Dragelijk ouder worden voor arm én rijk

Welke woonvormen kunnen eenzaamheid onder ouderen tegengaan of voorkomen?
Reageer

Ouderen hebben een verhoogde kans op eenzaamheid en blijven bovendien steeds langer thuis wonen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ouderen niet vereenzamen? Op 7 november organiseren we in het kader van de Aanpak Eenzaamheid, in samenwerking met Gemeente Amsterdam, een avond over ouderenhuisvesting zonder eenzaamheid. In aanloop naar deze avond bezoeken we een aantal verschillende wooninitiatieven voor ouderen en geven de bewoners het woord: hoe vinden zij het om er te wonen? En wat hebben zij te zeggen over eenzaamheid?

Ouderen wonen naast studenten

In de Amsterdamse wijk Buitenveldert ligt de Elisabeth Otter-Knoll Stichting: een stichting die 112 woningen voor senioren in de vrije sector en 13 studentenkamers verhuurt. De seniorenwoningen zijn zo ontworpen dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen, ook als zij gebruik moeten maken van bijvoorbeeld een rollator of een rolstoel. Direct naast de woningen is een locatie van Vivium Zorg die overdag voor de bewoners zorgt. Mocht er ’s nachts iets gebeuren, dan hebben de senioren een alarmknop waarmee zij de studenten die ernaast wonen kunnen oproepen. Wij gingen er langs bij de 93-jarige bewoonster R. en vroegen haar naar haar ervaringen.

Op het afgesproken uur komen we aan bij de Elisabeth Otter-Knoll Stichting en drukken op de deurbel van het betreffende huisnummer. Er doet een man open die ons warm welkom heet en ons vraagt door te lopen naar de woonkamer. Daar zit ze dan: 93 jaar maar ongelooflijk bij de pinken. De man helpt haar in het huishouden en brengt ons thee en koekjes, waarna hij vertrekt.

Beschermde woonomgeving voelt veilig

In haar vorige huis werd R. tot twee keer toe overvallen. Ze begon zich steeds minder veilig te voelen. Toen haar man kwam te overlijden vond ze het tijd voor een meer beschermde woonomgeving. Na 1,5 jaar wachten op een plekje, kon ze in 2007 terecht bij de Elisabeth Otter-Knoll Stichting en woont ze er nu al tien jaar met veel plezier. Ze is iemand die altijd al graag thuis was en vindt het dan ook fijn dat ze nog steeds een eigen plekje heeft. Hoewel ze in die zin erg blij is met het concept van thuiszorg, geeft ze wel mee dat ze het onprettig vindt dat ze nooit weet wie ze precies in huis haalt.

Thuiszorg is heel mooi, maar hoe laat komen ze en wie komt er? Dat weet je nooit.

“Er is altijd wat te scharrelen”

Hoewel R. erg scherp lijkt te zijn, zegt ze zelf dat veel van haar lichaam “kapot” is en heeft zodoende de nodige ondersteuning nodig. Voor haar is het dan ook een fijne gedachte dat er zelfs ’s nachts iemand binnen vijf minuten kan zijn om haar deze ondersteuning te kunnen bieden. R. is er dus niet per se komen wonen voor de gezelligheid en geeft aan niet op zoek te zijn naar intensief contact met buren en de studenten; ze heeft zich altijd prima alleen vermaakt en heeft zich ook nooit écht alleen gevoeld. Daarnaast geeft ze aan dat er niks ergers is dan iemand die zegt dat hij of zij alleen is; dan moet je wat te doen zoeken. Volgens haar is er namelijk “altijd wat te scharrelen”. Zelf maakte zij bijvoorbeeld altijd handwerkjes die nu als pronkstukken aan haar muur hangen. Tegenwoordig wil dit helaas niet meer lukken, maar ze heeft haar passie voor lezen herontdekt.

Betaalbare zorg voor iedereen

Tijdens ons gesprek komt ze wel telkens terug op het feit dat zij het zich kan veroorloven om op deze manier zelfstandig te kunnen blijven wonen. Ouderen die het minder breed hebben vallen vaak tussen wal en schip. Volgens R. zou iedereen dragelijk ouder moeten kunnen worden, arm én rijk, en hier zouden woonvormen en voorzieningen dan ook beter op moeten aansluiten en inspelen.