Een buurtwet schrijven is zo makkelijk nog niet

MaakdeBuurt update #2 door Joachim Meerkerk, programmamaker bij Pakhuis de Zwijger.
Reageer

Een buurtwet schrijven is zo makkelijk nog niet. Gelukkig kunnen we het met vele Amsterdammers samen doen. Naast de vermeerdering van de vreugd leveren deze toegevoegde zielen vooral ook meer kennis op. Het zet ons op het spoor van iets dat groter lijkt te zijn dan de buurtwet zelf. Begonnen we met een zoektocht naar een aantal slimme rechten of principes, inmiddels boren we veel fundamentelere vragen aan. En het is goed dat we dat gesprek voeren.

Tijdens deze eerste fase in het proces van MaakdeBuurt zijn we vooral op zoek gegaan naar de onderwerpen waarop we verdieping willen zoeken en die het verdienen om geadresseerd te worden in de uiteindelijke buurtwet. Dat we soms al op de zaken vooruit lopen en in verdiepende gesprekken belanden lag in de lijn der verwachtingen, maar het valt mij op dat we ook meer losmaken dan onze intentie was. Al snel gaat het niet meer over een Amsterdamse versie van de Engelse community rights, maar hebben we het over de bestuursstructuur en –cultuur als geheel, en de positie en rol van burgers daarin. Een buurtwet waarin rechten van burgerinitieven, wijkondernemingen en dies meer zij worden vastgelegd is volgens onze gesprekspartners verklonken met een grotere verandering van de manier waarop onze stad georganiseerd en bestuurd wordt. Beide ontwikkelingen kunnen niet zonder elkaar. Burgers die het recht krijgen op het gebruik van vastgoed voor gemeenschapsactiviteiten moeten ook onderdeel worden van participatieve beleidsvorming waarin bijvoorbeeld bestemmingsplannen of structuurvisies worden vastgesteld.

Ik was deze week te gast bij een werksessie met Paola Huijding van Self Service Urbanism. Zij heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het Braziliaanse participatieve model voor stedelijke ontwikkeling.Deze publicatie is zeer leerzaam voor ons als Makers van de buurtwet. Het beschrijft hoe in Brazilië burgerparticipatie in stedelijke ontwikkeling juridisch is vastgelegd in het Statuut van de stad. Dit document, dat zelf in een participatief proces tot stand is gekomen, is opgenomen in de federale grondwet en is het uitgangspunt voor lokale overheden wanneer zij plaatselijke plannen en verordeningen maken. Porto Alegre is een bekend voorbeeld voor velen, maar de voorbeeld van andere Braziliaanse steden zijn talrijk en minstens even zo inspirerend. In feite volgen we in Amsterdam de omgekeerde weg. We beginnen met een plaatselijke verordening en hopen dat de participatieve rechten in de (grond)wet daar later op zullen volgen. De keuze om in Amsterdam eerst een sociaal contract te schrijven levert een interessante hybride vorm op. Het sluit aan bij de oproep van James Kennedy om te werken aan deep democratization, zoals hij dat deed in een kritische beschouwing tijdens de presentatie van het boek De wankele democratie. Mijn interpretatie van die oproep is om de democratie tot in de diepste vezels van de samenleving te organiseren en niet te zien als een vraagstuk dat louter betrekking heeft op staatkundige issues.

Voor ons als initiatiefnemers is het soms lastig om de twee verschillende ambitieniveaus uit elkaar te houden. Op weg naar het sociaal contract eind juni moeten we daar wel hoe langer hoe meer rekening mee gaan houden. Ik zie het vooral ook als een kans en hoop dat jullie, de schrijvers van Amsterdamse buurtwet, daar in mee gaan. Laten we vooral ook die bredere context, die grotere beweging meenemen in ons sociaal contract. Het vormt de achtergrond waartegen we die schrijven en de lange termijn ambitie die we er mee proberen te bereiken. Maar laten we vooral ook niet vergeten die eerste rechten met elkaar te overdenken en te formuleren. Want die zijn als kleine stapjes hard nodig op de lange weg die nog te gaan is. Met enkele slimme en doordachte rechten of principes creëren we niet alleen de ruimte voor initiatieven om weer verder te komen, maar ook voor een meer fundamentele verandering.