in Roeselare.
Reageer

Op donderdag 27 september kwam het leernetwerk Het Nieuwe Stadmaken bijeen voor de vierde stadsexpeditie in Roeselare (België). Dit keer werd er gekeken naar de opgave om een gemeenschapsruimte in een nieuw te ontwikkelen gebied op co-creatieve wijze vorm te geven. Maar hoe kan je co-creëren zonder bestaande (actieve) community? Daarnaast verkende het leernetwerk de manieren waarop het eigenaarschap van een gemeenschap op een duurzame wijze vorm gegeven kan worden: aan wat voor juridische constructies kan gedacht worden, en hoe kan de gemeenschap zich juridisch organiseren? Een kort verslag.

Het programma begon in Pand 46, een ontmoetingsruimte waar de inwoners van Roeselare terecht kunnen voor inspiratie en kruisbestuiving. Vanuit de stad Roeselare lichtte Wouter de Spiegelare de huidige stand van de casuïstiek toe: de ontwikkeling van de Gitsestraat, een nieuwe woonwijk met een nog braakliggend terrein van 1 hectare, wat co-creatief vormgegeven moet gaan worden. De grote opgave: hoe te co-creëren zonder community? Hiervoor waren twee lokale initiatiefnemers uitgenodigd, om hun ervaring met community vorming en community engagement toe te lichten:

Tom van Acker – ‘wijk als organisatie’ @Pand 46, OpStap

“De wijk kan gezien worden als organisatie”, zo stelde Tom van Acker, senior consultant bij Flanders Synergy, en daarom moet er een visie gevormd worden voor de wijk, nog voordat er een community gevormd kan worden. Hiervoor moet nagedacht worden over de rol, betekenis én waarde die een wijk moet gaan vervullen. Dat zou kunnen middels door een zogenaamd vliegwiel – een groep experts – samen te stellen, die een prototype van de wijk vormgeven, en deze aan een forum van lokale belanghebbenden voorleggen. Het vliegwiel heeft hierbij de plicht om advies te vragen aan het forum, en eventuele bezwaren in acht te nemen. Maar hoe co-creatief is dit format in de praktijk, vraagt de groep zich af: uit wie bestaat het vliegwiel, en wie bepaalt dat; en hoe kan je ervoor zorgen dat het forum representatief is voor de hele wijk, en niet beperkt blijft tot deelname van de usual suspects?

Vervolgens vertelde Eline Charles, de coördinator van De Stuyverij, over de stappen die genomen kunnen worden als de doelstelling en besluitvorming van de wijk bepaalt is. Vanuit haar ervaring bij De Stuyverij (een open huis en broedplaats in het nabijgelegen stad Kortrijk, waar verschillende buurtinitiatieven geholpen worden door samenwerkingsmodellen te faciliteren), vertelde ze over het project ‘Cokido. Een mooi voorbeeld van community vorming, waarin ouders met een kinderopvangprobleem bijeen komen om zelf beurtelings de kinderen op te vangen. De Stuyverij ondersteunt Cokido met de nodige tools om deze organisatie goed te laten functioneren. Eline adviseerde Roeselare om met actieve bewoners uit de omringende buurten samen te komen, om zo een eerste basis te leggen voor een groeiende community. Net als bij Cokido, kan de specifieke invulling en samenstelling van zo’n gemeenschap later aangepast worden aan de lokale behoefte, wanneer de eerste bewoners van de Gitsestraat bekend zijn.

Het duurzaam vormgeven van co-eigenaarschap

Sportlesje @ RSLopPost gebouw, Roeselare

In de middag gingen de deelnemers na een korte wandeling verder bij RSLopPost: het voormalige postgebouw in Roeselare, waar creatie en innovatie voor en door de bewoners van Roeselare centraal staat. Aangezien er in deze ontmoetingsplek voor makers en creatievelingen, ook sport- en kooklessen worden gegeven, werd het leernetwerk ook aan een sportlesje onderworpen. Vervolgens gingen zij met hernieuwde kracht aan de slag met de workshop van Eef Spronck en Eduard Ravenhorst (de Coöperatieve Samenleving), waarin de financiële en juridische constructies van eigenaarschap centraal stonden.

Workshop Eef Spronck en Eduard Ravenhorst

De deelnemers van het leernetwerk werden uitgedaagd na te denken over de manieren waarop burgerinitiatieven zich kunnen organiseren en hoe zij financieel op eigen benen kunnen (blijven) staan. De deelnemers werden verdeeld over drie groepen, waarin gesproken werd op de casuïstiek uit eigen stad. Zo concludeerde de gemeente Roeselare dat ze eerst de belanghebbende partijen in een specifieke buurt in kaart moeten brengen, om partijen die mogelijk baat hebben bij deze (gebieds)ontwikkeling mogelijk financieel kunnen aanhaken. Hoe zo’n gemeenschap echt zelfvoorzienend kan worden, bleef nog onduidelijk.

Tafelsessie gemeenten Lelystad, Haarlem en Den Haag

De gemeenten Lelystad, Haarlem en Den Haag bogen zich gezamenlijk over het vraagstuk onder welke voorwaarden een maatschappelijk initiatief gefinancierd kan en moet worden. Zo heeft de gemeente van Leeuwarden bijvoorbeeld een buurtbudget beschikbaar gesteld, waar burgerinitiatieven meer van kunnen besteden in ruil voor de uitvoer van kleinschalig gemeentelijk werk. Maar in het geval van financiering door andere lokale stakeholders, kan een burgerinitiatief zich ook in de vorm van een stichting organiseren. Afhankelijk van de aard van het initiatief zal de vorm van financiering verschillen, en daarmee ook de organisatievorm en vice versa.

Op weg naar echte cultuurverandering

Uiteindelijk blijft de cruciale vraag, zowel in het proces van community vorming als in het duurzaam vormgeven van de juridische en financiële structuren, welke (faciliterende of juist participatieve) rol de gemeente, het burgerinitiatief en andere stakeholders moeten innemen binnen een coöperatieve samenleving. Tijdens de aankomende stadexpeditie naar Lelystad, onderzoeken we daarom de stap die gezet moet worden van concurreren naar co-creëren, met én door alle betrokken partijen.