De Zwijger spreekt met… Khadija al Mourabit

Rebel die universele opvattingen doet opschudden
Reageer

Regisseur Tarik el Idrissi maakt documentaires in het Rif, een gemarginaliseerde regio in het Noorden van Marokko. Schrijver Abdelkader Benali vind het belangrijk dat de visie van vrouwen met een migratieachtergrond aan het licht moeten komen. Khadija al Mourabit rebelleert tegen universele opvattingen. Een perfecte combinatie voor de film: de Reis van Khadija. Heb je de filmvertoning bij Pakhuis de Zwijger gemist? Geniet dan hier van een beetje Khadija!

Wie ben je en wat doe je?
“Ik ben dus Khadija al Mourabit (38), filosoof, geboren en getogen in Amsterdam.  Ik ben van Marokkaanse afkomst, Riffijns, uit Nador. Er wordt gezegd dat ik een sterke vrouw ben. Daarnaast ben ik een actief persoon die erg maatschappelijk betrokken is. Ik vind dat je zoveel mogelijk uit het leven moet halen  voor zoveel mogelijk mensen. Verder werk ik op de VU als international student advisor voor de beta-wetenschappen, ik geef lectures bij de Summer School voor Sociale Wetenschappen op de UvA, zit in een tweetal besturen, ik modereer en ben ik bezig met de documentaire.”

Wat willen jullie agenderen met de film?
“Het gaat eigenlijk om een heleboel aspecten die elkaar doorkruisen zoals: identiteit, familierelaties, sterke vrouwelijke voorbeelden (zoals onder andere mijn oma), Marokkaans familie- en erfrecht. Het uitdiepen van bijvoorbeeld het Marokkaanse familie- en erfrecht in de film vertelt een hoop over de bepaalde manier van denken in deze samenleving. Het is een discussie van gewenning, gangbare opvattingen, een vorm van toxische masculiniteit in een patriarchale samenlevingen. Om deze uitwerkingen hiervan te veranderen, dient er ook mentaliteitsverandering plaats te vinden.

Daarnaast gaat de film over identiteit. Laatst heb ik van prof. Guadeloupe (UvA) geleerd dat we niet moeten spreken van een diaspora, maar van een metaspora: verscheidene plekken waar je jouw identiteit en herkomst aan ontleend. De kijker ziet op een intieme manier de complexiteit van hoe mijn band is met Marokko, met de Rif en hoe ik me hiertoe verhoud. Ik ben het namelijk allemaal: Nederlands, Marokkaans, Riffijns en Tamazight.

Het is de reis van Khadija, maar het gaat om veel meer dan alleen mijzelf. Naast de visies van Abdelkader en Tarik zijn we in gesprek gegaan met de mensen in Nador om hun ideeën te tonen. Als het enkel om mij zou gaan dan zou ik ook net zo goed een lecture kunnen geven, die opnemen en verder niets. Maar het gaat juist om de interactie, de uitwisseling van gedachten en de emoties. Net zoals de filosoof Martin Buber zei: ‘echt leven is echt ontmoeten’ en in dat ontmoeten kun je stereotypen en vooringenomen ideeën weg halen. Dat proberen we ook met deze film te doen.”

Wat vond je van de filmvertoning in Pakhuis de Zwijger?
“Ik vond de (Grote) Zaal heel bijzonder. Door de velen schermen waar foto’s werden afgebeeld, werd de sfeer heel intiem en sereen. En de zitzakken in de zaal, die zagen er erg comfortabel uit! Dit geheel zorgde voor een goede context voor het verloop van de avond. Ik had met de moderator Sarita Bajnath afgesproken dat ik achterin de zaal zou plaats nemen en pas halverwege het panelgesprek aan zou sluiten. Ik hoef niet de hele tijd de plek te hebben te midden van het podium. Bovendien hebben mensen me al de hele tijd gezien in de documentaire. Dat achterin zitten was, voor mij als filosoof, interessant. Ik zag, voelde en proefde de reacties van de zaal. Sommige mensen leken te voelen dat ik achterin zat en keken om, dan kreeg ik een knikje, een glimlach of zag tranen in hun ogen. Een soort connectie. Dat vond ik heel mooi.”