De politiek moet meer vertrouwen hebben in alle burgerinitiatieven

Verslag van de conferentie Vertrouwen in de Stad #3 door Generation City
Reageer

Een half jaar na de vorige Vertrouwen in de Stad conferentie is het tijd voor deel 3 in Pakhuis de Zwijger. Deze avond heeft de volgende ondertitel meegekregen: Tijd om door te pakken. Dus tout Amsterdam die bezig is met wijkproblematiek aanwezig. Ruben Maes is de uitgelezen persoon om ons door de enorme stormvloed van informatie heen te loodsen.

De avond begint met een plenair gedeelte waar eerst wethouder Freek Ossel aan het woord komt. Hij stelt dat we inderdaad moeten doorpakken. De politiek moet meer vertrouwen hebben in alle burgerinitiatieven. Het is aan hem en zijn collega’s om de boel te faciliteren en verder te helpen. Hopsakee, een moeten wat tijdens bijeenkomst #1 en #2 ook al moest. Tot zover niet zoveel nieuws.
Albert-Jan Kruiter vertelde wel iets nieuws. Of het was oude wijn in nieuwe zakken, maar de impact leek hetzelfde. Hij maakte ons namelijk de beweegredenen achter al die burgerinitiatieven duidelijk; Nederlanders zijn van hun problematiek onteigend door het centralistische bestuur boven ons individualisten. Problematisch, maar heus op te lossen door te erkennen dat er drie factoren meespelen; markt, overheid en burgerschap. Deze drie factoren hebben een eigen taak (respectievelijk efficiëntie, legitimiteit en betrokkenheid) en initiatieven die dit alledrie genereren zijn het uitproberen waard. Dit lijkt waardevol; een kader om initiatieven aan te toetsen.

Voor onze “zomerstop” versloegen wij met enige regelmaat avonden van het Pakhuis. Toentertijd hadden de programmamakers wel ‘s de neiging de avonden vol te stoppen met namen, onderwerpen en allerhande gesprekjes. Dat is nog steeds, weten we nu. Na deze twee inleiders, Ossel en Kruiter, waren er namelijk nog vijf! Firoez Azarhoosh (Meevaart) gaf zijn mening over het verhaal van Kruiter, Hans Zuiver (Combiwel) kreeg dezelfde opdracht en de directeur van Ymere kwam nog aan het woord over Den Haag en haar gebrek aan plannen voor wijken en buurten. Tjeerd Herrema mocht nog iets zeggen over de successen van de Indische Buurt en Lieke Thesingh (stadsdeel Oost) zei nog iets over buurtinitiatieven, goedkeuringen en geld.

Ons hoofd was zodoende al vrij vol voordat de avond überhaupt begonnen was. Of dat aan onszelf ligt, laat ik even lekker in het midden. Maar ik denk het niet.

Na de inleiding zijn er workshops. Wij kiezen ervoor om de workshop ‘Samen Krachtig, Plan van Gool’: Hoe bewoners de wijk én zichzelf ontwikkelen! bij te wonen, omdat dit initiatief gebruikt maakt van de Kwanda-methode. Daar is Peter op afgestudeerd en hij wilde weten hoe het ervoor stond. Aura de Klyn, ondernemer en projectleider in Plan van Gool, trapt af. Ze stelt dat er een duidelijk onderscheid gemaakt moet worden trust-ontwikkeling en Bewoners-gestuurde Wijkontwikkeling. Er zijn wijken waar bewoners zelf positieve ontwikkelingen kunnen bewerkstelligen. Waar die kracht niet aanwezig is, is eventueel Bewoners-gestuurde Wijkontwikkeling nodig. Aura heeft een duidelijk verhaal met een aantal nuttige handvaten; modellen zijn leuk en aardig, maar hebben aanpassing nodig als bewoners dat aangeven. Verplichting heeft sowieso geen zin en de overheid moeten stoppen met de bewering dat er bepaalde wijken zijn zonder mensen die kunnen participeren. Zo neemt Aura haar publiek in zevenmijlslaarzen mee in haar project en besluit met het uitleggen van de kantelperiode waar Plan Van Gool nu in zit: van participatie naar zelforganisatie. Dat is zoeken, wat kunnen de bewoners zelf oppakken en wat niet?

Daarna -goden zij gedankt- de bewoners zélf aan het woord. Pas dan lijken al deze bijeenkomsten in Pakhuis de Zwijger waarde te krijgen. Er blijken inderdaad bedrijfjes, kennis, verschuivingen te zijn geboren uit dit soort projecten. Dat stemt gelukkig. Want eindigden wij ons blog over voorgaande bijeenkomst niet met de hoop dat er minder gepraat, meer gedaan moest worden?

De gelukkige stemming bleek van korte duur. Dat kan liggen aan onze sceptische inborst of aan het praat-gehalte van de workshop die we daarop volgden. Deze ging over veranderende overheid. En natuurlijk is dat een kwestie van praten, praten en nog ‘s praten. Maar wij kregen het idee dat alle projecten die nu bij naam genoemd kunnen worden – omdat ze succesvol zijn gebleken, zoals Plan van Gool en de Indische Buurt- een beetje doodgeknuffeld worden. Ja, ze zijn succesvol. Ja, het is ronduit top wat daar allemaal bottom-up is neergezet. Het eindeloze gepraat daarover rijmt echter niet met de ondertitel van deze avond: tijd om door te pakken. Misschien zijn wij gewoon te negatief, dat kan. En misschien klopt het dat wij moeten stoppen met zeiken en zelf de stoute schoenen in de buurt moeten aantrekken (we hebben een poging gedaan, echt!). Allemaal waar. Maar het feit dat Hettie Politiek deze avond wederom eindigt met dat er nog wel getobt wordt, dat er aan de juiste knoppen gedraaid moet worden en dat er echt veranderingen komen en dat soort jargon-termen meer, dat stemt ons minder gelukkig dan dat wij na workshop 1 waren. Gelukkig herinnert het schrijven van zo’n verslag ons aan het begin van deze avond, namelijk de helderheid over het feit dat wij onteigend zijn van onze problematiek. En dat daar iets aan moet gebeuren. Problemen moeten weer onze problemen worden. Wij staan te popelen en zoeken de gaten. Als u dat maar weet.