Het Nieuwe Stadmaken in Dordrecht

Kunnen hulpverlenende initiatieven institutionele steun krijgen zonder dat dit méér (regel)druk met zich meebrengt?
Reageer

DOOR en Het Vogelnest vullen een gat in zowel de hulpverlenende als culturele sector van Dordrecht. Toch lopen de initiatiefnemers tegen problemen aan die het moeilijk voor hen maken om te blijven bestaan. Wat kunnen we leren van deze stadmakers en hun projecten? 

De deuren van DOOR staan open. Voor iedereen. Ja, dat is veel. En dat is mogelijk door mensen zoals Masja Ottenheim. Nee, ze zal zelf nooit zeggen dat zij alleen verantwoordelijk is voor het succes van deze creatieve broedplaats die ook een creatieve zorgplek werd. ‘We doen dit samen met een fantastisch team van vrijwilligers’. Want je hebt wel mensen nodig die jouw idee omarmen.

Creatieve broedplaats

Een groep kunstenaars vult sinds 2014 een leegstaand pand in de binnenstad van Dordrecht, een probleem waar de gemeente al jaren mee kampt. Het voormalig kinderdagverblijf is nu een broedplaats voor kunstenaars. Een plek om jong talent meer te bieden, en ze een reden te geven om in de stad te blijven. Dat was het idee.

Er vinden lezingen, debatavonden, concerten, exposities en workshops plaats, je kunt er tuinieren of een kop koffie drinken. DOOR vult zo een gat in de culturele en maatschappelijke programmering van Dordrecht. Exposities en bandjes die voor andere plekken nog te klein of te apart zijn krijgen een podium.  

Een nieuwe manier van zorgverlening

Tussen de evenementen en creatieve programmering door, is DOOR ook een sociale plek. Het is een ‘inbetween zone’ caterend aan een participerende gemeenschap. Geleidelijk is die sociale functie uitgegroeid tot een zorgfunctie, waar veel mensen afhankelijk van zijn. Zo is DOOR – zonder dat dit expliciet de bedoeling was – uitgegroeid tot een zorgplek voor allerlei hulpbehoevende mensen. 

We zagen dat er meer en meer mensen binnenkwamen. Thuiszitters met problemen, die hier op geleidelijke wijze weer op de been komen. Gewoon door hier te zijn en mee te doen.

Masja werkt voor Philadelphia, een landelijke zorginstelling die mensen met een verstandelijke beperking begeleidt, en runt DOOR geheel vrijwillig. Ze is er door haar werk van overtuigd dat mensen met een beperking gewoon midden in de samenleving kunnen staan. En in DOOR staan ze dat dus ook. Jongeren met een beperking helpen met de voorbereidingen voor het avondeten, leggen later aan tafel uit wat ze zelf hebben gemaakt, schenken de koffie uit en leren aan de nieuwe vrijwilligers hoe dit allemaal werkt. ‘En juist deze jongeren doen dat op een originele en eigen manier’ vertelt Masja trots.

Geen label maar een knipoog

‘Eigenlijk is wat we doen heel simpel, maar het heeft een groot effect’, legt Masja uit. ‘Ons systeem en regelgeving zijn zo complex dat de simpliciteit waarmee wij werken onmogelijk uit te leggen is. In ons huidige zorgsysteem heb je een bepaald label nodig, waar dan weer een prijskaartje en een bepaald soort hulpverlening aan vast zit.’ Met DOOR willen ze een nieuw soort dienstverlening in gang zetten, die minder werkt met het plakken van ‘labels’ op mensen en zich meer richt op wat iemand nodig heeft en wat iemand wel kan.

Masja haalt een herinnering op die ten grondslag ligt aan haar filosofie met DOOR: ‘Ik liep het buurthuis van een voetbalclub binnen en ik keek verlegen om me heen. Tot de vrouw achter de bar m’n blik ving, en me een knipoog gaf. Ik kan het me nog zo goed herinneren. Dat moment heeft me beïnvloed: hoe ik mezelf zag, wat de mogelijkheid van een plek is, en dat je actief bij kunt dragen aan zo’n plek. Zo’n knipoog heb je dus nodig. Het zit ‘m in zulke kleine dingen. Je ziet iemand hier in ons café als barista opgeleid worden en helemaal in z’n element komen. Dat is toch geweldig! Je kan iemand op die manier uit z’n isolement halen en laten bloeien. Veel van die mensen moet je helemaal niet in wekelijkse gesprekken of therapiesessies vragen hoe het met ze gaat, dat lost niks op. Als ze hier bezig kunnen zijn, vinden ze gaandeweg vaak oplossingen voor hun problemen’.’

Het klinkt zo simpel als Marsha het me uitlegt. Maarja, het lastig te vertalen naar de beleidsmodellen van bestaande zorginstituties en zorgverlening. Naast dat DOOR zelf geen labels plakt op de mensen die binnen komen, valt de plek zelf ook moeilijk te ‘labellen’ binnen een specifiek domein als ‘zorg’ of ‘kunst’.

Op gebied van zorg doen wij iets anders. We kijken heel erg naar menselijk contact en iemands ambities. Het is een nieuw soort dienstverlening die in de lucht hangt. Eigenlijk doen we het op veel vlakken beter, maar je wordt dan een concurrent van de bestaande structuur.

Een verlammende bureaucratie


In een ander deel van de stad, de Vogelbuurt – een wijk die bekend staat om zijn problemen: schulden, armoede, vandalisme – heet het team achter Het Vogelnest je welkom. Het nomadische project reist langs 5 verlaten woningen in de wijk, waar een groep kunstenaars en initiatiefnemers tijdelijk verblijft in ruil voor het bieden van een ‘huiskamer’ aan de buurt. Ook Het Vogelnest is een plek waar iedereen binnen kan lopen met een idee, activiteit, of gewoon voor de gezelligheid. Verplaatsen moeten ze wel, want de gebouwen in de buurt zullen uiteindelijk gesloopt worden. Maar in de tijdelijkheid van hun aanwezigheid, maken ze de buurt een kleurrijke plek. Letterlijk en figuurlijk.

Ifor Schrauwen vertelt met passie en zonder grote woorden waar Het Vogelnest voor staat: ‘Alles wat we hier organiseren is gratis, voor en door mensen uit de wijk.’ Als tussenpersoon navigeert hij tussen die verschillende talen en werelden van de mensen uit de buurt en de gemeente.

Je ziet dat veel mensen hun vertrouwen in instituties allang zijn verloren. In ons zien ze dan iets nieuws, omdat we ze gewoon recht in de ogen aankijken en met ze aan de slag gaan.

Een gevolg van die houding is dat Ifor regelmatig mensen ontmoet met problemen die zo groot en ingewikkeld zijn, dat hij daar niet direct iets mee kan. ‘We moeten ook opletten dat onze vrijwilligers niet overwerkt raken, dat is ook iets wat je veel ziet namelijk.’

Een plek binnen of buiten het bestaande systeem?

Hoe kunnen traditionele zorginstellingen, de gemeente en een initiatief als DOOR of Het Vogelnest zich opstellen zodat zij elkaar ondersteunen in plaats van beconcurreren? Er moet misschien een nieuwe taal ontwikkeld worden, waarbij dit soort initiatieven niet als concurrentie van de bestaande structuur worden gezien. In de communicatie met partijen met beleid en geld is er veel wantrouwen. Ondanks dat de gemeente de unieke positie van beide initiatieven erkent, moet er een manier gevonden worden om een plek voor hen te vinden binnen het systeem. 

Het Vogelnest heeft de gemeente nu het Wijkwerk gegund voor 2018 en 2019. Ifor is blij met de financiële steun, maar hij heeft er nog wel wat over te zeggen: ‘Het is natuurlijk fijn dat we de ruimte en mogelijkheid krijgen om te doen wat we doen. Maar we moeten nu wel alles verantwoorden op de manier die de gemeente wil’.

Ik ben afgelopen week alleen maar bezig geweest met het invullen van formulieren. Dat wil ik niet. Ik geef ze nog liever de gegevens van mijn bankaccount, bij wijze van spreke. 

Een belangrijke vraag die Ifor op tafel legt: ‘Hoe zorgen we ervoor dat initiatieven hun autonomie en energie niet verliezen wanneer zij steun krijgen van bestaande structuren? Kunnen we niet uitgaan van vertrouwen in plaats van wantrouwen?’ Masja beaamt deze opgave. ‘Er moet een manier zijn waarop de bureaucratie ons kan faciliteren, die niet gepaard gaat met méér regeldruk.’

Het is ook zeker geen complete onwil. De gemeente zou graag steunen, maar op dit moment werkt DOOR van project naar project. Masja zou graag meer continuïteit willen zien, te beginnen met meer zekerheid over het pand.

Als je continu wil blijven inspringen op de realiteit van de dag moet dat gepaard gaan met minder regels en meer vertrouwen. Iniatieven moeten omarmd worden, in plaats van alleen ‘leuk’ gevonden worden.

Bureaucraten? Nee dat zijn Ifor en Masja niet. Creatief, energiek, gedreven en empathisch? Dat wel! Mooie mensen dus. Hoe kunnen we deze Stadmakers stimuleren en faciliteren om te blijven doen wat ze doen? 

Het leernetwerk Nieuwe Stadmaken kijkt naar de veranderende rol en positie van de civil society ten opzichte van reguliere institutionele systemen. Nieuwe manieren van zelf-regeren en samenwerken vormen de beginselen voor nieuwe governance structuren. Centraal staan de burgers en initiatiefnemers die betrokken zijn bij hun omgeving en collectief, op een creatieve manier, uitdagingen aangaan. Het leernetwerk brengt uitdagingen van verschillende steden bijeen en kijkt naar oplossingen die bottom-up tot stand zijn gekomen en zo een vernieuwde manieren van beleidmaken creëren.