De Zwijger spreekt met… Milan Meyberg

Over circulair feesten, een groene toekomst en innovatief Amsterdam.
Reageer

Duurzame duizendpoot Milan Meyberg was lange tijd dj met een diepgewortelde passie voor het zekerstellen van groene toekomstperspectieven. De afgelopen twee jaar kreeg hij de kans deze passie te concretiseren en ontwikkelde hij als revolution manager bij DGTL festival een bijna volledig circulair evenement. Daarnaast is hij internationaal keynote spreker, freelance duurzaamheidsstrateeg en blijft hij af en toe plaatjes draaien. We spreken Milan over zijn lidmaatschap van de Nieuw Amsterdam Raad, circulair feesten en de toekomst van de stad.

Ha Milan! Allereerst, wie ben je en wat doe je?
‘Hoi! Ik ben freelance duurzaamheidsstrateeg en heb me de afgelopen twee jaar vooral gericht op duurzaamheid in de evenementensector. Dat betekent dat ik festivals als een soort living lab beschouw, waar vraagstukken rondom duurzaamheid aangekaart en opgelost kunnen worden op beperkte schaal. Daarnaast ben ik al zo’n vijftien jaar actief als dj en evenementenorganisator. Vanwege mijn achtergrond in de muziekwereld ben ik enorm geïntrigeerd geraakt door de huidige generatie festivalbezoekers. Op deze manier ben ik me gaan bezighouden met duurzaamheid en met name circulariteit binnen de festivalsector. Als revolution manager bij DGTL festival heb ik mij de afgelopen twee jaar gericht op duurzaamheid, innovatie en technologie om met deze middelen het eerste circulaire festival van de wereld te ontwikkelen. Het idee is als volgt; als je een evenement voor 40.000 bezoekers volledig circulair kunt maken, dan kunnen dezelfde middelen worden ingezet in andere contexten. Het festival functioneert op deze manier als testomgeving, omdat zaken als consumptie, energieverbruik, afval en inclusiviteit op soortgelijke manier een rol spelen in stedelijke ontwikkeling. Het festival is als het ware een afspiegeling van de stad.’

Hoe maakte je de omschakeling van muziek naar duurzaamheid?
‘Er was niet echt een specifiek schakelpunt. Eigenlijk ben ik sinds mijn 15e al bezig met duurzaamheid, maar had ik pas de afgelopen twee jaar de middelen om hier op grotere schaal mee bezig te gaan. Ik zag hoe vervuilend festivals zijn, maar ervaarde festivals tegelijkertijd als de plek bij uitstek waar mensen tot elkaar komen en waar inclusiviteit hoog in het vaandel staat. “Waarom zou dat niet duurzaam kunnen?”, vroeg ik mezelf af. Vanuit die gedachte kwam het idee om DGTL door te ontwikkelen tot circulair festival, in samenwerking met experts van Green Events Nederland.’

Hoe ver zijn jullie bij DGTL, is het festival al volledig circulair? 
‘Ik spreek nu natuurlijk vanuit mezelf en niet namens DGTL, maar ik kan zeggen dat het festival voor ongeveer 90% circulair is op dit moment. Er is een circulair plastic systeem, een circulair voedselsysteem – waarbij er onder andere compost wordt gecreëerd die bij Amsterdamse stadsboeren terecht komt – er wordt ter plekke olie uit plastic geproduceerd en er worden meststoffen van urine gemaakt. Het doel is om in 2020 helemaal circulair te zijn. Om dit proces te waarborgen en ook beschikbaar te maken, wordt er onafhankelijk onderzoek gedaan naar de verschillende projecten die we hebben geïnitieerd.’

Dan nu, de Nieuw Amsterdam Raad; wat is de meerwaarde van de NAR voor jou?
‘Allereerst zie ik de Nieuw Amsterdam Raad als een verzameling heel bijzondere mensen. Het zijn allemaal millennials met unieke kwaliteiten en als groep zijn we enorm progressief in ons doen en denken. Iedereen van de NAR is vooraanstaand in zijn of haar vakgebied, wat veel inspirerende en uitdagende perspectieven biedt. Daarbij is er binnen de Raad niet alleen diversiteit in verschillende professionele achtergronden, maar ook op het gebied van culturele achtergronden. Daardoor is de Nieuw Amsterdam Raad wat mij betreft, in vergelijking met de Gemeenteraad, een veel relevantere afspiegeling van de stad. Waar de NAR verschilt met de gemeenteraad is gemiddelde leeftijd – want millennials – maar dus vooral professionele insteek. Omdat de leden niet gebonden zijn aan een politieke ideologie, zijn ze toegankelijker voor het publiek, maar zijn gesprekken onderling ook makkelijker te voeren. Hoewel we geen politieke partijen vertegenwoordigen, staan veel van de NAR-leden wel voor bepaalde groepen binnen de stad. We zijn geselecteerd op eigenschappen die een goede reflectie van de stad geven. Daardoor is het ook een heel interessant experiment; we zijn niet gekozen, maar samengesteld als Raad. Tot slot is de Nieuw Amsterdam Raad voor mij ook een platform om mijn eigen projecten aan te toetsen. Het staat me toe om buiten mijn eigen bubbel te treden en mijn ideeën aan te scherpen.’

Wat zou je graag willen bereiken met de Nieuw Amsterdam Raad?
‘Vooralsnog is het denk ik heel belangrijk om een onafhankelijk tegengeluid te kunnen bieden aan de politieke status quo vanuit het perspectief van millennials. Mijn geluid komt dan natuurlijk vanuit duurzaamheid. Ik wil echt radicale verandering teweeg brengen. Die verandering gaat niet komen door gebaande paden te blijven bewandelen, zoals de Gemeenteraad toch vaak doet. Radicale actie roept vaak negatieve associaties op, maar ik bedoel dat het roer om moet en dat we out of the box moeten denken. De NAR heeft de potentie om dat alternatieve geluid te laten horen, zonder politieke lading. Ik denk dat het belangrijk is dat de wisselwerking tussen de Gemeenteraad en de NAR verder gaat dan alleen rond de tafel zitten, zoals afgelopen woensdag in Pakhuis de Zwijger, en dat de NAR serieus wordt genomen om zo inhoudelijk advies met betrekking tot beleidsveranderingen te geven. Waar leden van de gemeenteraad voor een relatief korte periode een agenda en portefeuille krijgen toegewezen, zijn de leden van de Nieuw Amsterdam Raad mensen die echt in een expertisegebied zitten en dus relevante inzichten op dat gebied kunnen bieden.’

Dan nu de hamvraag: hoe ziet jouw stad van de toekomst eruit?
‘Over deze vraag denk ik natuurlijk heel veel na. Ik moet zeggen dat ik hem met groeiende onzekerheid beantwoord. Ik ben erg benieuwd of onze stad op tijd klimaatadaptief en voedseladaptief zal zijn en in hoeverre circulariteit op stadsniveau verwezenlijkt kan worden. Mijn tegenvraag is dan ook: hoever in de toekomst wil je kijken? Uiteindelijk zou het ultieme scenario bestaan uit een klimaatadaptieve, circulaire, inclusieve stad, die uiteindelijk zelf regeneratief zou kunnen worden.’

Mocht er inderdaad radicale actie ondernomen worden, wanneer zou deze stad dan gerealiseerd kunnen worden?
‘Tja, dat is natuurlijk precies de vraag die wij aan de gemeente willen en moeten stellen. Er spelen op dit moment een aantal heel grote vraagstukken, zoals klimaatverandering, diversiteit, inkomensongelijkheid, en daaruit vloeien problemen zoals woningnood voort. Geen van deze ontwikkelingen zijn losstaande problemen. Het zijn symptomen van een systeem dat verouderd en dus toe aan vernieuwing is. Deze vernieuwing komt vanuit mensen die met hun voeten in de klei staan, zoals de leden van de Nieuw Amsterdam Raad.’