De Zwijger spreekt met… Chandar van der Zande

Over woongroep De Warren en de uitdagingen voor de toekomstige woningbouw in Amsterdam.
Reageer

Chandar van der Zande is betrokken bij een woningbouwproject waarin 50 mensen het gebouw met 36 appartementen ontwerpen waar zij uiteindelijk gaan wonen. Duurzaamheid, gemeenschapsgevoel en betaalbaarheid staan hierbij centraal. Op 29 mei is Chandar samen met andere experts aanwezig om in gesprek te gaan over de uitdagingen die komen kijken bij het opzetten van wooncoöperaties in Amsterdam.

Hey Chandar, wie ben je en wat doe je?
Ik ben Chandar, ik ben 34 jaar en houd me bezig met verschillende dingen. Ik werk bij Metabolic als aanjager voor de circulaire economie. Daarnaast ben ik in mijn vrije tijd onder andere bezig met het ontwikkelen van De Warren. Dat is een woongroep die is ontstaan uit een collectief genaamd KONIJN, die op basis van donaties creatieve festivals organiseert. In 2014 heeft dit collectief ertoe geleid dat er een permacultuur boerderij is opgezet in Portugal. Wij zijn eigenlijk een stel jonge mensen die de handen ineen hebben geslagen en zijn gaan nadenken over duurzaam en betaalbaar wonen realiseren in Amsterdam. Samen investeren we in een duurzame toekomst om daar gezamenlijk de vruchten van te plukken.

Hoe gaan jullie De Warren realiseren?
Wat je voor je moet zien is een pand van vijf bouwlagen met zesendertig appartementen, waar uiteindelijk 50 mensen in gaan wonen. Samen hebben we een architect, constructeurs en straks ook een aannemer in dienst genomen. Het ontwerpproces hebben we samen met een architect begeleid.
We hebben 3 focuspunten, de eerste; duurzaamheid, staat centraal. We bouwen met duurzame bouwmaterialen zoals hout, gebruiken zonnepanelen en isoleren alles optimaal. Daarnaast zorgen we ervoor dat we niet alleen ruimte scheppen voor de menselijke dieren maar ook voor de vogels en insecten. Naast duurzaamheid is gemeenschappelijke ruimte een belangrijk focuspunt. We willen dat het een gemeenschappelijk huis wordt waar velen talen worden geleefd, spullen worden gedeeld en waar mensen voor elkaar zorgen als het wat minder goed gaat. Je levert wat individuele ruimte in maar krijgt er veel gemeenschappelijke ruimte voor terug. We hebben literatuuronderzoek gedaan en interviews afgenomen om erachter te komen wat optimaal zou werken met het indelen van de ruimte. 1/3e van onze ruimte is nu gemeenschappelijk. Zo hebben we een werkruimte waar je met je laptop kan werken en een yoga-theater zaal waar workshops gegeven kunnen worden zoals Aikido en dans. Ook is er een makersspace waar mensen kunnen klussen en meubels kunnen maken. Als laatste vinden we het ook heel belangrijk dat de plek betaalbaar wordt met een betaalbare huur, ook in Amsterdam. Dit kan omdat wij geen winst hoeven te maken. Onze winst is maatschappelijk, ons rendement is de waarde die we met elkaar ervaren door daar te gaan wonen en voor de stad van de toekomst.

 Dat klinkt mooi! Welke uitdagingen zijn jullie tegen gekomen?
Er zijn veel uitdagingen omdat wij op ieder vlak aan het pionieren zijn. Dat geldt voor zowel de duurzaamheid als voor het ontwerpen met zoveel verschillende mensen en het regelen van de financiën.
We willen radicaal duurzaam bouwen, met zoveel mogelijk hout. Dit is vrij ongebruikelijk en nieuw in Nederland en daarom zijn er niet veel aannemers die makkelijk zeggen “Ja dit doen we wel even!” Gelukkig hebben wij een geweldige architect en aannemer die heel veel met natuurlijke materialen werken. Op het gebied van de financiering is dit project voor Nederlandse banken helemaal nieuw en zijn we naar Duitsland uitgeweid. Deze uitdagingen los je dus op door de juiste mensen aan te trekken. De uitdaging met betrekking tot het ontwerpen met zo’n grote gemeenschap zijn we aangegaan door een zevental workshops te organiseren waarbij we met elkaar zijn gaan ontwerpen samen met de architect. Door middel van kaartjes, tekeningen en spelvorm heeft iedereen zijn input kunnen leveren op het uiteindelijke ontwerp.

Hoe zie jij de toekomst?
Ik verwacht dat mensen hier lange termijn willen wonen maar dat er ook doorstroom in het huis plaats gaat vinden. De kleinere ruimtes voor creatieve jongeren zal ervoor zorgen dat er steeds nieuw bloed door het pand stroomt wat voor vernieuwd enthousiasme en een continue dynamiek zorgt. We zijn bezig met deze pilot eerst goed af te ronden. Ik weet zeker dat meer mensen zo zouden willen wonen als er land beschikbaar wordt gemaakt.

Als opwarmer: Wat voor gesprek kunnen we verwachten tijdens het programma Wooncoöperaties op 29 mei?
De voornaamste onderwerpen die aan bod zullen komen zijn denk ik de grootste uitdagingen waar het nu op stuk loopt. Daarbij zullen 2 thema’s heel belangrijk zijn: financiering aan de ene kant en grondprijzen en beschikbaarheid van grond aan de andere kant. Het is niet realistisch om aan een wooncoöperatie en een commercieel ontwikkelaar dezelfde prijs voor grond te vragen. Een ontwikkelaar verdient met het verkopen van de grond en een wooncoöperatie wil eeuwigdurende betaalbare huren gaan realiseren en dan zal je wat van de prijs moeten inleveren. Ook moet er meer grond beschikbaar gesteld worden aan dit soort initiatieven. Daarnaast is het zaak om meer tools te ontwikkelen voor het ingewikkelde pad dat wij als eerste hebben afgelegd, om het zo gemakkelijker te maken voor de volgende generatie. Wat belangrijk is, de burger wil wel. Wat mij betreft is politiek aan zet om ruimte te scheppen voor de burger die dan vervolgens lekker kan rellen.