Het taboe op geboortebeperking

Geerten Waling vs. het heilig huisje rondom geboortebeleid.
Reageer

Tijdens de Rutgers Special ‘Bevolkingscrisis: wereld onder druk‘ gaf historicus Geerten Waling zijn perspectief op het onderwerp bevolkingsgroei: “de sociale woede kent geen grenzen, zodra je kritisch bent over kinderen”.

Door Geerten Waling | 21 juni 2017.

We leven in de meest beschaafde tijden ooit. We voeren geen oorlog meer (of nou ja, bijna niet meer), we moorden niet, we stelen niet – we presteren het om met miljoenen mensen op een klein stukje land in vrede en geluk samen te leven. We leven op smartphones en Netflix. Strijden doen we in videogames en profsport wedstrijden. We vliegen de wereld over en plannen tripjes naar Mars.

Kortom, zijn verder verwijderd dan ooit van de dierlijke instincten die duizenden jaren lang ons gedrag bepaalden.

Niets is meer heilig in onze rationele, verlichte cultuur. Of toch wel? Probeert u maar eens kritiek te leveren op de voortplantingsdrift. Kritiek op de roze wolk, de Prenatal, de babyshowers, de poepluiers en de speelgoedpaleizen. U steekt uw hoofd in een wespennest, kan ik u garanderen.

We weten dat alle wereldreligies zijn gebaseerd op seksuele frustratie en voortplantingsdrift. Het Vaticaan bezat ooit de grootste pornografische collectie ter wereld, precies om te kunnen bepalen wat de kudde wel en niet mocht lezen. Nog niet zo lang geleden kwam de pastoor bij gezinnen thuis om te benadrukken dat er toch echt nog een kindje moest komen. Veel protestantse kerken zijn niet veel beter. En over de islam zal ik maar helemaal niet beginnen, anders zitten we hier morgenochtend nog.

Maar tot overmaat van ramp lijkt de voortplantingsdrift wel een religie op zichzelf – ook in het seculiere Nederland. We horen keer op keer dat er te weinig kinderen geboren worden. Onze economische welvaart schijnt een voortdurende bevolkingsgroei te vereisen. Dat kinderen in de derde wereld dienen als ‘oudedagsvoorziening’ is bekend, maar dit blijkt dus ook in de eerste wereld het geval te zijn.

De Nederlandse bevolking leidt wellicht aan onderreproductie (een Nederlandse vrouw krijgt gemiddeld 1,7 kind), maar toch is het krijgen van kinderen nog steeds de sociale norm. En ‘het gezinnetje’ als ideale leefvorm is heilig. Wie een andere samenlevingsvorm kiest, wie bewust kinderloos blijft, heeft iets uit te leggen. Die is triest, eenzaam of egoïstisch – of alle drie tegelijk. Toen kunstenares Tinkebell zich enkele jaren geleden, om het dreigende fosfaattekort door overbevolking aan te kaarten, publiekelijk liet steriliseren, leidde dit tot het voorspelbare, moralistische gekrakeel. Hoe durfde ze?

Twee jaar geleden was er ophef over een oproep van enkele Amsterdammers om ‘kindvrije horeca’. Hun actiegroep pleitte voor cafés en restaurants waar kinderen onder de 12 jaar niet welkom waren. Ze hadden simpelweg geen zin meer in het geschreeuw, gedrein, gekwijl en gekots in de hoofdstedelijke koffiebars – en ze hoopten dat een horeca-uitbater in hen een lucratieve doelgroep zou zien voor een rustige, kindvrije uitspanning. Geen horeca-ondernemer durfde het aan. Wel stroomden honderden boze reacties binnen. ‘Apartheid!’ riep iemand op internet. ‘Nazi’s!’ zei een ander. ‘Jullie moeders hadden jullie moeten aborteren!’ En de meer beschaafde reacties waren in de trant van: ‘ben je zelf geen kind geweest ofzo?’ of ‘mijn kinderen veroorzaken nooit overlast’.

Het bleek maar weer: de sociale woede kent geen grenzen, zodra je kritisch bent over kinderen. Kinderen zijn heilig. In Nederland mag een beruchte drugscrimineel komen opdraven bij College Tour (NPO), maar als er een vermeende pedofiel in de buurt komt wonen, worden zijn ruiten ingegooid. Blijf met je poten van onze kinderen af, is de niet mis te verstane boodschap. (Ironisch genoeg komt die boodschap vaak van de mensen die overduidelijk het slechtst in staat zijn om hun kinderen fatsoenlijk op te voeden.)

De sociale terreur van schreeuwende kinderen, het dogma van ‘het gezinnetje’ als microkosmos tegen de boze buitenwereld, de zogenaamde heiligheid van de baarmoeder – het is duidelijk dat het dierlijke instinct van de voortplanting nog lang niet is overwonnen. Het neemt zelfs parasitaire vormen aan: klimaatverandering en vervuiling krijgen hoge prioriteit, maar wie zegt dat we gewoon wat minder zouden moeten fokken, die wordt met pek en veren de stad uitgejaagd.

Gelukkig behoort Nederland tegelijkertijd tot de koplopers in het denken over gezinsplanning en het ontwikkelen van goedkope en effectieve anticonceptiemiddelen. Onder het motto ‘niet kwantiteit maar kwaliteit’ streefde de Nieuw-Malthusiaanse Bond (later: de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming) al vanaf 1881 naar geboortebeperking door voorlichting en medische hulpverlening. Rutgers heeft dat werk voortgezet en heeft de zware taak om die boodschap over te brengen in culturen die nog achterlijker omgaan met seks en voortplanting dan de onze.

Inmiddels weten we dat de vrije seksuele en professionele ontwikkeling van vrouwen leidt tot het uitstellen van zwangerschap en tot minder kinderen. Ook heeft de homo-emancipatie er ongetwijfeld toe geleid dat er in Nederland minder kinderen worden geboren uit ouders, die zich voorheen onder sociale druk veroordeeld zagen tot heteroseksualiteit en tot voortplanting.

De ongekende bevolkingsgroei is een reden te meer om alles in te zetten op de emancipatie van vrouwen en homo’s. Er is nog veel werk te doen in de wereld, maar beslist ook in Nederland.