Right to the city

Het recht op de stad, tegenwoordig een catchy slogan voor activisme. Maar wat bedoelde Henri Lefebvre in 1968 met het recht op de stad?
Reageer

In steden is er een groeiende interesse in kleinschalige stedelijke bewegingen die de stad hervormen. Tijdens dit (her)vormen van de stad is de grote vraag: voor wie is de stad? Op de avond van Buurtcommunities #23: Baas in eigen buurt gaan we met enkele van deze bewegingen in gesprek over het recht op de stad. Wat overeenkomt bij verschillende initatieven is dat zij op zoek gaan naar een alternatieve stad; ze bezetten plekken en geven deze nieuwe functies en betekenissen. Verschillende bewegingen verwijzen naar of zijn vernoemd naar Right to the city: het is een trendy slogan geworden. Maar waar komt dit concept vandaan en waar was het oorspronkelijk voor bedoeld?

De stad als een ‘oeuvre’

De Franse Marxistische geograaf Henri Lefebvre had zijn eigen opvattingen over Right to the city in 1968. Dit was in een tijd waarin Franse studenten hun woede uitten in protesten op straat in Parijs. Lefebvre vond dat de stad vervreemd raakte en geen plek meer was voor participatie. Het werd een plek ‘geregeerd’ door de dominante klasse, die niet geïnteresseerd was in het idee van de participatieve stad. Meer en meer werden plekken in de stad geproduceerd vóór ons in plaats van door ons. Dit resulteerde in zijn idee van het recht tot de stad: een schreeuw om radicale hernieuwing van relaties in de stad.

Steden zijn gemaakt voor verschillende groepen individuen die allen hetzelfde recht hebben: participeren, creëren en leven in de stad. De kern van Lefebvre’s opvatting was zijn idee van de stad als een oeuvre; een ‘kunstwerk’ waaraan iedereen deelneemt. De stad is een kunstwerk dat wordt geproduceerd door de dagelijkse activiteiten van zij die er wonen.

Het recht op de stad gaat over het recht op participatie, wat betekent dat burgers een centrale rol zouden moeten spelen in stedelijke ontwikkeling, en dat zou niet van bovenaf moeten worden bepaald. Het is het recht om het fysiek bezetten van, leven in, en vormen van stedelijke gebieden. Verder gaat het over het recht tot toe-eigening, wat betekent dat de waarde van de stad kan worden gebruikt door alle bewoners. Buiten dat burgers recht hebben op stedelijke ruimte hebben zij dat ook op politieke ruimte.

Hoe het recht op de stad er in de praktijk uitziet verschilt, afhankelijk van de strijd van groepen en individuen en de context waarin deze zich afspeelt. De bewoners van de Roggeveenstraat redden hun straat van de sloop door de huizen op te kopen en een eigen coöperatie te starten. Zij claimden het recht op het wonen in en het vormen van hun eigen stedelijke ruimte. Dit verschilt bijvoorbeeld met de strijd van de groep ‘Wij zijn hier‘, wat allereerst een strijd is tot erkenning en acceptatie in de samenleving en daarnaast een claim op het recht op politieke ruimte.

We are here

Democratisering van de stad

Wie anders dan sociaal geograaf David Harvey vernieuwde het idee van Lefebvre? Harvey’s blik op hoe de stad wordt gevormd is in relatie met wie wij zelf willen zijn; hoe ons dagelijks leven eruitziet en welke relaties wij aangaan. Recht op de stad is meer dan het recht van een individu om toegang te hebben tot stedelijke bronnen:

It is a right to change ourselves by changing the city more after our heart’s desire. (…)it is a collective rather than an individual right since changing the city inevitably depends upon the exercise of a collective power over the processes of urbanization. The freedom to make and remake ourselves and our cities is, I want to argue, one of the most precious yet most neglected of our human rights.

Harvey vindt dat sociale organisaties het recht op de stad moeten democratiseren en gebruiken als politiek ideaal en communicatieslogan. Er wordt gesteld dat Harvey het concept van het recht op de stad heeft vernieuwd en onder de aandacht heeft gebracht. Dit concept is sindsdien door vele activisten gebruikt als een slogan voor verandering. Bijvoorbeeld deze groep in Amsterdam, die zichzelf beschrijven als actievoerders en organisaties die strijden voor een sociale stad. Zij uiten hun onvrede over het woonbeleid en over het gevolg van segregatie en gentrificatie in de stad.

Veel van wat geschreven wordt over het recht op de stad is een kritiek op het stedelijk beleid en een statement voor het democratiseren van stedelijke gebieden. Beleid wordt steeds vaker op een niet-democratische manier toegepast waarbij burgers uit lagere inkomensklassen worden uitgesloten, en waarbij de stad wordt gecreëerd voor de behoeften van bedrijven en elitegroepen boven de behoeften van de meerderheid. Het recht op de stad is geen complete oplossing voor problemen, maar eerder een opening naar een nieuwe vorm van stadspolitiek: die van de burger.