De Zwijger spreekt met… Bo Hanna

Over de media, progressief Amsterdam en existentialisme.
Reageer

Tijdens zijn studie Franse Taal en Cultuur werd Bo Hanna gegrepen door Sartre’s existentialistische motto: met schrijven kan je de wereld veranderen. In diezelfde tijd kwam hij als redactiestagiair bij VICE Media terecht en sindsdien schrijft hij op freelance basis voor onder andere Vogue, De Volkskrant, en LINDA. Magazine. We spreken Bo over zijn lidmaatschap van de Nieuw Amsterdam Raad, inclusiviteit in de media en het Amsterdam van de toekomst.

Hoi Bo! Wie ben je en wat doe je?
‘Mijn naam is Bo Hanna en ik ben freelance journalist. Ik studeerde Franse Taal en Cultuur in combinatie met Midden-Oosten Studies, met daarbij nog een minor in Gender Studies. Vanwege mijn eigen achtergrond – ik heb Koptisch-Egyptische roots, ben geboren in Zweden, heb vervolgens in Cairo gewoond en woon inmiddels sinds mijn 5e in Nederland – heb ik me altijd geïdentificeerd met thema’s als uitsluiting, racisme, homofobie en LHBTQ+ rechten. Dat ik vervolgens ook ben gaan schrijven over deze onderwerpen komt voort uit mijn studie. Tijdens een vak over Franse literatuur bestudeerde ik het werk van filosoof Jean-Paul Sartre. Zijn existentialistische ideeën vormen sindsdien een inspiratiebron. Sartre was van mening dat je altijd een keuze hebt als individu en dat je daarom met schrijven over bepaalde onderwerpen de wereld kunt veranderen. Ik wilde mijn persoonlijk struggle met het bovenstaande kenbaar maken en voelde me bovendien niet gepresenteerd in de media – die diversiteitsthema’s vaak als iets ultiem westers promoten, terwijl onderwerpen als vrouwen- en LGBTQ+ rechten universeel zijn. Zo kwam ik uiteindelijk bij VICE terecht en inmiddels schrijf ik artikelen voor publicaties als Vogue, De Volkskrant, VICE, i-D en Linda. Magazine over onder andere identity politics, jongeren, diversiteit, ongelijkheid en racisme.’ 

Wat is voor jou de meerwaarde van de Nieuw Amsterdam Raad?
‘De NAR is een club mensen met allerlei verschillende perspectieven, expertises en achtergronden. Het bijeenbrengen en verbinden van al deze mensen en ze een gezamenlijke stem geven is een krachtig symbool, maar ook een praktische manier om inzage te krijgen in wat er speelt in verschillende vak- en stadsgebieden. De politiek heeft op dit vlak een blinde vlek en heeft het nadeel gebonden te zijn aan democratische processen. Juist omdat (het merendeel van) de leden van de Nieuw Amsterdam Raad geen politieke achtergrond hebben, maar in de haarvaten van de samenleving actief zijn binnen hun eigen vakgebied, hebben ze iets nieuws te zeggen.’ 

Wat zou je graag willen bereiken met de raad?
‘Vanuit een persoonlijk perspectief ben ik erg blij dat de NAR me introduceert aan mensen buiten de mediawereld, bijvoorbeeld uit de duurzaamheidssector, het onderwijs, of de architectuur. We kunnen namelijk veel van elkaar leren door kennis uit te wisselen. Verder hoop ik dat de gemeenteraad ook daadwerkelijk naar ons zal luisteren en dat ze wat we zeggen serieus zullen nemen. De Nieuw Amsterdam Raad benadert problemen op multidimensionale wijze en oppert inclusieve, intersectionele ideeën, die bijvoorbeeld homofobie, transfobie of vrouwenrechten ter discussie kunnen stellen. Omdat er professionals uit elke sector meedenken, wordt er op een holistische en innovatieve wijze gezocht naar oplossingen voor en door de stad.’

Hoe ziet jouw stad van de toekomst eruit?
‘Mijn stad van de toekomst is een stad van gelijkheid. Iedereen is Amsterdammer, ongeacht etniciteit, religie of cultuur. Ik hoop ook dat we een progressieve stad blijven – want die zijn we. Ik denk dat Amsterdammers soms vergeten dat we niet per definitie de meest progressieve stad ter wereld zijn, maar dat er veel ruimte voor verbetering is. Verder moet Amsterdam leefbaar blijven. Natuurlijk, het is een grote stad en het hoeft daarom niet rustig te zijn, maar massatoerisme en bijbehorende consumptiecultuur mogen wat mij betreft wel aan de kaak gesteld worden. Zo plaats ik als feminist ook mijn vraagtekens bij de manier waarop ‘De Wallen’ als toeristische attractie gepromoot worden. Verder moeten wijken en groepen in harmonie naast elkaar en met elkaar kunnen bestaan. Daar hoort bij dat Amsterdam een stad moet worden die eerlijk naar zijn verleden durft te kijken, met het oog op morgen. Een stad die zich op constructieve manier bewust blijft van zijn koloniale historie en slavernijverleden. Het rekening houden met pijn die hieruit voortkomt voor bepaalde groepen is hierbij cruciaal.’

Wat is jouw rol als journalist in zo’n stad?
‘Hoewel ik denk nog op heel veel plekken buiten Amsterdam te wonen, hoop ik met schrijven bruggen te bouwen tussen groepen mensen en bepaalde onderwerpen bespreekbaar te maken. Op die manier zal ik altijd blijven proberen onbegrip, angst en ongegronde aannames weg te nemen bij mensen.’