Mobiliseren van geld en energie

Blog over Ondernemen in de wijk #6: Waardecreatie en financieringsmodellen
Reageer

Ondernemen in de wijk #6 staat in het teken van de vraag hoe wijkondernemingen hun geld kunnen verdienen en hun activiteiten kunnen financieren. Met de bijdragen van diverse experts wordt er in een open gesprek de mogelijkheden verkend en praktische en bruikbare ideeën uitgewisseld. De volgende tekst is samengesteld uit de bijdragen van Emiel Rijshouwer (Erasmus Universiteit Rotterdam), Peter Klooster (gemeente Lelystad) en Willem Echteld (achtergrond in opbouw en jongerenwerk).

De avond begint met een filmpje over het door burgers en ondernemers gerealiseerde nieuwbouwproject in het Friese dorp Reduzum en een interview met Otto van der Meulen van bewonersvereniging Doarpsbelang. Deze vereniging heeft vijf bestuursleden en meer dan 900 leden (op 1.100 inwoners), 13 werkgroepen (Groen, Verkeer, Evenementen, etc.) waarin zo’n 100 leden actief participeren en één keer per maand vergaderen. Het bestuur regelt en communiceert met ‘de buitenwereld’, zoals bijvoorbeeld de gemeente. In de afgelopen 15 jaar zijn er onder anderen een woonwijk (2x 30 woningen > € 250.000,-) , een vaarverbinding, een jachthaven, een verdieping op de school, speeltuinen en zonnepanelen in Reduzum gerealiseerd. De financiering van Doarpsbelang komt voort uit lidmaatschapsgeld, overheidssubsidie, inzameling van oud papier, winst uit het woningbouwproject en betaalde gemeentelijke projecten die worden uitgevoerd door lokale ondernemers.

Daaropvolgend ondervragen Amsterdamse wijkondernemers (Meevaart, Ik geef om de Jan Eef en Noorderpark Trust) het bestuurslid van Doarpsbelang over de rol van de gemeente, de betrokkenheid en mobilisering van vrijwilligers, mogelijkheden tot financiering en het verdienmodel. “Met het oog op de transitie sociaal domein (2015) ligt het voor de hand dat veel nieuwe wijk- en bewonersinitiatieven uitgroeien langs de lijnen van de wijkteams naar groter”, aldus Willem Echteld. Vervolgens komen in de publieks- en professionalsdiscussie verschillende punten en vragen op tafel.

1) De gemeente Reduzum had een nieuwbouwplan, met als doel bewoners door te laten schuiven en zo ook ruimte voor starters te creëren, maar kon/durfde het risico niet te dragen. Dorpsbelangen heeft dit plan opgepakt, de directeur van de bank, een directeur van een wegenbouwbedrijf, een
accountant en een dierenarts hebben een b.v. opgericht, het plan is gerealiseerd (doordat
Dorpsbelangen voor voorinschrijvingen zorgde) en aan het eind van de rit was er €200.000,- over, die
vervolgens is geïnvesteerd in bestrating, een nieuw lichtplan, zonnepanelen en een verdieping op het
schoolgebouw.

Betrokkenheid

Allereerst komt de betrokkenheid van burgers aan bod; hoe moeten we verantwoordelijkheid en ondernemerschap organiseren en mobiliseren? Gelijkwaardigheid en eigenaarschap worden genoemd als belangrijke voorwaarden. Volgens Emiel Rijshouwer spelen traditie en sociale controle een prominente rol in een gemeenschap zoals bijvoorbeeld in Reduzum. Willem Echteld stelt dat het ‘gedeeld eigenaarschap’ om de juiste instelling en mind set vraagt van alle betrokken partijen. Maar hoe zit het eigenlijk met de betrokkenheid van professionals? Want sommige projecten vragen tijdsinvestering en expertise die door vrijwilligers niet is op te brengen, want “vrijwilligheid is kwetsbaar” zoals Jeroen Jonkers (Geef om de Jan Eef) aangeeft.

Vervolgens komt naar voren dat bezit als middel gezien kan worden om inkomsten uit te generen. “Als je assets bezit, sta je sterker”, zegt Jeroen Jonkers. De betrokkenheid van lokale ondernemers en de overheid komen ook ter sprake. De overheid zou zich op verschillende manieren kunnen inzetten, zo zouden ze een aanspreekpunt of een loket kunnen opzetten, de regels af en toe wat ruimer interpreteren (omgekeerd maatschappelijk aanbesteden), kennisoverdracht generen en waardering en erkenning tonen voor dergelijke initiatieven.

Ombuigen van geldstromen

Corrie Bosma (Geld voor je Buurt) snijdt vervolgens het onderwerp aan dat geldstromen moeten worden omgebogen naar lokale geldstromen, zodat deze lokale bewoners en ondernemingen ten goede (blijven) komen. Om te voorkomen dat initiatieven inzakken na hun eerste succes moet er worden gestreefd naar duurzaamheid. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door meerdere en verschillende activiteiten te koppelen, zoals Emiel Rijshouwer suggereert. De duurzame toekomst ligt volgens bezoeker Willem Echteld in het fijnmazige samenspel tussen terugtredende overheid en burgerkracht.

Er is volgens Willem Echteld nog weinig kennis over de autonome doorfinanciering, doorgroei- en verdienmodellen van lopende wijkprojecten. De diversiteit in de wijk kan richting geven aan de invulling van niet-overheid geënte financieringsmodellen. De vraag van Otto van der Meulen (Doarpsbelang Reduzum) die hieruit voortkomt is hoe er een heldere en open begroting gecreëerd kan worden, zodat subsidieverstrekkers en vooral vrijwilligers duidelijk inzicht krijgen in waar hun geld en tijd in wordt geïnvesteerd. Hierdoor ontstaat een mogelijkheid tot discussie en bijsturing. Aansluitend hierop toontKarien van Assendelft (Tugela85) hoe een effectenarena gebruikt kan worden om ook immateriële opbrengsten en de opbrengsten voor partijen die niet actief participeren, inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Jurgen van der Heijden (AT Osborne) spreekt over het belang van een business case die niet alleen leunt op overheidsbudget. Een voorbeeld hiervan is dat buurbewoners het groen op vrijwillige basis onderhouden en dat de winst daarvan wordt terug geïnvesteerd in de wijk. Ook vindt hij het belangrijk dat projecten concurreren met marktpartijen, als supermarkten, transport en energievoorzieningen.

Maatschappelijk rendement

Hettie Politiek (DMO Amsterdam) geeft aan dat het ingewikkeld is de waarde van voorbijkomende projecten te kwantificeren, zoals bijvoorbeeld bij een schonere wijk en wijkbewoners aan het werk.Pauline van den Hoeven (BZK) benoemt de criteria rendement, draagvlak en effectiviteit die door de overheid worden gehanteerd bij de beoordeling van burgerinitiatieven en wijkondernemingen. Emiel Rijshouwer vindt dat wanneer burgers denken het op één of meerdere punten beter te kunnen doen, dat ze dan daarvoor de kans zouden moeten krijgen. De discussie over de overdracht van (gemeentelijk) beheerbudget naar wijkprojecten is volgens Willem Echteld echter lastig en gevoelig. De overheid zou dan op zijn minst de bevragende of voorwaarden stellende partij moeten zijn, want beschikt immers over de nodige en bruikbare expertise.

Loslaten

Willem Echteld vindt het actueel gekozen thema van deze avond een prettige verkenning en het is goed om te merken dat er al zoveel beweging en een brede expertise is. Het is echter interessant om te zien of de overheid in staat is, om voldoende los te laten. Uit verschillende eerdere bijeenkomsten van Ondernemen in de wijk neemt Willem Echteld mee dat de samenwerking nu nog erg stadsdeel en rugnummer afhankelijk is. Wat is de toekomst van het peloton verkokerde ambtenaren (gebiedsmanagers/accounthouders/etc.) die niet meer mee kunnen komen? Hoe lang blijven ze nog een blok aan het been?

Waardecreatie en financiële opbrengsten

Peter Klooster van de gemeente Lelystad vindt de voorbeelden die aan de orde zijn geweest boeiend om te zien en te horen. Wat volgens hem echter nog onvoldoende uit de verf is gekomen, is de noodzaak voor wijkondernemingen om financieel ook een sluitende exploitatie te hebben. Blijkbaar zit het (in Amsterdam?) nog zo in de genen dat een gemeente of een corporatie geld bijdraagt, dat men al snel tevreden lijkt met vormen van waardecreatie, waarbij de toegevoegde waarde niet uit financiële opbrengsten bestaat, maar uit sociaal geluk, interessante cultuur, aantrekkelijke buurt, meer veiligheid…

Peter Klooster zou de zaak willen omdraaien: primair zal een wijkonderneming een sluitende begroting moeten hebben. Lukt dat niet of niet geheel, dan kan gekeken worden naar andere argumenten en andere waarden en wanneer die in een bijzondere mate aanwezig zijn, dan kan worden overwogen (en worden gezocht) naar aanvullende financiering. Kortom: een wat steviger en zakelijker benadering, zonder uit te sluiten, dat andere waarden ook een rol kunnen spelen.

Maatschappelijke motivatie

Uiteindelijk wordt er door Emiel Rijshouwer geconstateerd dat het vooral van belang is te weten waarom je het (wijkondernemen) doet en dat je er voor blijft zorgen dat je blij bent met wat je doet en hoe je het doet, in plaats van voortdurend te denken in financierings- en verdienmodellen. Eén van de belangrijkste motivaties voor het starten en doen slagen van een wijkonderneming is de gedachte: “We willen iets, we regelen het zelf”. Het runnen en in stand houden van een wijkonderneming is volgens Emiel Rijshouwer geen doel an sich.