Exit Triple-Helix

Komt innovatie van de staat of uit de straat?
Reageer

Donderdag 14 april 2016 vindt de Innovation Expo plaats bij EYE in Amsterdam. Het grootschalige vaderlandse innovatie-evenement met ruim 4000 deelnemers. Een afbeelding van een zwerm vogels siert het programma. De zwerm is sinds de opkomst van het internet het symbool geworden voor de ‘intelligentie van de massa’. Een gezamenlijke inspanning om bijvoorbeeld wikipedia tot stand te brengen.

De vraag is of dit symbool wel van toepassing is op de Innovation Expo. Deelnemers zijn afkomstig uit bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden. De samenleving is grotendeels afwezig. Maken we genoeg gebruik van het vermogen van de samenleving om te innoveren? Moet het innovatiebeleid niet worden herzien?

De gedachte dat bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen samen het innovatieproces leiden is afkomstig van de OESO. Het door in de vorige eeuw geïntroduceerde ‘triple helix’ model is de bijbel voor het innovatiebeleid van het afgelopen decennium. Het is echter een hardnekkig misverstand dat de geïnstitutionaliseerde wereld de beoogde innovaties gaat realiseren. Een innovatie staat voor een succesvolle vernieuwing en implementatie. Uitvindingen zijn nog geen innovaties. Pas als met succes een verandering in proces of product heeft plaats gevonden, kunnen we spreken van innovatie.

De opkomst van digitale sociale innovatie en start-up cultuur laat een nieuwe innovatiedynamiek zien die zeer disruptief is. Door het internet kunnen start-ups versnellen waar instituties nog hun oude belangen verdedigen. Om tot echte implementatie te komen is de verbinding tussen creatieve en technologische vindingen, met burgerinitiatieven en nieuwe bedrijfsmodellen van groot belang. Dit gaat onherroepelijk gepaard met veranderende machtsposities. Het topsectorenbeleid van de overheid heeft daar geen oog voor. Honderden miljoenen zijn geïnvesteerd in bestaande belangen en economische modellen. De ‘kalkoen’ heeft zichzelf begrijpelijk niet op het menu gezet. Het is tijd voor een copernicaanse wende en het innovatiebeleid te richten op sociale innovatie.

Deze investeringen in de Nederlandse energiesector hebben innovaties met moeite in vijf jaar één procent duurzame energie opgeleverd. De Erasmus Universiteit concludeerde ook dat het geld vooral naar het technische en niet naar sociale deel van innovaties gaat. Sociale innovaties zoals het samen ontwerpen met eindgebruikers, hiermee het draagvlak ontwikkelen, het vormen van nieuwe ketens en eigenaarschap en het ontwikkelen van nieuwe duurzame bedrijfsmodellen en waardesystemen.

Exit Triple-Helix

De innovatie die nu broodnodig is, is de verbinding tussen technologische en sociale innovatie. Als we dat toepassen op de energietransitie dan moeten er coalities gesloten worden tussen initiatieven uit de samenleving, vertegenwoordigers van overheid, onderwijs en ondernemers. Dat dit het innovatieproces versnelt kunnen we zien in Amsterdam Zuid waar een van de grootste dichtheid van oplaadpalen van elektrisch vervoer ter wereld is. Deze innovatie kwam doordat initiatieven vanuit de samenleving zorgden voor draagvlak en de gemeente zorgde voor de gezamenlijke randvoorwaarden en procesgeld.

De doorbraak in de energietransitie in Nederland kan NU plaatsvinden. Er liggen voldoende inventies op de plank. Zowel vanuit kennisinstellingen, het bedrijfsleven als burgerinitiatieven. Het is mogelijk om binnen een aantal jaren 100% zelfvoorzienend te zijn. Maar daarvoor moeten we op een andere wijze gaan samenwerken.

We nodigen Minister Kamp uit om met vertegenwoordigers uit de samenleving, de overheid, het onderwijs en start ups de hei op te gaan. Niet voor de zoveelste ‘brede maatschappelijke dialoog’, maar om het actieplan op te stellen. Een echt innovatieteam bestaand uit een interdisciplinaire groep van burgers, onderzoekers, ondernemers en overheden. Dezelfde ‘hei-sessies’ worden op regionaal niveau, op gemeentelijk niveau, per school en per buurt georganiseerd en vertaald in lokale actieplannen. Zo krijgt de energietransitie door sociale innovatie een enorme boost. Een open innovatie ook, waar de verantwoordelijkheid in de samenleving gelegd wordt. En laten we daar de innovatiegelden voor gebruiken.

Egbert Fransen, Pakhuis de Zwijger
Marleen Stikker, Waag Society
Pauline Westendorp, ondernemerscoöperatie NEWNRG