De toekomst van Dukenburg

Verslag van de stadexpeditie van het leernetwerk in Nijmegen.
Reageer

Op donderdag 29 november bezocht het leernetwerk Het Nieuwe Stadmaken het stadsdeel Dukenburg in Nijmegen. Tijdens deze laatste stadsexpeditie bespraken we de manieren waarop een wijk (weer) aantrekkelijk gemaakt kan worden voor nieuwe doelgroepen, en hoe dit doel bereikt kan worden met en voor de huidige inwoners. Inclusief gentrificeren: illusie of mogelijkheid? Een kort verslag.

‘Anderen vinden niks van jou [Dukenburg], ze houden zich alleen met zichzelf bezig’.

Dukenburg is een vergrijsd stadsdeel, met veel leegstand, economische teleurgang, eenzaamheid en armoedeproblematiek. ‘Nijmegers denken niet over Dukenburg na’, stelt bewoner Qader Shafiq vast. De fysieke ligging van het stadsdeel draagt bij aan deze desinteresse in het stadsdeel, aldus Bas Böhm (gemeente Nijmegen): Dukenburg ligt aan de andere kant van het kanaal, en daarmee redelijk ver van het centrum van Nijmegen. Deze typische bloemkoolwijk uit de jaren ‘60/’70 met veel groen, is daardoor geen aantrekkelijk woongebied in de ogen van jonge gezinnen. Terwijl een diverse samenstelling van bewoners de wijk wel goed zou doen. Hoe kan Dukenburg op zo’n manier aantrekkelijk worden gemaakt, vraagt Qader zich af, dat het niet ten koste gaat van de huidige bewoners (vaak met een migrantenachtergrond) en er niet ‘..alleen [witte] gepensioneerden in Dukenburg komen wonen’? Hoe kan Dukenburg een wijk worden van en voor iedereen?

Qader sloot zijn column over het stadsdeel af met een gedicht uit zijn boek: ‘Het hier in Dukenburg broeit de toekomst’. Maar hoe ziet die toekomst eruit?

Presentaties in trainingscentrum Michi

Draaien aan de imagoknop

Het gebied heeft een nieuwe impuls nodig. Maar op welke manier, en met welke gevolgen? Om dit te achterhalen liet de gemeente Nijmegen een onderzoek uitoefenen door de Radboud Universiteit. Hierbij werd de Group Model Building (GMB) methode toegepast, om zo tot een gezamenlijke probleemanalyse van het gebied te komen met alle betrokkenen. Manon Karssen (gemeente Nijmegen) lichtte dit onderzoek toe, aangezien onderzoeker Brigit Fokkinga niet aanwezig kon zijn.

De GMB methode houdt in dat bewoners in groepsverband aangeven welke problemen zij in de wijk ervaren. De thema’s en relaties die hieruit voortvloeien worden in een schema samengebracht, waarbij de hoeveelheid pijltjes (relaties) naar de bolletjes (thema’s) aangeven hoe belangrijk het thema is binnen de wijk (zie schema hieronder). Als er vervolgens aan één van die belangrijke thema’s (ofwel ‘hoofdknoppen’) gedraaid wordt, zal dat ook effecten hebben op de andere thema’s die hieraan gerelateerd zijn. Voor Dukenburg bleken armoede, woningdifferentiatie en imago de belangrijkste thema’s te zijn. Gezien de slechte reputatie van Dukenburg (en het belang van meer woondifferentiatie in de wijk), namen we tijdens de stadexpeditie het thema imago verder onder de loep: het gevoel bij en het beeld over wat er leeft in Dukenburg. Wat gebeurt er als je aan de imagoknop van het stadsdeel gaat draaien?

Group Model Building

Hiervoor besprak Martin Paul Neys, de voorzitter van Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) een aantal van de projecten die in Dukenburg gaan starten om het imago van de wijk te veranderen. De wijk is namelijk ook een groen, betaalbaar, ruim en bereikbaar stadsdeel, met de potentie om te floreren, zoals andere stadsdelen in Nijmegen dat ook gelukt is. Zo gaat het Architectuur Centrum Nijmegen met het project ‘Trots op Dukenburg’ samen met inwoners de kwaliteiten van de wijk in kaart brengen. Deze ‘belevingskaart’ laat zo zien waar de kansen in de wijk liggen, en waar nog verandering nodig is. Daarnaast start het project ‘Innovatie voor de inclusieve stad’, waarmee het ACN -wederom in samenwerking met de bewoners- een inspiratieboek wilt samenstellen van innovatieve woonvormen in de wijk. Met beide initiatieven probeert het ACN om het beeld over de wijk aan te passen, zowel onder de Dukenburgers zelf, als onder andere Nijmegenaren.

Sightseeing in Dukenburg

Tijdens de lunch hoorden we van een aantal actieve Dukenburgers over hun initiatieven in de wijk. Zo vertelde Peter Saras over de Stichting AED Dukenburg, die zich inzet voor de aanschaf van AED kastjes in de wijk en het aanbod van reanimatiecursussen aan bewoners in de wijk. En heette Ton Buitenhuis het leernetwerk welkom in de Ontmoetingskerk, die als ontmoetingscentrum functioneert om o.a. eenzaamheid te bestrijden, zowel voor ouderen als voor alleenstaande moeders, maar ook voor islamitische bewoners en vluchtelingen in de stad: ‘we staan altijd open, maar als de religieuze symbolen aan de voorkant van de kerk hen afschrikt, kunnen ze altijd via de achteringang naar binnen.’ Daarna introduceerde Margriet van Vugt de net geopende Buurthuiskamer Tolhuis, als nieuwe ontmoetingsplek van en voor Dukenburgers.

Community-driven gebiedsontwikkeling

Is het mogelijk om de imagoknop zó te draaien, dat niet alleen de belangen van de nieuwe, maar ook die van de oude bewoners behartigd worden? En zo ja, hoe doe je dat dan? Om deze vraag te onderzoeken, gaven Rense Bos (Publieke Versnellers) en Joris Kramer (And The People) een workshop rondom community-driven gebiedsontwikkeling, waarbinnen buurtbewoners als gelijkwaardige partners aan het ontwikkelingsproces deelnemen. Dit deden zij aan de hand van hun ervaringen met de Community Land Trust (CLT).

In het afgelopen jaar introduceerden Rense en Joris het Community Land Trust model bij bewoners uit de H-buurt in Amsterdam Zuidoost. In deze ontwikkelwijk zullen zowel de gemeente als woningbouwcorporaties de aankomende jaren flink gaan investeren. Wat betekent deze ontwikkeling voor de betaalbaarheid van de woningen in de wijk, en daarmee voor de huidige bewoners? Kan de CLT een handvat bieden om als wijk zelf aan het roer te staan van deze herontwikkeling en zo tot een andere vorm van (mede)zeggenschap en een proces van inclusieve gebiedsontwikkeling te komen? En wat kan het leernetwerk daar voor een inzichten uit halen voor de eigen casuïstiek?

Tijdens de workshop paste het leernetwerk de denkwijze van de CLT toe op een aantal voorbeelden uit de eigen casuïstiek. Wat voor rol kan de Community Land Trust spelen in het verhogen van de sociale cohesie en tegengaan van de economische teleurgang in de Zuiderzeewijk in Lelystad? Is de CLT daar de goede methode voor, of moeten we op zoek naar andere vormen of toepassingen van community-driven gebiedsontwikkeling? Is de CLT bijvoorbeeld te ‘tweaken’ naar een andere context dan in Zuidoost (waar het gaat om het betrekken van bewoners in de herontwikkeling van een woongebied), zoals de Binckhorst in Den Haag: kan CLT ook ingezet worden als het gaat om het medezeggenschap over de bedrijfspanden in het gebied? Met welke partijen moet dan een Trust afgesloten worden, en hoe krijg je die partijen aan boord?

Op welke manier en onder welke voorwaarden gedraaid kan worden aan de imagoknop van een gebied, zonder dat de nieuwe (vaak kapitaalkrachtige) groep de overhand krijgt, blijft een lastige proces. Wellicht dat methoden als de Group Model Building, het inspiratieboek en de CLT een stap in de juiste richting kunnen geven, om te komen tot écht inclusieve gebiedsontwikkeling.